nieuws

In Alphen aan den Rijn wordt vandaag het archeologisch themapark Archeon voor het publiek geopend.

bouwbreed Premium

Op basis van wetenschappelijke kennis is het verdwenen verleden vanaf de laatste IJstijd tot de late Middeleeuwen herbouwd. De prehistorie, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen vormen de drie hoofdgebieden van het park. In het Archeon zijn tientallen wetenschappelijk verantwoorde reconstructies van nederzettingen en landschappen aangelegd, waar ook mensen en dieren hun plaats innemen. Op veel plaatsen kan de bezoeker behalve kijken ook actief meedoen; zo kunt u met meehelpen een hunebed of middeleeuws kasteel bouwen en na afloop een bad nemen in een Romeins badhuis. Nu de eerste bouwfase is afgerond en officieel in gebruik genomen, gaat – ruim twee jaar nadat men is gaan bouwen – nu de tweede fase van start. In deze tweede fase wordt gebouwd volgens de traditionele bouwtechnieken.

“Voor de eerste fase hebben we zoveel mogelijk moderne bouwtechnieken gehanteerd. Omdat het bouwen anders niet meer te betalen zou zijn. Wel hebben we heel wat moeite moeten doen om de juiste bouwmaterialen te vinden. Om enkele voorbeelden te noemen; stro uit Polen, hout uit heel Europa en Romeinse dakpannen uit Italie,” aldus ing. J.J. de Back, directeur Werk van het Archeon.

Tijdens deze tweede fase staat een reconstructie van de haven van Dorestad op het programma, een middeleeuws mottekasteel en de veenontginning uit Assendelft. Twintig gemotiveerde bouwers uit de eerste fase gaan zich bezighouden met de tweede fase. De verschillende bouwtechnieken uit het verleden zijn allemaal voor het publiek te bekijken en wie wil kan meebouwen.

Met authentiek gereedschap wordt gebouwd op de manier die in die periode gebruikelijk was. Dat houdt in dat voor de Bronstijd wordt gewerkt met bronzen bijlen. De zaag bestaat pas sinds de Romeinse tijd en voor de Steentijd zijn alleen stenen bijlen en gereedschappen beschikbaar. De gereedschappen zijn nieuw, maar altijd gebaseerd op gevonden gereedschap.

“We bouwen het verdwenen verleden, maar om dat ook volledig te doen met de originele bouwtechnieken is een onhaalbare kaart. Dat zou onbetaalbaar zijn geworden,” vertelt De Back.

Vooral bij het bouwen van de prehistorie en middeleeuwen zijn veel houten palen gebruikt. Er werd hier gebruik gemaakt van kettingzagen. Maar om de palen er ook oud uit te laten zien werden ze nagedisseld. Toch blijken moderne technieken niet altijd beter te zijn. In de periode van de Bandkeramiekers werden veel dikke stammen gebruikt bij de bouw. “Hout klieft echter het beste als het nat is en dan gaat het soms nog het makkelijkste met de hand. Je moet je wel bedenken dat de mensen in die tijd ambachtslieden met een handvaardigheid waar we nauwelijks meer aan ke tippen. wat ons nu lukt, werkte voor hen zeker.

In Alphen aan den Rijn is op zestig hectare het archeologisch themapark verrezen. Op dit moment is veertig hectare van het park bebouwd. Alle huizen en andere bouwsels zijn gebaseerd op archeologisch materiaal.

“De plattegronden zijn bewezen. Maar de bouwwerken staan er nu bij zoals ze er toen naar alle waarschijnlijkheid hebben uitgezien. Uiteraard is er heel wat gediscussieerd over de interpretatie van de plattegronden. Discussies die de bouwers soms te lang duurden en de archeologen veel te kort, maar op een gegeven moment moeten er knopen worden doorgehakt en ik denk dat er een goed stuk werk is geleverd”, aldus de directeur.

De eerste bouwwerken stammen uit het mesolithicum dat zo’n 10000 jaar geleden begon. “We zijn gestopt in 1350. En dat om de simpele reden dat we het verdwenen verleden hebben gebouwd en vanaf de late middeleeuwen zijn nog gebouwen overgebleven.” De periode daarvoor wordt belicht in het entreegebouw. De periode van oerknal, via de dinosaurussen naar de ijstijden wordt met behulp van een soort tijdmachine uitgebeeld.

