nieuws

Zelfregulering in miliebeleid kan optreden overheid niet vervangen

bouwbreed Premium

De SER voelt zich aangesproken door het grotere beroep dat het NMP-2 doet op de verantwoordelijkheden en het vermogen tot zelfregulering van de maatschappij. Zelfregulering mag echter niet op alle gebied het optreden van de overheid vervangen.

Daarbij mag de overheid met het milieubeleid geen inkomenspolitiek bedrijven. Regulerende heffingen op wat ruimere schaal moeten bij voorkeur samen gaan met een algemene lastenverlichting.

Volgens de SER vergt zelfregulering een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid, ondernemingen, instellingen en bemiddelende organisaties. Het stelt hoge eisen aan politieke besluiten. De overheid mag de zelfregulering niet gebruiken om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.

De SER geeft met dit advies een reactie op een adviesaanvraag die minister Alders eerder deed. De SER zal binnenkort een vervolgadvies uitbrengen over de maatregelen die het NMP-2 aangeeft voor verkeer en vervoer.

Berekeningen van het RIVM tonen volgens de SER aan dat de voorgenomen maatregelen ter vermindering van de CO2-uitstoot per saldo niets hoeven te kosten. Tegen de uitgaven voor de maatregelen staan hogere opbrengsten aan energiebesparing. Realisatie van de beoogde milieu-effecten vereist evenwel aanvullende maatregelen waarvoor het NMP-2 nog geen budgettaire dekking aangeeft. De SER vindt dat de overheid met het geven van algemene regels, normen of beschikkingen verantwoordelijk blijft voor de grote lijn van het milieubeleid. Bedrijven en instellingen dienen deze voorwaarden na te leven. Bemiddelende instanties zoals bedrijfstakorganisaties dragen er het hunne aan bij dat de doelgroep beter wordt bereikt. Dergelijke organisaties voeren overleg met de overheid en zorgen ervoor dat de overeengekomen inspanningen in praktijk komen.

De SER houdt onverkort vast aan een regulerende energieheffing in EU-verband. Hier geldt de voorwaarde dat de regeling ongewenste effecten op de concurrentiepositie voor het communautaire bedrijfsleven voorkomt.

Degenen die de heffing moeten betalen moeten echter wel informatie ontvangen over het doel van de rekening, de komende gang van zaken, het gevolg van de maatregel voor het milieu en de wijze waarop men zich aan de regel kan aanpassen. Verder moet de plaats van de heffing tussen andere maatregelen duidelijk worden gemaakt en moeten overbodig geworden of dubbelop werkende instrumenten formeel en daadwerkelijk verdwijnen. De opbrengst van de heffing moet ervoor zorgen dat de kans op een prijs/loon-spiraal verkleint. Het tarief van de heffing mag alleen dan stijgen wanneer het milieu dat vereist of omdat de gedragsaanpassing op het plan achterblijft. Subsidies ke dat laatste bijsturen.

Reageer op dit artikel