nieuws

Geen luifels in Ommoord?

bouwbreed Premium

De architect, die zich op zijn recht beroept om de aan hem verleende opdracht voortijdig te beeindigen als de uitvoering daarvan buiten zijn schuld ernstig wordt vertraagd, heeft recht op een gedeelte van zijn honorarium en vergoeding van de reeds door hem gemaakte kosten.

Maar het feit, dat hij een andere belangrijke opdracht heeft gekregen, waardoor hij met de uitvoering van de eerste opdracht in de problemen komt valt niet onder die regeling. Dat lijkt logisch, maar toch deed een architect in zo’n situatie er een beroep op. Eind 1989 schreef de stichting, die de instandhouding en verbetering van een winkelcentrum nastreefde, een prijsvraag uit onder drie architectenbureaus voor een ontwerp van een luifelplan voor dat winkelcentrum.

Elk van de drie deelnemende bureaus zou daarvoor een vergoeding krijgen van f. 3000. Op 9 januari 1990 kreeg een van hen te horen dat zijn plan als beste beoordeeld was. Dat was dezelfde architect, die al twee maanden eerder een prijsopgave voor een luifelplan had ingediend bij de stichting: f. 800000 aan honorarium, f. 12000 aan toezicht, waarbij nog een bedrag van f. 5000 aan verschotten geraamd werd.

Er was haast bij de uitvoering van het luifelplan, want de gemeente Rotterdam wilde in het najaar van 1990 gelijktijdig de bestrating van het centrum renoveren. Dat leek allemaal te lukken, want in januari van dat jaar kwam de architect al met een begroting en in maart vergaderde de commissie Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing van de deelraad Ommoord over het plan. Maar daarna gebeurde er acht maanden lang weinig. Er bleek te weinig belangstelling bij de eigenaren van de winkels in het centrum. Daarom werd het plan afgeslankt. Over dat nieuwe plan werden er in november nieuwe afspraken gemaakt met de architect over zijn honorering, maar in de schriftelijke vastlegging daarvan maakte de stichting een foutje, dat zij meteen corrigeerde toen de architect daarop wees. Die vertelde daarbij wel, dat hij meteen aan de slag kon gaan.

In plaats daarvan liet hij echter binnen drie weken weten, dat hij van de opdracht afzag en omdat zo’n opzegging waardeloos is als er niet bij wordt vermeld waarom dat gebeurt deelde hij mede, dat hij door de inplanning van andere werkzaamheden geen tijd meer had voor het luifelplan. Hij wilde echter wel zijn honorarium voor de tot dan toe verrichte werkzaamheden hebben, maar dat weigerde de stichting te betalen. Zo kwam de vordering voor het Arbitrage Instituut Bouwkunst, dat er van uitging dat de architect een artikel van de Standaardvoorwaarden, die de rechtsverhouding tussen opdrachtgever en architect regelen (de S.R. 1988) toegepast wilde zien. Dat artikel zegt, dat de architect het recht heeft de opdracht voortijdig te beeindigen als er een vertraging in de uitvoering van die opdracht van ongewoon lange duur ontstaan is. Maar die vertraging moet dan niet aan de architect toegerekend ke worden.

De eerste vertraging zat natuurlijk in de omstandigheid dat het plan moest worden aangepast in verband met de te geringe belangstelling, zodat de bedoeling om er in het najaar van 1990 mee te beginnen niet gerealiseerd kon worden. Maar de werkelijke reden van de eenzijdige beeindiging lag natuurlijk in het feit, dat de architect een belangrijke nieuwe opdracht had gekregen. Dat was kort nadat hij had geschreven ‘direct aan de slag te ke’. Het was dus logisch dat de scheidsman van het A.I.B. vond, dat hij geen beroep kon doen op een ernstige vertraging en dat er ook geen sprake was van een door de opdrachtgever veroorzaakte vertraging.

Daarom werden de gevolgen van de opzegging ook niet beheerst door de regeling, die de architect het recht geeft om het honorarium van de al voltooide fasen van de opdracht en alle door hem gemaakte en nog te maken kosten te declareren, maar door een andere, die zegt dat de opdrachtgever hem alleen iets verschuldigd is als de door de architect verrichte werkzaamheden hem van nut zijn. Dat laatste nu was niet het geval naar de mening van de stichting en ook de scheidsman vond dat. De bezwaren van de welstandscommissie waren kennelijk zo zwaar, dat het helemaal niet zeker was dat de deelraad van Ommoord voor het luifelplan een bouwvergunning zou verlenen. Maar dat is toch geen reden om te vinden, dat het ontwerp van de architect niet van nut zou ke zijn voor de stichting? Stel, dat die bouwvergunning wel verleend zou worden, want er zijn wel vaker bezwaren van een welstandscommissie terzijde gelegd. Dan is het toch allesbehalve redelijk om de stichting te laten profiteren van een gratis ontwerp!

Ik zou me nog eens even terdege hebben laten informeren over de kans, dat er voor dat luifelplan wel een vergunning zou afkomen en anders maar gewacht hebben tot die beslissing van de deelgemeente genomen was. Aanhouden van de beslissing heet zo iets.

(BR 1994 p. 347)

Reageer op dit artikel