Leefvormen

De Back: “De manieren van bouwen zijn in de loop van de eeuwen veranderd met de leefvormen van de mensen. In het Mesolithicum leefden er jagers en verzamelaars; hun woningen bestonden niet uit meer dan ronde hutjes en afdakjes. De Bandkeramiekers waren de eerste boeren die zich min of meer vast vestigden. Daar werd hun bouwstijl op aangepast. Steeds degelijker werd er gebouwd. Sindsdien is er tot in de middeleeuwen relatief weinig veranderd aan de bouwtechnieken. Hout, riet en leem waren de basis van al het bouwen. Uiteraard vond er een verfijning plaats, maar de gebruikte gereedschappen en materialen veranderden nauwelijks. Grote uitzondering is de Romeinse periode in ons land. Deze bouwstijl is op geen enkele manier te vergelijken met wat voor en na die periode is gebouwd.”

Voor de periode van de steentijd tot de late Middeleeuwen zijn allemaal verschillende landschappen nodig. Zowel het veranderende klimaat als de aanwezigheid van mensen hadden invloed op het landschap. “Om een paar voorbeelden te geven. In de IJzertijd werd het landschap gedomineerd door berkjes, naaldhout en morenestenen. De Bandkeramiekers hebben vooral in Limburg geleefd en daar drukte lrotess een stempel op het landschap. Het Trechterbekervolk daarentegen leefde vooral in Drenthe in een omgeving van berkjes en dennen. Om een zo natuurgetrouw beeld te geven zijn al deze landschappen nagebootst en komen we aan het indrukwekkende aantal van 38 verschillende soorten.”

Om het een en ander verder te verlevendigen wonen er vijftig mensen in het park. Ieder zal laten zien hoe mensen in de betreffende periode leefde, bouwde en woonde. Het demonstreren van verschillende ambachten en technieken hoort daarbij. De bezoekers mogen ook zelf meehelpen.

Stro

Het vinden van de verschillende bouwmaterialen verliep niet zonder slag of stoot. In vroeger tijden werd veel gebruik gemaakt van stro als dakbedekking. “Stro is tegenwoordig alleen nog maar geperst te verkrijgen. Om toch aan stro te komen hebben we zelf een akker met tarwe en rogge laten planten. Deze verregende echter en toen hadden we dus nog steeds geen stro. Uiteindelijk is er stro geussenmporteerd uit Polen.”

“Waar tegenwoordig de pen/gat verbinding wordt gemaakt, werden eeuwenlang wilgentenen en bramenranken gebruikt. En zoals we nu veel aan elkaar bevestigen met spijkers en bouten, werd toen veel gebruik gemaakt van leren riemen. Maar waar vind je tegenwoordig onbewerkt leer. De oplossing werd hier gevonden doordat we in contact kwamen met een slager die nog zelf slacht. Het leer wordt gerookt en dan heb je een ruwe vorm van touw.”

Het hout is door de eigen bouwploeg gezaagd. Er waren zoveel afwijkende maten en vormen nodig. Het hout werd onder andere gevonden in Oosterbeek, Noord Frankrijk, De Horsten en het Amsterdamse bos.

De Back: “Dat vergde al het nodige speurwerk, maar de Romeinse dakpannen leverden pas echt een probleem op. We hebben heel Europa afgesprokkeld en in Zuid-Italie stond nog een piepklein fabriekje dat dakpannen maakt met de vereiste vorm. De kloostermoppen voor de Middeleeuwse stad waren veel makkelijker te vinden. De zogenoemde Euromop wordt tegenwoordig nog gewoon gemaakt.”

Het hele po vergde een investering van f. 69 miljoen. De hoofdaannemer is Cultuurweg. De Romeinse stad nam L. Gesman voor zijn rekening. De Middeleeuwse stad werd opgetrokken door Castellum bouw. Het hypermoderne entreegebouw heeft in 1992 dienst gedaan als Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling Expo ’92 in Sevilla. Bouwbedrijf Obdeijn BV uit Deventer heeft dat weer in Alphen opgebouwd. Verder is er een permanente eigen bouwgroep. Mensen die al eerder ervaring hadden opgedaan met historische poen als de Batavia, Orvelte en dergelijke.

Reageer op dit artikel