nieuws

Bedrijfstak bouw niet bereid bij te dragen Groningen wil poen met werklozen wel voortzetten

bouwbreed Premium

Sociale partners in de bouw hebben besloten de inspanningen voor langdurig werklozen stop te zetten. De poen zouden te weinig opleveren en de bedrijfstak vindt het niet langer haar taak speciale begeleiding te geven aan een groep die anders de boot mist op de arbeidsmarkt. In Groningen denkt men daar anders over. Op regionaal niveau wordt geprobeerd het werklozenpo voort te zetten.

Op het Groningse marktplein, tegenover de Martinitoren is achter een monumentale gevel een groep bouwvakkers bezig met de restauratie van het Grand Theatre van de stad. Het gaat hier om een leer/werkpo van de stichting Scholings- en Werkervaringsverband (SWEV) Groningen, die langdurig werklozen aan een bouw in de baan probeert te helpen.

Het po valt nu nog onder het convenant dat de bouw in 1989 sloot met de Arbeidsvoorziening. De bouw verplichtte zich met deze wilsovereenkomst om voor tweeduizend langdurig werklozen een baan te creeren via speciale begeleiding. Op grond hiervan werden op verschillende plaatsen in het land SWEV-stichtingen opgericht die het speciale opleidingstraject van de doelgroep ter hand namen. Nu – vijf jaar later – is er volgens de Groningse SWEV-coordinator Jos Visser weinig van de poen terecht gekomen. “Aanzienlijk minder mensen dan aanvankelijk werd gedacht hebben daadwerkelijk via dit speciale traject een baan in de bouw gevonden. Sociale partners spreken nu van een ‘flop’. De SWEV-poen mogen geen nieuwe deelnemers meer aannemen. De mensen die bij het SWEV in dienst waren voor de begeleiding hebben hun baan opgezegd gekregen. Langdurig werklozen krijgen straks uitsluitend nog de kans om in te stromen via het door de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf opgetuigde voortraject, bedoeld om leerlingen met een andere vooropleiding klaar te stomen voor de primaire opleidingen in de bouw”.

Rendement verhoogd

Met het opzetten van deze voortrajecten en het invoeren van het ABB-bewijs (Arbeidsbestand Bouwnijverheid) wil de bouw bereiken dat iedereen die als bouwvakker toetreedt tot de branche in de toekomst tenminste een primaire vakopleiding heeft. Bouwvakkers lopen zo minder snel de kans om in tijden van recessie, zoals dat aan het begin van de jaren tachtig gebeurde, massaal ontslag te krijgen en door gebrek aan opleiding in een uitzichtloze toestand terecht te komen.

Daarnaast wordt door het voortraject het rendement van de primaire vakopleiding verhoogd. Een goed streven, zo vindt ook Jos Visser. Wel heeft hij er bezwaar tegen dat de bouw met deze aanpak al bij voorbaat een groep potentiele goede vaklieden geen kans biedt. Visser: “Er blijft altijd een groep mensen bestaan die ‘gouden handen’ hebben, maar afhaken zo gauw ze een theoretische opleiding moeten volgen. Van oudsher heeft deze groep altijd in de bouw terecht gekund. Met het ‘dichttimmeren’ van de vakopleiding komt daar nu een einde aan.”

Het is volgens Visser des te erger aangezien er met de SWEV-noord f. in tegenstelling tot de rest van het land – bijzonder goede resultaten zijn gehaald. “Tijdens deze speciale leer/werktrajecten bestaat er de mogelijkheid om naar de individuele capaciteiten van de deelnemers te kijken en hen zo te begeleiden tot ze een baan hebben. Op deze manier hebben wij altijd 95% (tegenover 70% landelijk) van de deelnemers in de bedrijven ke plaatsen, waarna ze zo goed als zijn verzekerd van een baan.”

Steeds minder

Visser vreest dat er in de toekomst een steeds grotere groep ontstaat die niet aan het werk komt en zo de ‘onderkant van de samenleving’ zal gaan vormen, terwijl met een klein beetje geld en begeleiding voor deze mensen een goede toekomst is weggelegd. “Zeker nu het Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening er onlangs openlijk voor uitkwam met een grote groep langdurig werklozen te zitten waar ze eigenlijk niks voor doet. Het CBA zegt dat het de taak is van het bedrijfsleven om deze mensen aan het werk te helpen. Het bedrijfsleven wijst echter naar de overheid. Op deze manier gebeurt er steeds minder en dreigt er een grote groep mensen buiten de boot te vallen. Maar ik vind dat dit de verantwoordelijkheid is van alle partijen en dat ze zich gezamenlijk moeten inspannen om dit sociale beleid vorm te geven. Want… om hoeveel geld praten we nu eigenlijk? Het gaat er eigenlijk meer om de schotjes tussen alle inspanningen op dit gebied weg te halen en efficienter om te gaan met de bestaande middelen.”

Andere basis

Om een en ander te illustreren beschrijft Visser zijn pogingen om het SWEV-Noord op een andere basis voort te zetten. “In feite wilde ik terugkeren naar het po dat Groningen al voor 1989 kende – dus voordat de bouw het convenant met Arbeidsvoorziening tekende. Indertijd was ik coordinator van de stichting Samenwerking Herintreding Bouwvakkers (SHB). Met subsidie van het O en O-fonds en twintig regionale aannemers werden toen al langdurig werklozen naar een baan begeleid. In mijn pogingen om – nu het SWEV afloopt – deze draad weer op te pakken lijkt de bedrijfstak bouw nog harder geworden. Voor dit project heb ik inmiddels subsidies toegezegd gekregen van het RBA-Groningen, de gemeente Groningen en enkele andere grote gemeenten in de provincie. Ook het regionale bedrijfsleven wil meewerken. De subsidiegevers verwachten echter wel dat de bedrijfstak ook over de brug komt. Om die reden heb ik het Scholingsfonds (waarvan de SWEV-poen ook werden bekostigd, red.) gevraagd om voor iedere SHB-deelnemers twintig scholingsdagen te vergoeden (f. 2000). Een klein bedrag, gezien de werkelijke kosten.

Het antwoord luidde ontkennend. De bouw blijft vasthouden aan haar voortrajecten.”

Visser zegt nog niet te wanhopen. “Ik heb goede hoop dat de SHB alsnog van de grond komt.”

Deelnemers aan het werklozenpo in Groningen voor ‘hun’ restauratiepo het Grand Theatre in Groningen.

F. van der Duin

Reageer op dit artikel