nieuws

Bouwkolom gaat kantelen

bouwbreed Premium

“De bouwkolom zoals we die nu kennen, zal gaan kantelen. Niet de rol die we spelen in het bouwproces – makelaar, architect, hoofdaannemer, onderaannemer, pomanager of adviseur – is bepalend wie de leidende partij zal zijn, maar de manier waarop het probleem van de gebruiker wordt opgelost.” Zo zal het bouwproces, volgens ing. M. Verwoert, directievoorzitter van Starke Diekstra Holding in Nieuwegein, er in het jaar 2000 uitzien.

Hij gaf die mening te kennen in Deventer bij JVZ Raadgevend Ingenieursburo, dat even stil stond bij zijn tweede lustrum.

Met de eigenschappen van de huidige bouwbranche zal men het volgens Verwoert in de toekomst niet redden. Die eigenschappen maken de branche alleen maar meer kwetsbaar.

Zo is het aanbieden van capaciteit onvoldoende. Alleen als er een project is, kan men capaciteit kwijt. Zo niet, dan ontstaat leegloop, zo zei hij.

En ook het streven naar continuiteit maakt bedrijven in de bouwbranche kwetsbaar. “Wat de bouw niet heeft, is flexibiliteit in bezetting. Tijdelijke overcapaciteit wordt tegen dekkingsbijdrage in de markt gebracht. Bij onderbezetting treedt vervolgens prijsbederf op.”

Ook bij het collectivisme in de branche zette Verwoert de nodige vraagtekens. “Gemeenschappelijke regelingen op het terrein van research en development, prijsvorming, personeel, arbeidsvoorwaarden, arbo en zelfs materieel is efficient en bespaart kosten, maar zorgt tegelijkertijd dat de verschillen tussen afzonderlijke bedrijven steeds kleiner worden. De noodzaak om dan op onze prijs te selecteren neemt dan toe, terwijl we juist zo kwetsbaar zijn voor die prijs.”

Prijsdruk

Een hevige prijsdruk gaat ook ontstaan nu zich nieuwe concurrenten op de bouwmarkt aandienen. Woningbouwverenigingen die zelf gaan ontwikkelen. Makelaars die zich als pomanager opwerpen. Projectmanagers, die de consultancy oppakken. Architecten en ‘voorwaarts integrerende’ aannemers, initiatiefrijke onderaannemers en leveranciers, die zich verder naar het voortraject verplaatsen, zijn daar voorbeelden van.

Wie echter in het bouwproces van de nabije toekomst het voortouw wil nemen, zal er voor moeten zorgen dat hij toegang heeft tot een van de volgende troeven: gebruiker, grond, geld, integratie en specialisatie in het bouwproces.

Daarbij stelde hij van al die troeven de gebruiker voorop. Vraag- en aanbodverhoudingen zijn totaal omgeslagen. Er zijn meer dan genoeg gebouwen, maar de vraag naar passende huisvesting op maat wordt nog onvoldoende beantwoord. Omdat opdrachtgevers precies weten wat ze willen en steeds meer blijk geven verstand van zaken te hebben, is het luisteren naar de client van groot belang, zo zei Verwoert.

“Er moet een directe relatie met de gebruiker worden gelegd. Hij wil niet ‘onderdak zijn’, hij wil precies het pand dat hij nodig heeft, budgettair, functioneel en kwalitatief. Hij winkelt net zolang onder de aanbieders tot hij precies degene vindt die hem dat geeft.”

De gebruiker zal zich rechtstreeks gaan wenden tot die bouwpartner, die blijkt te beschikken over relaties met troeven als geld, grond, specialisatie etc. Geen specialisatie volgens traditionele indelingen als woningbouw, utiliteit, nieuwbouw of renovatie, maar naar opdrachtgever. Luisteren naar de (toekomstige) klant moet tot de filosofie van het bouwbedrijf worden verheven.

“De filosofie van het luisteren naar de klant heeft een naam: marketing. Uit onderzoek is gebleken dat bijna driekwart van de bouwbedrijven van mening is dat over een paar jaar marketing niet meer is weg te denken uit de bouw. Maar driekwart van de bouwbedrijven onderkent ook dat marketing in de kinderschoenen staat.”

Reageer op dit artikel