nieuws

Woonwens-onderzoek niet bruikbaar voor architect

bouwbreed Premium

“Uitkomsten van onderzoeken naar woonwensen en woningwaardering leiden tot weinig verrassende en weinig inspirerende uitspraken. Gelukkig is de praktijk weerbarstiger, spannender, minder voorspelbaar en vooral ook gecompliceerder. Architecten moeten uitkomsten van dergelijke onderzoeken dan ook relativeren en op een afstand houden.”

Met deze woorden verwees dr. ir. N. de Vreeze van het Stimuleringsfonds voor de Architectuur, de uitkomsten van grootschalige woonwensen-enquetes zoals die onlangs door de Nationale Woningraad (NWR) en het Onderzoeksinstituut OTB zijn gehouden, min of meer naar de prullenbak.

Volgens De Vreeze moeten ontwerpers zich van de uitkomsten niet al te veel aantrekken. “Een gezonde argwaan is op z’n plaatst”, zo hield hij gisteren in Delft zijn gehoor voor. Daar werd onder leiding van prof. dr. ir. H. Priemus gediscussieerd over het thema ‘Bewonerspreferenties: richtsnoer voor investeringen in nieuwbouw en de woningvoorraad’.

Rode draad

Als rode draad door de bijeenkomst liepen het onlangs gepresenteerde OTB-rapport ‘Woonwensen en de realisatie van Vinex-locaties’ en het grote NWR-onderzoek ‘Wonen op Maat’ dat door de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Universiteit Utrecht is gehouden.

De belangrijkste conclusie in beide onderzoeken is dat de consument het liefst een eengezinswoning met voor- en achtertuin wil hebben. Daarbij, zo concludeerde de onderzoekers van de NWR-rapportage, is de locatie waar die woning moet komen te staan niet zo heel belangrijk.

In het OTB-rapport is een profiel geschetst van de randstadwoonconsument. Daaruit blijkt dat driekwart van deze consument die straks op de Vinex-locaties een woning wil bemachtigen een huis wilt kopen. De helft zoekt een huis in de prijsklasse f. 175000 tot f. 250000, met een uitloop naar boven: 72 procent tot f. 300000 en 20 procent wil een woning van f. 300000 en meer. Bij de huurders zit de grootste vraag tussen maandelijkse huren die liggen tussen de f. 700 en f. 1100; veertien procent wil een huurwoning van f. 1100 en meer.

In zijn toelichting benadrukte drs. F.A.G. Wassenberg van het Onderzoeksinstituut dat de belangrijkste kwaliteitseis de ruimte in de woning is.

“Veel woonconsumenten zijn op zoek naar vier- en vijfkamerwoningen. Woningen ook die gezien de gezinssamenstelling groter zijn dan strikt noodzakelijk. Verschillende andere aspecten zoals luxe en voorzieningen zijn inwisselbaar tegen meer inhoud.

De bewoners hebben verder een lichte voorkeur voor traditionele architectuur, maar staan ook open voor vernieuwende vormen hierbinnen. De moderne woningtypen met platte daken en blokvorming worden in het algemeen minder mooi gevonden.”

Han Floor van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Universiteit Utrecht plaatste als kanttekening dat bij de ontwikkeling van de Vinex-locaties voorzichtigheid geboden is.

Verruiming van het aanbod kan leiden tot zeer ongewenste situaties zoals leegstand in de nieuwe en bestaande woningvoorraad en zelfs tot een tekort aan woningtypen die door de woonconsumenten zelf zo worden gewaardeerd of, in het geval van de lage-inkomensgroepen gewoon hard nodig zijn.”

Gelaten

De Vreeze hoorde het allemaal gelaten aan. Volgens de directeur van het Stimuleringsfonds voor de Architectuur moeten ontwerpers en architecten zich niet al te veel van de uitkomsten aantrekken. “Een al te rigide een-dimensionele vertaling van de uitkomsten van woonwensen- en woonwaarderingsonderzoeken in concepten voor het woningontwerp, kan leiden tot een ongepast of ongewenst architectonisch of stedebouwkundig beeld.”

In de ogen van De Vreeze doen opdrachtgevers en architecten er weliswaar verstandig aan de uitkomsten van dergelijke onderzoeken goed te volgen, maar ze moeten de uitkomsten ook relativeren en op een afstand houden.

Gemiddelden

Volgens De Vreeze moet men altijd in het achterhoofd blijven houden dat de uitkomsten ook altijd gebaseerd zijn op grote gemiddelden die leiden tot weinig verrassende en weinig inspirerende uitspraken over woonwensen en woningwaardering.

“Gelukkig”, zo voegde hij er aan toe, “is de praktijk weerbarstiger, spannender, minder voorspelbaar en vooral ook gecompliceerder dan de uitkomst ‘dat de meeste huishoudens een eengezinswoning met ruime vertrekken, een garage en een tuin in een rustige buurt willen’ doet vermoeden.”

Reageer op dit artikel