nieuws

Jubilerende directeur Dekker: ‘Bedrijfsomzet binnen vijf jaar verdubbelen’

bouwbreed Premium

C.K. Dekker directeur van Dekker Hout BV viert dit jaar zijn 40-jarig jubileum als directeur van het familiebedrijf dat zijn grootvader, Klaas Dekker Gerbrandszoon, in 1885 oprichtte. De eerste jaren leverde firma Dekker voornamelijk aan Haagse aannemers. Onder leiding van de huidige directeur groeide het uit tot een internationaal opererende holding. En naar het zich laat aanzien zal de onderneming ook de komende jaren blijven groeien.

Al bijna tien jaar staat hij elke dag op de brug over de Houtzagerssingel en de Brouwersgracht in Den Haag. Een brede kerel met een buikje. Zijn pet diep over zijn hoofd getrokken, een stapel planken op zijn schouder. Niemand weet zijn naam. Omwonenden noemen hem ‘de houtsjouwer’.

Het bronzenbeeld werd gemaakt door beeldend kunstenaar Gerard Brouwer. Het is een cadeautje van Dekker Hout BV aan de gemeente Den Haag, ter gelegenheid van het honderd-jarig bestaan van de onderneming. Dat was in 1985. Dit jaar viert het bedrijf opnieuw feest vanwege het veertig-jarig jubileum van C.K. Dekker als directeur van het familiebedrijf.

In 1955, Dekker was toen 24 jaar, overleed zijn vader. Het aandelenkapitaal werd verdeeld onder de oudste zoon en zijn moeder, terwijl de minderjarige broers en zusters obligaties kregen. “Een jaar eerder was ik in het bedrijf gekomen. De dokters hadden gezegd dat mijn vader spoedig dood zou gaan. Hij had nauwelijks tijd om mij in te werken.” Dekker sr. werd 56 jaar. De oorlog had hem zijn gezondheid gekost. Hij weigerde samen te werken met de bezetters, die hem prompt gijzelden. De fabrieksdirecteur miste zijn gezin en moest na zijn vrijlating met lede ogen aanzien hoe zijn fabriek achteruit was gegaan.

Het bedrijf dat met moeite de economische crisis van de jaren dertig overleefde, draaide na de oorlog met verlies. In de eerste jaren van zijn directeurschap werd C.K. Dekker dan ook herhaaldelijk geconfronteerd met financiele zorgen. “Wat dat betreft was het moeilijk mijn vader te vervangen. Ik herinner mij allerlei liquiditeitsproblemen. Maar ja ik was jong…” Het herstel zette zich in toen het bedrijf hout ging leveren voor de bouw van kassen in het Westland.

In de jaren zestig keerde het tij definitief. De Nederlandse economie trok aan en firma Dekker werd winstgevend. “In 1964 kocht ik mijn moeder uit en kwamen alle aandelen in mijn bezit”‘, aldus de jubilaris. “In dat jaar hadden we voor het eerst een winst van meer dan een miljoen. Voor een jongetje van mijn leeftijd was dat een hoop geld.”

Dekker Hout werd in 1885 opgericht. Een lokale houthandel gevestigd op een terrein tussen de Houtzagerssingel en de Hobbemastraat. De eerste directeur en zijn gezin woonden in een fraaie woning op het bedrijfsterrein en het personeel werd grotendeels aangetrokken uit de omringende straten.

De vestigingsplaats werd niet zo maar gekozen. De bevoorrading vond plaats via het water en bovendien werd rond de houthandel in rap tempo de Schilderswijk uit de grond gestampt. Dat garandeerde voorlopig een goede afzetmarkt. Houthandel Dekker groeide uit tot een van de grootste bedrijven van de Haagse volksbuurt.

Aan het eind van de jaren zestig werd besloten de wijk te verlaten. De onderneming verhuisde naar de wijk Zichtenburg waar veel meer ruimte beschikbaar was dan in de dichtbebouwde binnenstad. In 1969 werden de fabriekshallen en de directeurswoning voor f. 1,7 miljoen verkocht aan de gemeente Den Haag. De onderhandelingen over de verkoop verliepen moeizaam, herinnert directeur Dekker zich. Het gemeentebestuur wilde niet veel betalen voor het 12000 vierkante meter grote bedrijfsterrein.

