nieuws

Aannemersechtpaar Denier opgelucht maar niet voldaan ‘RUL zou ons karwei moeten laten afmaken’

bouwbreed Premium

“Hartelijk gefeliciteerd met de overwinning op de witte boorden criminaliteit”, staat er op het kaartje van een heel groot bloemstuk, dat bezorgd werd bij het Rijsbergense aannemersechtpaar Jan en Coyce Denier. Die ene zin geeft precies weer hoe zij het f. voorlopigf. slotakkoord van de Leidse bouwaffaire ervaren: een zwaarbevochten zege na een lange strijd die heel veel heeft gevergd van hun fysieke en vooral ook geestelijke gesteldheid.

“Het recht heeft gezegevierd”, stelt directeur Denier van bouwbedrijf De Kempen vast. “Ik ben nu zestig jaar en heb mijn hele leven in de bouw gewerkt. Maar dit soort praktijken heb ik nog nooit meegemaakt”, zegt hij.

“Natuurlijk ben ik vreselijk opgelucht omdat we onze gedupeerde onderaannemers en leveranciers, die ons al die tijd gesteund hebben, grotendeels hebben ke betalen”, zegt hij.

“Maar echt voldaan, nee, dat zijn we niet. Want we hebben toch met zijn allen moeten inleveren. De groep onderaannemers 10 procent en wij relatief het meest. We hebben een extra hypotheek van f. 50000 op ons huis moeten nemen en een zelfde bedrag aan spaargeld uitgegeven. Daar komt dan nog eens bij dat we het karwei niet hebben ke afmaken”, vult Coyce aan.

Wat dat laatste betreft vinden ze dat de RUL de groep daartoe alsnog in staat moet stellen: “Dat is de universiteit eigenlijk moreel verplicht. Dat de Annex niet is afgebouwd, is niet onze schuld. Dat is het gevolg van dubieuze praktijken van derden, waaronder een directeur van de RUL, die in zijn handelen ook nog eens gedekt werd door het college van bestuur. Wij zijn daarvan de dupe worden.”

Geen excuus

Het steekt in dit verband ook dat er van de zijde van de RUL geen enkel excuus is gekomen. “De universiteit zou alsnog een mooi gebaar ke maken door ons opdracht te geven het werk te voltooien. Dat is in ieders voordeel. Wij ke f. als groepf. op die manier nog iets van het geleden verlies compenseren. En de RUL kan zich een hoop moeite en kosten besparen om de voor afbouw benodigde technische gegevens bijeen te brengen”, aldus Jan Denier.

Die gegevens heeft hij zelf zoveel mogelijk op papier moeten zetten. “Door ABS Eurospan Benelux BV, aan welk inmiddels failliet bedrijf de door de RUL ingeschakelde poontwikkelaar Fibomij (ook failliet) de opdracht voor bouw van de Annex had verstrekt, zijn nooit volledige constructieve bouwtekeningen gemaakt. Wij hebben in die lacune voorzien, in nauwe samenwerking met de Dienst Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Leiden, waarbij we goed staan aangeschreven. Wij hebben zelf ook de rioleringstekeningen gemaakt en weten dus als enige waar het riool ligt”, vertelt hij.

Volgens hem zal het voor de RUL ook heel moeilijk worden aan aannemer te vinden die bereid is f. onder garantief. het po af te bouwen.

“Die zal nimmer verantwoordelijkheid willen dragen voor hetgeen tot nu toe gebouwd is. Stel nou eens dat zich in de toekomst, na realisering van het gebouw, onverhoopt een gebrek manifesteert. Wie is daarvoor dan aansprakelijk? Dat zou wel eens een heel moeilijk te beantwoorden vraag ke worden”, meent hij.

Kortom, voor Jan en Coyce Denier staat het vast dat “als iemand de Annex moet afbouwen wij het wel zijn”.

