nieuws

Nederlandse aannemer moet Duitse bouwer serieus nemen

bouwbreed Premium

De grootste fout die een Nederlandse aannemer kan maken bij de uitvoering van een po in de bondsrepubliek, is de indruk wekken dat hij de Duitse bouwers wel eens zal laten zien hoe het nu eigenlijk moet. De Nederlandse aannemer bouwt woningen weliswaar goedkoper dan het Duitse bedrijf, maar dat voordeel komt voort uit een methode die het Duitse bedrijf zich ook eigen kan maken.

Bouwen in Duitsland interesseerde altijd al architect P. Geusebroek van het gelijknamige Amsterdamse architectenbureau. Meedoen aan een prijsvraag versnelde voor hem de toegang tot dit land. Het bureau ontving een uitnodiging een renovatie- en verbouwpo te maken voor de wijk Hohenschrotenhausen in het oosten van Berlijn waarbij tevens een stedebouwkundig plan werd gevraagd. Het bureau werkte hiervoor samen met het Amsterdamse stedebouwkundig- en landschappelijk bureau B & B. Als opdrachtgever trad de Senaat op. De selectie gebeurde aan de hand van een prijsvraag. Naast het Nederlandse deden daaraan nog zes Duitse bureaus mee. Voor het stedebouwkundige plan kreeg het bureau de eerste- en voor het architectonische ontwerp de tweede prijs.

Europadorp

Geusebroek schreef verder in op een deelplan voor het zogeheten Europadorp bij Rosslau in de Duitse deelstaat Sachsen-Anhalt. Het ging hierbij om een initiatief van voormalig bondsminister van Buitenlandse Zaken Genscher. Het po biedt een expositie van Europese bouwmethoden en -stijlen. De werken moeten ideeen opleveren voor de woningbouw in het oosten van Duitsland. Verder zorgt de architectonische uitwisseling voor een cultureel aspect. Het Europadorp telt bij elkaar 250 woningen.

Het aanreiken van buitenlandse ideeen kan de Duitse volkshuisvesting in aanzienlijke mate ten goede komen. Daarbij ke ze volgens Geusebroek de nogal gesloten rijen van de Duitse aannemerij openbreken en ervoor zorgen dat de bouwbedrijven goedkoper werken. In het geval van Sachsen-Anhalt leveren de voorschriften niet zoveel problemen op als in het westelijke deel van het land. Omdat in het oosten nog niet alle jurisprudentie ligt kan men daar op een meer ontspannen wijze met de regels omgaan.

Geusebroek overlegde met het stedebouwkundige bureau Plasmann uit Kassel over wat het bouwministerie in Magdeburg nu eigenlijk voor ogen stond met het Europadorp. Gespreksstof boden de wat Duits aandoende plannen van het bureau. De Duitse partij raadde aan niet aan te sluiten op de Duitse praktijk maar een volledig eigen plan op te stellen. Om dat optimaal te ke uitvoeren vroeg het bureau ook invloed op het stedebouwkundige plan wat het aanbieden van een totaalprodukt mogelijk maakte.

Voor de realisatie van het plan werkte Geusebroek samen met de Duitse architecte Ch. Keller. Op die manier ontstond de nodige duidelijkheid in bijvoorbeeld de ongeschreven regels die samenhangen met bouwen in Duitsland. Het gaat hierbij niet alleen om algemeen bekend geachte voorschriften die bijvoorbeeld de plaatselijke overheid hanteert maar ook om wat de Duitse consument wil. Per nationaliteit verschilt het woonpatroon en dus stelt der Duitser andere eisen aan de woning dan bijvoorbeeld een Nederlander of een Belg.

Het gaat volgens Geusebroek niet altijd om overduidelijke verschillen maar vaak ook om kleine dingen. Die ke een omgekeerd evenredig gevolg veroorzaken. Zo vraagt de Duitse consument in het geval van een koopwoning beduidend meer informatie dan bijvoorbeeld de Nederlandse koper krijgt aangeboden. Waar de Nederlander voor een aantal jaren een woning koopt, koopt een Duitser voor een langere periode. In deze woning wil de Duitse consument doorgaans ook niet graag op het maaiveld wonen maar het liefst een stukje daar boven.

