nieuws

Middelgrote aannemers vervullen belangrijke rol

bouwbreed Premium

De middelgrote aannemers vervullen een belangrijke regionale (bouw)functie. Zij zijn onmisbaar als het gaat om het realiseren van de wat kleinere bouwpoen en als het gaat om renovatie en onderhoud. Het netwerk van een middelgrote aannemers is om jaloers op te worden.

Aan de Alkmaarseweg in Beverwijk is de werkplaats van Bouwbedrijf Gebroeders Schram. Volgens de taxichauffeur een bekende aannemer in de regio. Boven de werkplaats is het bescheiden kantoor van directeur H.J.R. Schram, zoon van een van de twee oprichters die de onderneming heeft voortgezet.

“We zijn 55 jaar oud, hebben een omzetniveau van f. 8 tot f. 10 miljoen en zijn gezond. In de regio hebben we zowel woningen als kantoren gerealiseerd. Voor eigen risico hebben we bijvoorbeeld een woningbouwpo uitgevoerd van f. 8 miljoen. De vaardigheid als ondernemer is, om nooit boven je macht te gaan ontwikkelen”, is de nuchtere constatering van Schram.

In de ogen van Schram, die ook actief is binnen het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid, is er wel degelijk toekomst voor bouwbedrijf Gebr. Schram en zijn collega- middelgrote aannemers in Nederland. Eerder dit jaar kwamen de accountants van KPMG Finance met een onderzoek dat middelgrote aannemers door

overnames moeten groeien, anders zou hun bestaan in gevaar komen.

“Ons soort bedrijven is veel flexibeler, omdat ze nu eenmaal wat kleiner zijn. Vooral in deze moeilijke tijden is dat een uitkomst. In nog geen jaar hebben we onze onderneming omgevormd van een algemene b&u-bouwer naar een renovatie- en onderhoudsbedrijf. We moesten resoluut het roer omgooien, omdat met name de woningmarkt vanwege het tekort aan locaties opdroogde. Daarnaast viel veel werk weg bij Hoogovens, vanwege een groot aantal reorganisaties. De aanpassing is zonder pijn verlopen en in de toekomst ke we ons zonder meer weer gaan richten op woningbouw. Ik zie Wilma niet zo’n veranderingsproces zo snel doorvoeren.”

Schram erkent wel dat er teveel middelgrote bouwbedrijven zijn. “Maar is dat nu zo erg”, vraagt hij zich af. “Als zij zich snel ke aanpassen, of zich speciali

seren, en dat stelt KPMG Finan

ce ook voor als overlevingsstrategie, dan lukt het wel, anders zullen ze verdwijnen.”

Lijmtechnologie

Een veelheid van middelgrote aannemers houdt elkaar ongewild in stand door het systeem van collegiaal in- en uitlenen van werknemers. Gaat het op ene moment slecht, dan kan men het teveel in een regionale pool doen, waaruit andere bedrijven dan hun capaciteit ke aanvullen.

“Je geeft elkaar op deze manier juist goede handvatten voor een betere toekomst. Als een aannemer onder de prijs intekent dan gaat hij op den duur toch kapot. Het in- en uitlenen helpt de zwakkere broeders echt niet een slechte tijd door.

Het voordeel van het op flexibelere manier omgaan met de mensen is dat er er juist samenwerkingsverbanden ke gaan ontstaan en dat wordt nu juist door KPMG gepropagandeerd. Zie in- en uitlenen als een voorbode van wat voor vorm van samenwerking, of misschien wel een fusie.”

Lui achterover hangen is er voor een middelgrote aannemer niet bij. Gebr. Schram mogen dan een goede reputatie hebben, deze kwijnt weg als niet volop in kennis wordt geinvesteerd. “Ook het middenbedrijf moet in technologie investeren”, meent Schram.

Pratend loopt hij naar een inbouwkast. Hij trekt er een reeks rapporten van de Stichting Bouwresearch (SBR) uit. “Als we een opdracht krijgen dan geef ik mijn personeel het de relevante informatie uit het desbetreffende SBR-rapport. Daarnaast steek ik veel energie in opleidingen. Ik probeer met de ontwikkelingen mee te gaan. Zo passen we lijmtechnieken toe.”

Een voordeel voor Schram is dat de technologische ontwikkelingen in de bouw langzaam gaan en dat de opdrachtgevers vaak vasthouden aan ‘verouderde’ methode. “Verhalen dat bouwplaatsen tot assemblage-plaatsen verworden, hoor ik al jaren. Voorlopig zie ik niet zoveel veranderen.” Als een van de weinige directeuren in de bouwnijverheid weet hij de weg naar een innovatie centrum (IC) te vinden. In het verleden heeft hij het regionale IC laten uitzoeken, of hij sneller bij een acquisitie kan worden betrokken. “Voor technische zaken schroom ik niet om in contact te komen met het IC. Zij ke kleine en middelgrote aannemers helpen bij bouwprocessen en hun organisatie.”

Familiebedrijf

Het middenbedrijf kent een grote zwakte. Veel middelgrote aannemers zijn namelijk familiebezit. De opvolging is het grootste probleem. Bij bouwbedrijf Schram speelt dit probleem ook. “Mijn zoons en dochter zetten dit bedrijf niet voort. De komende jaren gebruik ik om naar een goed vorm te zoeken, zodat de onderneming kan worden voortgezet. Binnen de hoofdgroep Middenbedrijf van het NVOB is de opvolgingsproblematiek een regelmatig terugkerend onderwerp.

Er is een aantal mogelijkheden om het bedrijf voort te zetten, en daar heb je beslist geen duur bureau voor nodig. Samenwerking, verkopen en een holding creeren zijn een paar mogelijkheden. Maar gebrek aan opvolging is zonder meer de grootste bedreiging van de middelgrote familiebedrijven”.

Reageer op dit artikel