nieuws

V en W begint opnieuw procedure Coentunnel

bouwbreed Premium

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is een hernieuwde besluitvormingsprocedure begonnen voor de capaciteitsuitbreiding van de Coentunnel. Rijkswaterstaat heeft hiertoe een Startnotitie opgesteld.

Het is niet voor het eerst dat het ministerie zich buigt over de Coentunnel. Al sinds 1985 is sprake van ‘een tweede Coentunnel’. In de beroepsprocedure, die was aangespannen door de gemeente Amsterdam tegen het toen opgestelde bestemmingsplan, heeft de Kroon de gemeente in het gelijk gesteld.

Het belangrijkste argument was dat de Kroon de Tweede Coentunnel niet als een verbreding, maar als de aanleg van een autosnelweg beschouwt. Zo bekeken had Rijkswaterstaat een mer-procedure voor dit po moeten doorlopen. Minister Maij heeft nu besloten dit alsnog te doen.

Fileprobleem

In de mer-studie wordt naar oplossingen gezocht voor het fileprobleem op de rijkswegen A10 en A8 tussen de aansluiting Haarlemmerweg (S103) en het knooppunt Zaandam (A7), met de daarin gelegen Coentunnel. De studie hanteert als uitgangspunt het SVV ll.

In de startnotitie stelt Rijkswaterstaat voor zeven alternatieven te onderzoeken. Naast het bestaande uitbreidingsalternatief is hierin ook het herverdelingsalternatief opgenomen. Hierbij wordt onderzocht of het mogelijk is het overtollige verkeer bij de Coentunnel te verdelen over openbaar vervoer en andere routes als de Zeeburgertunnel.

Openbaar vervoer

Voorts wordt het openbaar vervoer-alternatief onder de loep genomen. Hierin wordt uitgegaan van een forse uitbreiding van het openbaar vervoer, in combinatie met zogenaamde ‘push en pullmaatregelen’.

Dit zijn maatregelen die het autogebruik moet beperken en het openbaar vervoer stimuleren. Het wegennet zal in dit geval hoogstens worden aangepast voor het weggebonden openbaar vervoer.

De startnotitie ligt tot 17 mei ter inzage. De komende weken zullen er inspraakronden plaatsvinden in Amsterdam.

Reageer op dit artikel