De koper moet van begin af aan op de hoogte worden gesteld van afwijkingen in de uitvoering van de woning. De bouwbeschrijving is volgens Geusebroek niet alleen voor de koper van belang maar ook voor de aannemer die zich met een gedegen documentatie vrijwaart van latere aanspraken. Over en weer is het een leerproces dat minder problemen oplevert wanneer een Nederlandse partij samenwerkt met een Duitse. De te zal op grond daarvan handelingen die voordien vanzelf spraken opnieuw moeten overdenken om ze aan de andere partij door te geven.

Eisen

Een Duitse architect kan de Nederlandse partij bijvoorbeeld informeren over de eisen die verzekeringsmaatschappijen stellen aan onder meer de uitvoering van voordeursloten. De Duitse polisvoorwaarden maken verder melding van inbraakwerende rolluiken voor de ramen op de begane grond. Zaken waar een Nederlandse partij volgens Geusebroek zonder hulp ter plaatse gemakkelijk overheen kijkt.

Het plan voor Europadorp bestaat uit 55 woningen verdeeld over drie typen. Geusebroek noemde zijn inbreng tulpwoningen. De zogeheten witte tulpwoning laat zien hoe goedkoop men kan bouwen en ligt het dichtst tegen de Nederlandse normen aan. Deze woningen staan in rijen van zes. De gele tulpwoning vertegenwoordigt de middenklasse en leunt meer tegen de Duitse normen aan. Ook dit type staat in rijen van zes. De beukmaat beslaat in beide gevallen 4,80 meter. Op de locatie staat de rode tulpwoning tussen de rijen witte en gele in. Dit type bestaat uit twee-onder-een-kap woningen. Hier komt de beukmaat uit op 5,30 meter. De verkoopprijs van de drie typen vergt respectievelijk DM250000, DM275000 en DM310000.

De verkoop van de woningen loopt via het ontwikkelingsbureau waarmee Geusebroek samenwerkt. Hij geeft daarmee aan dat samenwerking essentieel is voor een succesvolle betreding van de Duitse markt. Voor de uitvoering van het bouwplan maakt men gebruik van aannemerij Terenstra uit Heiloo. Dit bedrijf beschikt in Berlijn over een eigen kantoor. Van daar uit coroterdineert de bouwer de werken in Rosslau. Voor de uss zet de aannemer Nederlands personeel in.

Zeker bouwen in het buitenland vergt een duidelijk inzicht in wat een project zal kosten. De calculatie neemt de eigen lasten en de Duitse eisen en wensen mee. In de witte tulp-woning is een trap aangebracht die het midden houdt tussen de wat steilere en goedkopere Nederlandse- en de wat ruimer en duurder gebouwde Duitse trap.

Een aanzienlijke besparing bereikte het bureau met de inrichting van de meterkast. Deze is brandwerend uitgevoerd. Daarin zitten buiten de watermeter alle meters die het gebruik van andere nutsvoorzieningen registreren. In Duitsland zitten deze meters over het geheel genomen niet zo dicht bij elkaar maar hangen in een kelderruimte die doorgaans 2 bij 2 meter meet. De andere inrichting vereiste vooraf goed overleg met de nutsbedrijven.

Hetzelfde gold voor de Nederlandse uitvoering van de elektrische leidingen. Dat voorkomt dat deze bedrijven later de constructie en daarmee de hele woning afkeuren.

Referentie

Geusebroek noemt het po in Rosslau een fraaie referentie voor andere Duitse opdrachtgevers. Het maakt in elk geval de realisatie van poen in Sachsen-Anhalt wat eenvoudiger. Andere deelstaten toonden eveneens belangstelling voor de poen in het Europadorp.

In oostelijk Duitsland voert het bureau van Geusebroek een po van 172 woningen uit in Leipzig. Het gaat hierbij om woningen volgens de portiek-etagebouw, momenteel een relatief onbekende bouwvorm in Duitsland.

Reageer op dit artikel