nieuws

Bronzen deuren uit de middeleeuwen

bouwbreed Premium

Op verschillende plaatsen in Europa treft men nog middeleeuwse bronzen deuren aan. Al direct over de grens in Aken bij de Pfalzkapel uit het jaar 800, met een strakke paneelindeling met ornamentale lijsten. Tot de indrukwekkendste deuren behoren die van de San Zeno in Verona, en de plastische sculptuur van de kathedraaldeuren in Troja. Het zijn voorbeelden van middeleeuws vakmanschap.

Brons heeft altijd tot de duurdere niet-edele metalen behoort. In de middeleeuwen maakte men gebruik van uiteenlopende legeringen met koper en zink. Iedere gieterij beschikte over eigen recepten, die mede afhankelijk waren van het regionaal beschikbare materiaal.

De techniek van metaalgieten was al vroeg bekend. In feite berust de huidige gieterijtechniek nog altijd op het toen reeds ontwikkelde procede, dat uiteraard wel sterk is verbeterd.

De deuren in Aken hebben het inmiddels meer dan duizend jaar uitgehouden, hetgeen een indicatie van het vakmanschap geeft.

Dat het om vaak monumentale opdrachten ging, blijkt uit de afmetingen van bijvoorbeeld de deuren voor het hoofdportaal van de Dom in Monreale: zeven meter hoog. Afhankelijk van het ontwerp konden de monumentale deuren in een stuk danwel in onderdelen worden gegoten.

Een voorbeeld van de laatste werkwijze zijn de beeldrijke deuren van de San Zeno in Verona. De beide houten deuren waren aan de buitenzijde geheel bekleed met panelen waarin bijbelse afbeeldingen in relief gegoten waren, tussen rijk geornamenteerde lijsten.

Na het gieten werden de gegoten deuren veelal gesiceleerd en verlieten ze glanzend alsof ze met bladgoud waren bekleed de werkplaats. Om patinavorming te voorkomen, werd in de Byzantijnse deuren voor Monte Sant’Angelo een inschrift in het brons opgenomen, dat een jaarlijkse poetsbeurt voorschreef! Maar de huidige middeleeuwse deuren kennen we alleen met een eeuwenoud patina. Afhankelijk van materiaalsamenstelling en onder invloed van het milieu zijn de deuren veelal grijs tot zwart of groen van kleur geworden. In enkele gevallen leidde deze omstandigheden ook tot schade aan het materiaal. Soms vormde de aanwezigheid van een afdak of diep portiek een gunstige omstandigheid, die behoud van de deuren ten goede kwam.

Bronzen deuren waren al vroeg onderwerp van monumentale versieringen. De tempeldeuren van Salomo in Jeruzalem moeten met goud afgewerkt geweest zijn. In latere gevallen werden ook materialen als zilver en edelstenen toegepsat voor vroege deuren in de Sint Pieter onder paus Honorius (625-628). Soms vormde hergebruik van het brons een gevaar voor deze kunstwerken, als besloten werd tot het omsmelten van de bronzen deuren. Daarnaast zijn er ook voorbeelden van hergebruik als de deuren elders opnieuw werden geplaatst.

Al vroeg werd voor deuren van brons vaak gebruik gemaakt van in was gesneden voorstellingen, die voor de uiteindelijke gietvormen werden gebruikt. De gesneden modellen werden daartoe in gietmallen omgezet, met de contravorm in materiaal dat de hoge temperaturen van gesmolten brons weerstond. Met name voor grote deuren was veel vakmanschap nodig, als de complete deur in een keer met het nodige relief en beeldhouwwerk gegoten moest worden. Omdat het vaak om speciaal voor dit doel vervaardigde kunstwerken ging, betekende mislukking van het gietproces een buitengewoon kostbare aangelegenheid omdat men weer opnieuw moest beginnen. Bij de keuze voor houten deuren met aparte gebeeldhouwde afbeeldingen per paneel, was mislukt gietwerk minder desastreus. Een nadeel van deze deuren bleek dat er nogal in de loop van de tijd nogal eens onderdelen verloren gingen, hetzij door het gebruik dan wel diefstal.

Onder invloed van tijd en regio ontstonden sterk uiteenlopende kunstwerken, vaak als onderdeel van de toegepaste beeldende kunst aan kerkgebouwen, zoals die over kon gaan in beeldhouwwerk van omringende portieken.

Bij het Hirmer Verlag verscheen in 1983 een monumentaal uitgegeven overzichtsboek van middeleeuwse bronzen deuren. Irmgard Ernstmeier-Hirmer en Albert Hirmer fotografeerden de belangrijkste nog bestaande deuren uit de tijd van 800 tot 1200. Ursula Mende schreef de tekst. Beide onderdelen beslaan ongeveer de helft van het royaal uitgegeven boek, dat nu in een bijgewerkte herdruk is verschenen.

Inleidend wordt een indruk gegeven van het materiaalgebruik, de uitvoering van het gietwerk, de mogelijkheden van de toegepaste beeldende kunst en het beeldgebruik. Dat wordt beschreven in de context van vroege en latere uitvoering van in brons gegoten deuren.

Vervolgens worden de belangrijkste deuren uit dertien plaatsen, waaronder verschillende Duitse en Italiaanse steden, toegelicht qua ontwerp en bijzonderheden van de opdracht en kunstenaars. De omvangrijke fotodocumentatie bestaat uit paginagrote afbeeldingen van zowel complete deuren als panelen en details daarvan. Naast zwart/wit zijn ook foto’s in kleur opgenomen. Te zamen geven ze een indrukwekkend beeld van de qua beeld en uitvoering sterk uiteenlopende middeleeuwse deuren.

In een documentair gedeelte worden alle voorstellingen afzonderlijk besproken. Ook zijn daarin specifieke gegevens opgenomen over de wijze van uitvoering.

Met de herdruk van dit boek is een belangrijke document van middeleeuwse beeldende kunst opnieuw toegankelijk geworden. Veel aandacht is besteed aan de druk van het voortreffelijke fotomateriaal. Kortom een boek dat een tweede druk verdiende.

Ursula Mende met foto’s van Irmgard Ernstmeier-Hirmer en Albert Hirmer: ‘Die Bronzeturen des Mittelalters, 800 – 1200’. Uitgave: Hirmer Verlag Munchen 1994. Formaat: 24 x 30,5 cm, 422 blz. ISBN: 3 7774 6390 6. Prijs: (gebonden) DM98.

Detail van de westdeur van de kathedraal in Troja uit 1119 met zeer monumentale deurkloppers.

Een van de panelen in de deuren van de San Zeno in Verona met het feestmaal van Herodes en de dans van Salome, waarbij Johannes de Doper werd onthoofd.

Een deel van de deuren van de San Zeno in

Verona die van hout zijn vervaardigd waarop de panelen met lijstwerk werden bevestigd als apart gegoten onderdelen.

Reageer op dit artikel