nieuws

Maij op persbijeenkomst bouwjournalisten: ‘Westerschelde is gouden troef in hsl-debat Belgie’

bouwbreed

Minister Maij acht de koppeling tussen de tracekeuze van de hogesnelheidslijn en de wens van Belgie om de Westerschelde uit te baggeren een ‘gouden troef’ om de Belgen zover te krijgen het hsl-trace langs de E19 (A16 in Nederland), het meest gunstige trace voor Nederland, te laten lopen.

“Ik wacht maar rustig af op wat er gebeuren gaat”, zo zei de (inmiddels demissionaire) bewindsvrouwe op een deze week, vlak voor de verkiezingen, belegde persbijeenkomst met uitsluitend bouwjournalisten. De bijeenkomst was belegd om het beleid van de minister op het gebied van infrastructuur eens kritisch onder de loep te nemen.

Maij benadrukte dat de koppeling tussen het uitdiepen van de Westerschelde (dat de taak is van Nederland maar van groot belang is voor de Belgen vanwege de bereikbaarheid van de Antwerpse haven), het ondertekenen van de Waterverdragen en de keuze voor het hsl-trace niet het initiatief van Nederland is, maar van de Belgen zelf. Het trace langs de A16 is volgens Maij, bekeken vanuit het Europese vervoersperspectief en natuur- en milieuwaarden, trouwens het beste. Maij verwacht dan ook weinig problemen bij de uiteindelijke tracekeuze. Voor een kritische benadering van het beleid was op de door het genootschap Bouwpen georganiseerde persbijeenkomst overigens nauwelijks ruimte. De programmering was zodanig dat de meeste tijd heenging met een opsomming, door Maij, van wapenfeiten die zij in de afgelopen vier jaar op haar naam heeft weten te zetten.

Bloemlezing

Een indrukwekkende bloemlezing dus over de aanleg van wegen, de bouw van tunnels en bruggen (“De Erasmusbrug vond ik gewoon een heel mooi project; je koopt tenslotte ook wel eens een mooie jurk”) en railinfrastructuur.

Maar ook op procedureel niveau vond de minister dat ze het een en ander bereikt had. Goed, een Kapitaaldienst ten behoeve van grote openbare werken is er niet gekomen. Zelf was ze een groot voorstander van een dergelijke dienst. Het ministerie van Financien wilde er echter niet aan omdat dit tot teveel debudgettering zou leiden.

Toch is er onder haar bewind een Infrafonds opgericht, waarbij de versnippering van infrastructurele poen over de diverse departementen tot het verleden behoort en alsmede de voor de bedrijfstak zo fnuikende onderuitputting.

Door de instelling van het Infrafonds is de overboeking van voor infrastructuur bestemde gelden van de oude naar de nieuwe begroting die nog niet besteed zijn automatisch, terwijl voorheen deze gelden moesten worden ingeleverd, waarna het maar de vraag was of ze op de nieuwe begroting waren overgeboekt.

Een andere reden om zichzelf nog eens op de borst te kloppen vond Maij de invoering (samen met Alders overigens) van de Nimby- en de Tracewet die de ‘stroperige’ procedures voor de aanleg van infrastructuur aanzienlijk moeten bekorten.

Twijfel

Een ambtenaar van haar eigen ministerie en een lid van de Raad van State, respectievelijk hoofdingenieur Van de Gazelle en mr. J. de Vries, twijfelden onlangs op een symposium over verkeer en vervoer openlijk over de effectiviteit van deze wetten. Volgens Maij is het echter een aanzienlijke verbetering: “kijk maar naar de Betuwelijn. De PKB hiervoor is binnen vier jaar door de Kamer gekomen”.

Te eenzijdig

Maij is duidelijk ingenomen met haar eigen beleid. “Ik zeg wel eens tegen mijn ambtenaren: ik laat een bouwput achter. Dat was trouwens ook wel nodig. In de jaren ’70 en ’80 is er namelijk veel te weinig aan infrastructuur gedaan.

Een belangrijke oorzaak hiervan vormde de Deltawerken die ruim f. 8 miljard hebben opgeslokt, waardoor er weinig ruimte voor andere dingen was. Daarnaast werd er te eenzijdig gebouwd. De nadruk lag op de wegenbouw. Bij mijn aantreden was de railinfrastructuur in feite verwaarloosd. Met de verzelfstandiging van de NS en het po Rail 21 is daar nu duidelijk een positieve wending aan gegeven”, aldus Maij.

De demissionair minister moest lang nadenken over zaken waar ze spijt van heeft. Zelf heeft ze eigenlijk geen fouten gemaakt. Wel was het natuurlijk jammer dat Nederland nog niet rijp bleek voor ‘roadpricing’.

Nu zal ons land op dit gebied worden ingehaald door Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.Op de veelvuldige kritiek van met name branche-organisaties als Nederland Distributieland en Kust- en Oeverwerken dat er weliswaar ‘infra-impulsen’ zijn vergeven maar dat er nog steeds geen structurele ruimte op de begroting is vrijgemaakt om Nederland haar distributiefunctie in Europa te behouden ging de minister niet in. Wel zei ze dat onder haar bewind het percentage van het Bruto Nationaal Produkt (BNP) dat aan infrastructuur wordt uitgegeven aanzienlijk is gestegen.

Verwaarloosd

Volgens de critici betreft het hier echter voornamelijk nieuwe projecten en wordt het onderhoud van wegen en vaarwegen verwaarloosd. Zo wordt in het Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV-ll) veel meer geld voor het onderhoud van de vaarwegen nodig geacht dan er daadwerkelijk wordt gereserveerd in de begroting.

Maij vertrekt echter naar het Europees Parlement en zal zich in de volgende kabinetsperiode niet meer met de ‘waterstaat-bouwput’ van Nederland bezighouden. “Ik ga in de eerste plaats omdat ik me een Europeaan voel. Vier jaar ministerschap vond ik genoeg”, aldus Maij.

Reageer op dit artikel