In dit verband laten ze niet na er op te wijzen dat de universiteit door het betalen van f. 1,8 miljoen in bezit is gekomen van een gebouw met een waarde van f. 3,3 miljoen:

“Dat is profiteren van een situatie, ten koste van een groep bedrijven die al zo gedupeerd is. We hebben in feite 77% van onze vordering binnen gekregen. En er is natuurlijk altijd nog voor ons de mogelijkheid om de resterende 23% eveneens bij de RUL op te eisen. En wel door toepassing van het instrument van bestuurlijke aansprakelijkheid. Wij zijn namelijk gedupeerd, mede door de dubieuze handelwijze van een directeur van de RUL. Maar wij prefereren afbouw boven een nieuwe juridische procedure. Er is al genoeg commotie rond het Anex-po geweest en de naam van de RUL is nu genoeg door het slijk gehaald.”

Geen partij

Jan Denier vertelt in dit verband dat hij al op 28 juni 1992 (toen hij door uitblijven van betalingen door ABS Eurospan Benelux) het werk in Leiden voor de eerste keer opschortte, de betreffende RUL-directeur gewaarschuwd heeft.

“Ik had een kostenbegroting gemaakt, waaruit bleek dat er nog zeker f. 2 miljoen extra nodig zou zijn als er geen einde kwam aan de praktijken van Fibomij en ABS Eurospan Benelux. Wees slim, zet die bedrijven aan de kant, ga met ons verder, neem je verlies, zei ik tegen die man. Die lachte me vierkant in mijn gezicht uit. Maak je geen zorgen, zei hij, ik heb een budget van f. 500 miljoen, ik vul het bouwkrediet gewoon aan met die f. 2 miljoen. Op beloftes van de RUL zijn wij toen blijven doorbouwen. Maar ook daarna hebben we de RUL voortdurend gewaarschuwd. Daar werd niet op gereageerd. Wij waren zogezegd geen partij.”

Rol van ING Bank

Ook voor de handelwijze van de ING Bank, die een miljoenenkrediet voor het Annex-po beschikbaar stelde, heeft hij geen goed woord over:

“Bij die bank moet ook iemand zitten die goed fout is. Die RUL-directeur sprong kwistig om met het bouwkrediet en de bank deed driftig mee.

Om de een of andere reden kon het miljoenenpotje worden leeggehaald, terwijl een eigen bouwkundige van de bank exact wist hoe het er met het project voorstond. En daarna werd, ondanks het bestaan van het retentierecht, ook nog eens een verhoogde hypotheek verstrekt. Terwijl er juridisch geen onderpand was. Daar heeft die bank zich lelijk in vergist. Maar misschien gebeurde dat allemaal wel bewust.”

Vol lof

Veel lof is er daarentegen voor de inzet van hun advocaat mr. M.J. van Dam uit Rotterdam: “Die heeft anderhalf jaar genoegen genomen met een heel klein voorschot. In feite heeft hij al die tijd zelf een risicodragend kapitaal in de zaak gestoken door veel kosten voor te schieten. Welke advocaat doet dat?”

Ook de Hardinxveldse advocaat mr. F. Lewin , die namens de failliete scheepswerf Van Mill opgezadeld zit met het nimmer door ABS Eurospan Benelux afgenomen aluminium dak voor de Annex, wordt geprezen: “Hij is in feite de grondlegger van de overwinning. Hij heeft de Fiod naar ons toegestuurd, waardoor de zaak in Leiden aan het rollen kwam. Als wij van de RUL de Annex mogen afbouwen, willen wij dat dak ook gebruiken”. Waardering is er ook voor de steun van de onderaannemers M. Verschoor Kraanverhuur (Sassenheim), M. van Rijn Grond- en Sloopwerken (Katwijk), Vloerafwerkingsbedrijf Dore Oss (‘s-Hertogenbosch), Mulder Betonbouw (Bodegraven) en Pont Meyer (Breda).

Denier hoopt dat de RUL hem alsnog opdracht geeft de onvoltooide Annex af te bouwen.

Aannemer J. Denier: “Zulke praktijken heb ik mijn leven nog niet meegemaakt.”

Reageer op dit artikel