nieuws

Brandweer onbekend met verschijnsel stofexplosie

bouwbreed Premium

De brandweer in Nederland is slecht bekend met het verschijnsel stofexplosie. Ze is dan ook onvoldoende toegerust om te weten in welke gevallen zo’n ontploffing zich kan voordoen. Ook is er weinig kennis in huis over de te nemen maatregelen bij een dreigende stofexplosie.

Dat blijkt uit een onderzoeksrapport, dat is opgesteld door de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding van het ministerie van binnenlandse zaken, in samenwerking met de politie en de Arbeidsinspectie. Aanleiding tot het onderzoek is het drama dat zich op 18 september vorig jaar voordeed bij het houtvezelverwerkingsbedrijf Labee Vezelpers BV in Langerak (gemeente Liesveld). Door stofexplosies daar kwamen drie mensen, onder wie twee brandweermannen, om het leven. Stofexplosies vinden alleen plaats als aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Er moet zuurstof zijn, een hoeveelheid zeer fijn verdeelde brandbare stof en een ontsteking. Bovendien moet dat mengsel ontstaan in een gesloten ruimte als een pakhuis of een silo. Een vonkje is al voldoende de zaak te laten ontploffen. De inspectie pleit er in het rapport onder meer voor de brandweeropleiding- en examinering beter op de praktijk af te stemmen. Ook moeten gemeenten een lijst opstellen met zogenaamde risicobedrijven. De inspectie doet ook een dringend beroep op hen, strak de hand te houden aan toepassing van de Arbeidsomstandighedenwet bij brandbestrijding. De onderzoekers hebben tal van getuigen gehoord.

Cursisten

Om hun bevindingen naar landelijk bruikbare informatie te vertalen, hebben ze ook een enquete onder bijna honderd cursisten van de officiersopleiding adjunct-hoofdbrandmeester gehouden. Het ongeval in Langerak werd voorafgegaan door een kleine brand. Juist toen de brandweer het vuur redelijk onder controle begon te krijgen, kwam in de ruimte boven een met houtstof en -krullen gevulde bunker een mengsel van koolmonoxyde en houtstof, in aanraking met het vuur. Het gas kwam vrij uit smeulende materialen. Het mengsel explodeerde en daarop volgden snel enkele stofexplosies. De brandweer van Liesveld was daarop niet berekend. Ze kon het ongeluk dan ook onmogelijk voorzien, zo blijkt uit het onderzoek. De onderzoekers concluderen dat het brandweerkorps noch de gemeente Liesveld enige blaam treft. Zij troffen alle maatregelen die in hun vermogen lagen. Wel stelt het rapport dat de kans op dergelijke gebeurtenissen in de toekomst aanzienlijk kan worden verkleind. Als risico’s niet direct duidelijk zijn en er geen te redden personen meer in het brandende pand zitten, moet de brandweer de aloude gedachte ‘als het brandt, moet er meteen worden geblust’, loslaten, zo vindt de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding. Dat is nu nog niet gangbaar. Evenmin is het toezicht op veilig optreden, ook bij nablussing, ingeburgerd.

Verder schrijft de inspectie dat er wat dergelijke bedrijven betreft nog onvoldoende voorzieningen zijn voor de veiligheid van brandbestrijders. Op dat punt zou het ook bij de vezelpers beter moeten, maar het bedrijf is onschuldig omdat het wel voldeed aan de toen geldende normen. Er zitten namelijk gaten in de regelgeving voor brandveiligheid, die volgens de onderzoekers hoognodig moeten worden gedicht. Ook aan de voorbereiding van brandbestrijding en de opleidingen voor de brandweer mankeert nog het een en ander. De behandeling van de stof- en koolmonoxyde-explosies is bij voorbeeld meestal heel theoretisch.

Op korte termijn

De inspectie adviseert op korte termijn zowel gemeentelijk als landelijk deze problematiek aan te pakken. Zo moeten gemeenten een inventarisatie en evaluatie maken van de risicobedrijven. Ook moeten ze een “aanvalsplan” maken met concrete regels voor wat te doen bij brand in een bedrijf als de vezelpers. Om te zorgen dat de brandweer zich kan wapenen tegen het risico van stof- en koolmonoxyde-explosies, moet er volgens de inspectie een algemeen van toepassing zijnde aanpak komen. De brandweeropleiding en -examinering moet meer praktijkgericht worden. Zowel Binnenlandse Zaken als het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid wil nader onderzoek naar het gevaar van stofexplosies. Voorts moeten er duidelijke regels komen over welke risico’s zowel gemeente als brandweer bij bluswerkzaamheden willen accepteren. Dit geldt niet alleen voor gebouwen met gevaar voor stofexplosies, maar ook voor onoverzichtelijke panden, complexe installaties en bij voorbeeld gevaarlijke stoffen.

Reageer op dit artikel