nieuws

Haags centrum wordt mooi

bouwbreed Premium

Niet zo lang geleden zonden de burgemeesters van de vier grote steden (Adje Havermans van Den Haag, Bram Peper van Rotterdam, Schelto Patijn van Amsterdam en Ivo Opstelten van Utrecht) aan de toenmalige informateur (Tjeenk Willink) een brief barstensvol problemen. Van alles en nog wat tussen meer politie en meer geld voor de (woning)bouw. Weliswaar zijn de Vinex-onderhandelingen nog net voor de hete zomer afgerond, maar dat wil geenszins zeggen dat eenieder tevreden met vakantie is gegaan.

Dat geldt nog het minst voor de Residentie. In die stad wordt niet alleen politiek bedreven, maar wordt sinds enige tijd ook weer serieus nagedacht over de toekomst van Den Haag. Om dat nadenken te bevorderen heeft het gemeentebestuur een heus informatiecentrum geopend aan het welhaast meest verpauperde deel van de eens zo fraaie verkeersader het Spui geheten in een voormalige damesmodewinkel en naast een kleurrijk pand dat van ellende bijna in elkaar stort. Maar nochtans, de bedoeling – zo veel mogelijk Hagenaars laten zien hoe de toekomst er uit ziet – is goed en het werkt. Vrijwel dagelijks lopen tientallen bezoekers geinteresseerd langs allerlei maquettes en grissen ze onvervaard uit de schier eindeloze variatie aan schriftelijke informatie. Zelfs groepen toeristen-van-verre bezichtigen Den Haag in het klein.

Tot toppers behoren de tramtunnel onder de Grote Marktstraat van Brouwersgracht tot het Muzenviaduct bij het ministerie van VROM, het tunnelpo Rijnstraat – Koningskade met een lengte van krap een kilometer met tussen de een en vier rijstroken per rijrichting en niet te vergeten de verplaatsing van de hoofdingang van het Haagse Centraal Station van Bezuidenhoutseweg naar de Rijnstraat. Een situatie die in het grijze verleden ook zo was, een tijd dat het Centraal Station nog station Staatspoor heette. Dat een en ander een paar losse duiten gaat kosten is zonder meer duidelijk. De tramtunnel – het gehele po heet Souterrain – krijgt twee ondergrondse stations moeten er zijn in de zomer van 1999. Dan is er – prijspeil 1993 – een kleine f. 280 miljoen uitgegeven, waarvan f. 30 miljoen voor een parkeergarage a 500 plaatsen. De dan al lang naar het Europees Parlement afgereisde minister van Verkeer en Waterstaat, Hanja Maij-Weggen, is tegen die tijd wellicht weer terug in Den Haag om te zien waaraan een kleine tweehonderd miljoen gulden van haar begroting door de gemeente Den Haag is besteed. De rest komt uit particuliere exploitatie (f. 45 miljoen), reclame-inkomsten en van de stad Den Haag zelf (f. 43 miljoen). De twee tunnelbuizen (een klaar in 1996 en nummer twee 1998) gaan (prijspeil 1994) ongeveer f. 175 miljoen kosten, waarvan het Rijk f. 110 miljoen op tafel heeft gelegd. Gestreefd wordt naar uitbreiding van het wat tegenwoordig zo fraai het openbaar groen heet. De Koekamp – met roedel edelherten – wordt met enkele duizenden vierkante meters uitgebreid en doorgetrokken tot aan het water van de Prinsegracht. De stadstekenaars hebben even niet opgelet toen hun potlood of pen in de buurt kwam van het befaamde poffertjespaviljoen aan de rand van het Malieveld. Dat staat nog wel op de tekening, maar blijft voor geen mens te bereiken…

Een po van nog geen tien miljoen is het draaien van de hoofdingang van het Haagse Centraal Station. Van Bezuidenhoutseweg terug naar de Rijnstraat. In het voorjaar van 1995 moet die klus van de aannemers Hegeman (Nijverdal) en Oskomara (Deurne) gereed zijn, die door de architecten ir. A.J. Fichtiger en ir. D. van Heusden van Articom) zo fraai is getekend en berekend.

Dat moet ook wel, want direct daarna wordt begonnen aan de tunnel Rijnstraat-Koningskade.

Reageer op dit artikel