nieuws

Oogst 1993 was goed voor Masi Druiven te drogen voor Recioto en Amarone

bouwbreed Premium

De naam van Masi is ongeveer een (kwaliteits)norm geworden in Valpolicella in het noorden van Italie. Dat is voor het grootste deel op het conto te schrijven van Sandro Boscaini, de directeur smaakmaker van Masi Agricola Spa in Gargagnago di Valpolicella, Verona.

Boscaini, die de indruk maakt de druiven, de grond en de vinificatie persoonlijk en voortdurend te controleren en daarover in de gehele wereld op conferenties en masterclasses gezaghebbend te ke praten, is een bescheiden geweldenaar.

Dat de naam Masi niet veel bekender is, heeft twee redenen: het bedrijf is geen populaire massafabrikant, kwaliteit en vernieuwing komen voor omzet en volume en bovendien bedient de Nederlandse importeur f. Jacobus Boelen in Amsterdamf. om hem moverende redenen alleen aan de horeca. Wie met de wijnen van Masi wil kennis maken, zal dat dus in (het betere) restaurant moeten doen. Het idee is verre van onuitvoerbaar, maar het dient de snelle merkbekendheid niet. De oogst 1993 is voor Masi een uitstekende geweest. De regen, die sommige delen van Frankrijk zo overvloedig trof, heeft ook deze streken niet onberoerd gelaten. De laatste week van september kwam het gehele in oktober gebruikelijke rantsoen naar beneden, maar zonder catastrofale gevolgen. Dat was waarschijnlijk te danken aan het rigoureuze uitdunnen in juli van de toch al niet overdreven grote hoeveelheid druiven met 20%. Zo waren ze tegen de droogte in augustus evenzeer bestand als tegen de zondvloed van de maand daarop.

Op 27 september begon de oogst in Valpolicella, Bardolino en Soave. Ondanks een lichte overrijpheid haalde men gezonde druiven binnen met zoveel suiker en alcohol dat men denkt aan topoogsten als in 1988 en 1990. Dat wil zeggen wat de kwaliteit aangaat, want de opbrengst is ruim 20% lager dan gewoon. In zo’n moeilijk jaar blijkt dat waarlijk grote wijnmakers hoger scoren dan hun minder begaafde collega’s. Masi’s Soave Classico wordt zeer goed, omdat Boscaini de druiven ervoor zorgvuldig selecteerde; de opbrengst van de jongere wijngaarden, die meer van het natuurgeweld geleden hadden, werd van meedoen uitgesloten.

De Valpolicella Classico, de Bardolino en de Valpolicella Serego Alighieri Bianco (voor klassiek geinteresseerden zij vermeld dat de wijsgeer-schrijver Dante inderdaad een voorvader van deze aan het huis Masi gelieerde wijnmaker was) zijn zeer aromatisch, hebben een hogere alcoholgraad dan andere jaren en een goede concentratie en kleur.

Door de goede staat van de druiven zal er een flink deel van worden gedroogd om er de beroemde Italiaanse specialiteiten Amarone (geconcentreerde, wat bittere droge en dure rode wijn) en Recioto (sterke zoete en enigszins mousserende rode wijn) van te maken. Of dat slaagt weet men pas later, omdat de klimaatcondities tijdens de droogperiode minstens even belangrijk zijn als de goede staat van de druiven, maar Boscaini voorzichtig opmerkt. Voor zijn Amarone 1988 werd Masi overigens enkele maanden geleden de ‘Drie Glazen Onderscheiding’ van de gezaghebbende Italiaanse Wijngids van Gambero Rosso te Rome toegekend.

Reageer op dit artikel