nieuws

Dijkman van Volker Stevin: “Nederlandse aannemer kan gigant Hochtief aan”

bouwbreed Premium

“Bang, nee. Ik zie de gang van zaken rond Hochtief en Philipp Holzmann niet als een bedreiging voor de aannemerij in Nederland. Dergelijke schaalgrootte biedt absoluut geen voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld een aannemer als Volker Steven. Wat is de toegevoegde waarde van zo’n kolos?”

W.T.J. Dijkman, lid raad van bestuur Koninklijke Volker Stevin (KVS), greep presentatie van de halfjaarcijfer 1994 aan om even stil te staan bij de vorming van wat mogelijk de grootste aannemer in Europa kan worden. Begin deze week werd bekend dat Hochtief overweegt het belang van 20 procent in Holzmann uit te bouwen naar 30 procent. Als het Duitse kartelbureau in Berlijn het groene licht geeft dan verwachten kenners dat Hochtief zal trachten het pakket uit te bouwen naar 40 procent. Bij dat percentage heeft Hochtief een stemmeerderheid en wil deze gaan gebruiken om Holzmann te dwingen om in het buitenland met hen samen te gaan werken.

Dijkman is niet onder de indruk van het feit dat Hochtief dan de grootste buitenlandse aannemer in Nederland is geworden. “De Nederlandse aannemerij is qua produktiviteit en inventiviteit beslist niet slechter dan de Duitse. Ik denk dat kolossen van deze omvang niet meer zijn te besturen. Zo’n bedrijf kan vanwege het aantal schijven niet snel met de werkvloer communiceren. Het moet dus haast wel duurder zijn. Maar ik denk toch dat Holzmann/Hochtief, als alles doorgaat, gezien moet worden als een financieel centrum en dat de werkmaatschappijen autonoom blijven.”

Autonoom

Net als bij de twee eerder genoemde Duitse aannemers moet Volker alle zeilen bij zetten om de omzet verder uit te bouwen. De inkomsten van Hochtief en Holzmann zijn fenomenaal, maar er moet keihard worden gewerkt om een enkele procent meer binnen te halen. Dijkman erkent dat de autonome omzetgroei over de eerste zes maanden bijna op nul lag. De groei van – 1,019 miljard (eerste zes maanden 1993) naar – 1,144 komt geheel voor rekening van het eerder dit jaar overgenomen bouwbedrijf Jongen uit Heerlen. “Alleen in de woningbouw is er groei”, constateert Dijkman. “Terugslag zit bij beton- en waterbouw, industriebouw en de wegen- en leidingensector. Ondanks de moeilijke markt lukt het Wegenbouw Stevin de leidende positie in Nederland te behouden en winst te maken.”

Dijkman verwacht dat zijn bedrijf in 1995/1996 zal gaan profiteren van de economische opleving. Dijkman: “We zien en voelen meer bedrijvigheid. Het duurt ongeveer 1 tot 2 jaar voordat de bouwnijverheid dat merkt.”

Uit balans

Het netto resultaat vertoont de ‘inmiddels bekende scheefheid’. Het aannemingsconcern heeft in de eerste helft van het jaar – 8,1 miljoen verdiend tegen – 6 miljoen in de eerste zes maanden van 1993. Voor geheel 1994 wordt een ‘duidelijk’ hogere winst dan in 1993 ( – 42,6 miljoen) verwacht. Het betekent dat Volker Stevin in de laatste zes maanden van 1994 een winst moet maken die ligt tussen de – 37,5 en 39,6 miljoen.

Het bedrijf is zelf ook niet tevreden met de ‘scheefheid’ en probeert dat te ondervangen door de niet-GWW-activiteiten te versterken. “Door de aankoop van Jongen is Bouw versterkt. Tot op heden lukt het niet om de groep installatietechnieken te versterken. Maar door versterking van deze twee groepen wordt het relatieve aandeel GWW in de KVS-cijfers minder. Een andere bijkomstigheid is dat de rentabiliteit wordt verbeterd. Want bijna 12 procent over 1993 vinden wij te laag”.

Naar verwachting zal de produktie over geheel 1994 uitkomen op circa – 2,5 miljard (vorig jaar – 2,2 miljard). De orderportefeuille per 30 juni bedraagt – 1,7 miljard tegen – 1,3 miljard een jaar eerder. Volgens Dijkman is de kwaliteit van de orderportefeuille goed. “Er zitten geen zeperds in.”

Reageer op dit artikel