nieuws

MWA en vakbonden praten over maatregelen Arbo-overeenkomst over vezelprodukten op komst

bouwbreed Premium

Fabrikanten van vezelhoudende materialen, verenigd in de Mineral Wool Association (MWA) Benelux, werken samen met de Industriebond en Bouw- en Houtbond van de FNV aan een principe-overeenkomst inzake een arbeidsvriendelijke verwerking van glaswol, steenwol en keramische vezelprodukten.

Bij het overleg is ook de stichting Arbouw betrokken. Werkgevers in de bouw en de industrie zal worden gevraagd zich te scharen achter het f. mogelijk op korte termijn te verwachtenf. akkoord.

Volgens voorzitter J. van Brummen van de MWA lopen de besprekingen met de betrokken vakbonden al langere tijd en wordt er gestreefd naar “een zo breed mogelijk gedragen overeenkomst”. Hij verwacht op redelijke termijn duidelijkheid over het al dan niet tot stand komen ervan.

Doel van de overeenkomst is volgens Arbouw-directeur L. Akkers “het minimaliseren van de nadelige effecten van het werken met vezelhoudende produkten”. De stichting is naar zijn zeggen op een gegeven moment als intermediair betrokken geraakt bij het al lopende overleg tussen MWA en vakbonden ingeschakeld, omdat dit dreigde te stagneren: “Wij konden dat doen, omdat de vezelproblematiek ook in het bestuur van de stichting Arbouw nadrukkelijk speelt.”

Concept-akkoord

Inmiddels zou er al een concept-akkoord zijn, dat nog door de respectievelijke achterbannen moet worden besproken. Het bevat een aantal concrete maatregelen om het gebruik van vezelhoudende produkten in de bouw en de industrie (denk aan isolatiewerk) in goede banen te leiden.

Een van de maatregelen is gericht op het terugdringen van de concentratie van respirabele vezels per kubieke centimeter inadembare lucht. Die vezels ke doordringen in de longen en eventueel leiden tot schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de betrokken werknemer(s). Wetenschappers verschillen van mening over de vraag of dergelijke vezels mogelijk kankerverwekkend zouden zijn.

Volgens Akkers staat een ding vast: “Hoe hoger de concentratie respirabele vezels, hoe meer risico’s. Je zou wat ke doen aan die problematiek door bijvoorbeeld een grotere en dikkere vezels toe te passen. Die zijn dan niet meer respirabel. Daarmee los je enerzijds een probleem op, maar anderzijds kleeft daaraan tegelijkertijd wel weer een bezwaar. Want zulke vezels veroorzaken meer irritatie aan ogen, huid, keel en neus. Het is dus zaak om tussen die uitersten een evenwicht te vinden, dat recht doet aan de positie van zowel producenten als verwerkers.”

Belang bouw

Concrete afspraken over lengte, dikte en doorsnede van vezels zijn volgens de Arbouw-directeur vooral voor de bouw van groot belang. Dat geldt in mindere mate voor afspraken om de stofafgifte te beperken. Met andere woorden: maatregelen die moeten leiden tot minder vrije vezels in de lucht.

“Dat kan onder meer worden bewerkstelligd door aanlevering van meer kant en klare produkten, die zo geplaatst ke worden. Voor de bouw heeft dit tot gevolg dat werkmethodieken moeten worden aangepast. Vandaar dat het van cruciaal belang is dat ook de werkgevers in de bouw achter de overeenkomst gaan staan”, aldus Akkers.

Met hen moeten volgens hem nog gesprekken gevoerd worden. Hij verwacht dat daarmee op zeer korte termijn begonnen zal worden.

In de inmiddels gereedgekomen concept-overeenkomst worden jaartallen genoemd, waarin bepaalde doelstellingen bereikt moeten zijn. In de periode 1995-1996 zou de stofafgifte met 20% en in 1998 met 50% gereduceerd moeten zijn.

Voor aanpassing van de werkmethodieken zal Arbouw ingeschakeld worden. Ook is het de intentie dat de stichting belast wordt met uitvoering van metingen, die moeten uitwijzen of de overeengekomen doelstellingen in de praktijk worden gehaald.

Akkers zelf heeft goede hoop dat er uiterlijk eind mei een overeenkomst zal zijn afgesloten tussen MWA, bonden en werkgevers in bouw en industrie.

MWA-voorzitter Van Brummen zou een overeenkomst zonder meer toejuichen. Hij acht die vooral belangrijk voor degenen die met vezelhoudende materialen moeten werken. Een akkoord met de vakbonden en de werkgevers in de bouw en de industrie zal naar zijn mening een brok ongerustheid wegnemen.

Overdreven

Hij blijft zich overigens op het standpunt stellen dat de problemen met vezelhoudende materialen sterk overdreven worden. In vrijwel de meeste gevallen is volgens hem absoluut geen sprake van grote concentraties inadembare vezels.

“Op bouwplaatsen komt die problematiek al helemaal niet voor. Het speelt slechts in de industrie en dan ook alleen nog maar in heel uitzonderlijke situaties. Voor dergelijke gevallen moet je maatregelen treffen. Daar buigen we ons nu over”, verklaart hij.

Een grotere en dikkere vezel is volgens Van Brummen “technisch haalbaar maar niet de oplossing, omdat er altijd sprake blijft van fijne vezels”.

Zie ook commentaar op pag. 3

Reageer op dit artikel