nieuws

Robot optimaal voor vuil, moeilijk en gevaarlijk werk

bouwbreed Premium

Vuil, moeilijk en gevaarlijk werk kan beter aan robots worden overgelaten. Dat geldt zowel op de bouwplaats als in de fabriek. De ontwikkeling van robots voor de bouw is bemoedigend, maar er zijn nog problemen.

Op korte termijn kan het meeste resultaat behaald worden met technisch relatief eenvoudige oplossingen. Op lange termijn moeten bouwontwerpen en -processen aangepast worden om de robots optimaal tot hun recht te laten komen.

Dat was de rode draad van het symposium over robotisering in de bouw, gehouden door het Betondispuut in de faculteit Civiele Techniek van de TU Delft. Prof. ir. Ch.J. Vos van Delta Marine Consultants wees erop dat het niet het menselijke, maar het onmenselijke werk is dat in aanmerking komt voor de robot. Ir. A. van Acker van Partek Concrete International sloot hierop aan met het aanhalen van de 3 D’s: Dirty, Difficult, Dangerous (vuil, moeilijk, gevaarlijk). Werk dat door de 3 D’s wordt gekenmerkt leent zich bij uitstek voor robotisering. Een voorbeeld van zulk uitgesproken vuil en lastig werk in de betonfabriek is het polijsten van gevelelementen.

Partek Concrete heeft een ontwikkelingsprogramma voor de robotisering van de produktie van gevelelementen, genaamd ‘Dimensio’. Het gaat om de automatische fabricage van wapening, een lees- en meetsysteem met een laser, een robot voor het in drie dimensies uitfrezen van onderdelen voor mallen en het polijsten van de elementen.

Bemoedigend

Volgens Van Acker zijn de resultaten van het robotiseringspo ‘Dimensio’ tot nog toe bemoedigend. “Een van de voornaamste problemen is echter het programmeren van de computer voor het besturen van de robot”, aldus Van Acker. “Een ander essentieel punt is het evenwicht dat gevonden moet worden tussen de investeringskosten in automatisering en mechanisering en de voordelen die erdoor verkregen worden. Bij de betonindustrie, die met zeer kleine reeksen van steeds veranderende produkten wordt geconfronteerd, is het voordeel niet altijd vanzelfsprekend.”

Het is overigens mogelijk om de programmeertijd aanzienlijk te bekorten. Dat blijkt uit een po met een flexibele lascel voor de hallenbouw, in gebruik bij Staalbouw Arendse te Ulft. Ir. R.P. Krom van TNO Bouw te Delft noemde dit als voorbeeld van economisch rendabele automatisering, ook voor het lassen van kleine series. De lascel is ontwikkeld in het kader van het Europese Eureka-po ‘CIMsteel’.

Uit Japan was Tadahiko Noguchi van het aannemingsbedrijf Obayashi Corporation overgekomen. Hij gaf een toelichting op de ontwikkeling van de automatische bouwplaats, het Automated Building Construction System (ABCS). Als redenen om te automatiseren noemde hij de verhoging van de produktiviteit, de verbetering van de kwaliteit en het veiliger maken van het werk op de bouwplaats. De belangrijkste reden is echter het gebrek aan jonge, goed geschoolde arbeiders in Japan. Volgens Krom geldt deze reden inmiddels ook voor Nederland. “De instroom van de jeugd is laag en de uitstroom van ervaren krachten is groot. Hierdoor dreigt een gebrek aan goed geschoolde arbeidskrachten te ontstaan. De verklaring voor dit verschijnsel is eenvoudig: de arbeidsomstandigheden zijn over het algemeen slecht”, aldus Krom.

“Ze ke door technologische vernieuwingen verbeterd worden. Op korte termijn kan al veel resultaat worden behaald met relatief eenvoudige technische oplossingen.”

Achterstand

Krom waarschuwde ervoor dat de bouw een achterstand dreigt op te lopen voor wat betreft mechaniseren, automatiseren en robotiseren. Ook M. Dumas van de Stichting Aboma vroeg zich af, waarom het zo lang duurt voordat er robots ingezet worden voor het zware en vuile werk in de bouw. “Door de verbetering van de arbeidsomstandigheden zou het aantal ongevallen beperkt ke worden. De winst van de aannemingsbedrijven zou twee maal zo groot ke zijn als het aantal ongevallen en het ziekteverzuim gehalveerd zou worden”, aldus Dumas. Hij noemde een aantal mogelijke oorzaken voor de trage robotisering in de bouw. De ontwikkeling wordt onvoldoende financieel ondersteund, de bouwcultuur houdt de bouwpartners gescheiden, de bouwers volgen de markt in plaats van een markt te creeren, en tenslotte is de ontwikkeling van robots niet zover, dat zij materialen zowel horizontaal als verticaal ke verplaatsen. De robots ke zich onvoldoende aanpassen aan de omstandigheden in de bouw en zijn nog te kwetsbaar.

Lange termijn

Volgens Krom moeten op de lange termijn de bouwontwerpen en -processen aan de robots aangepast worden, om de robots optimaal tot hun recht te laten komen. Dat was ook de mening van Noguchi. “Om succes te ke hebben in de toekomst moeten alle partners in de bouw, zowel de aannemers als de onderaannemers, toeleveranciers, architecten, ingenieurs en opdrachtgevers hun activiteiten herzien en opnieuw vormgeven, van het ontwerpen en plannen tot aan de uitvoering en de nazorg, om een geheel nieuw bouwsysteem tot stand te laten komen”, aldus Noguchi.

‘f. la carte’

Een gerobotiseerde bouw hoeft overigens niet te leiden tot gebrek aan flexibiliteit en eentonige produkten. Dat is een vergissing, die voortkomt uit het verleden.

“Eerst heeft men gedacht dat automatisering slechts mogelijk was bij serieproduktie van uniforme produkten. Daarna dacht men aan systeembouw met uitwisselbare componenten”, aldus Van Acker.

“De hedendaagse ontwikkelingen gaan in de richting van produktie ‘a la carte’. Er zijn daarbij twee stromingen: massaproduktie gecombineerd met flexibiliteit en robotisering.” En dat geldt zowel voor de bouwplaats als in de fabriek.

Reageer op dit artikel