Oorspronkelijk was het de bedoeling de bebouwing te slopen. De bevolking van de Schilderswijk protesteerde hier tegen. Men wilde dat het karakteristieke gebouw voor de wijk behouden bleef en dat het een nieuwe functie kreeg. Een werkgroep van bewoners en ambtenaren onderzocht de mogelijkheden hiertoe en concludeerde dat het fabrieks complex kon worden verbouwd tot sporthal. “Tijdens een eerste bezoek aan de ruimte van het voormalige bedrijf Dekker was de werkgroep Houtzagerij zeer onder de indruk van de enorme ruimten die er waren”, schreef wijkkrant De Schilderswijker. Een ingrijpende verbouwing volgde. In 1972 opende sport- en recreatiecentrum ‘De Houtzagerij’ zijn deuren.

Na de verhuizing groeide Dekker Hout BV tot een holding met vijf werkmaatschappijen in Den Haag, Vianen, Warmond en Singapore. Los daarvan staan Dekker Tennis Warmond BV, Dekker Olifanta BV en Sport- en Partycenter Dekker in Zoetermeer. Er bestaan plannen om in de buurt van Brussel een sportcentrum te bouwen.

Alles bij elkaar bestrijkt de onderneming 176000 vierkante meter. Hiervan is 40000 vierkante meter bedrijfsruimte en 12000 vierkante meter kantoorruimte verhuurd aan derden.

In 1906 werkten bij de houthandel zestig mensen. Na de oorlog was het personeelsbestand geslonken tot elf man. Toen het bedrijf verhuisde naar Zichtenburg telde het veertig personeelsleden. Dekker BV heeft momenteel tussen de 350 en 400 mensen in dienst.

“De eerste tien jaar waarin ik directeur was, waren een soort pioniersfase”, aldus Dekker. “Daarna volgde de opbouwfase, die ongeveer twintig jaar duurde. De laatste tien jaar noem ik de consolidatiefase. In die tijd hebben we de vastgoedpoot opgebouwd.”

Dekker Vastgoed BV maakt dit jaar een omzet van ongeveer f. 13 miljoen. De totale jaaromzet groeide van f. 1 miljoen in 1954 tot circa f. 180 miljoen in het vorige boekjaar. Dekker: “Het bedrijf is nu in de groeifase gekomen. De komende vijf jaar wil ik de omzet verdubbelen. Om dat te bereiken wordt alle winst, net als in het verleden, in het bedrijf gepompt. Verder moet het een familiebedrijf blijven. Mijn zoon deed Nijenrode en behaalde vervolgens zijn ‘masters’ in Amerika. Momenteel werkt hij op een bank in Luxemburg. Mijn dochter is onlangs afgestudeerd in economie en studeert nu fiscale economie. Dat is een hele goede basis om straks het bedrijf voort te zetten.”

In de kamer van de directeur hangt een schilderij van de oprichter van het bedrijf. Klaas Dekker Gerbrandszoon liet zich portretteren in het directiegebouw aan de Houtzagerssingel. Door een openstaand raam is nog net een stukje van de Schilderswijk te zien. Heeft het bedrijf nog steeds een band met deze Haagse volksbuurt? Dekker schudt nee. Hij voelt zich niet gebonden aan een bepaalde plaats. Voor de wijkbewoners ligt dat anders. ‘De Houtzagerij’ spreekt nog steeds tot hun verbeelding.

Het voormalige fabrieksgebouw bestaat niet meer. De sporthal liet zoveel te wensen te over dat werd besloten tot sloop en nieuwbouw. Op de plaats van de houthandel, wordt na lange discussies over hoe het gebouw er uit moet zien, een nieuw sport- en recreatiecentrum gebouwd.

Over de naam van dit complex was geen discussie mogelijk: ‘De Houtzagerij’.

Reageer op dit artikel