nieuws

Investeringen in Brabantse wegensector blijven achter

bouwbreed Premium

De provincie Noord-Brabant wil dit jaar nog eens f. 6,9 miljoen uittrekken voor nieuw beleid. Het grootste deel van dat bedrag (f. 5,3 miljoen) is bestemd voor sociaal-economische poen. Dit alles is onder meer te danken aan besparingen op de kapitaaldienst in 1993, mede doordat de investeringen in de wegenbouw fors achterbleven. Die achterstand wordt dit en volgend jaar ingelopen, maar levert een flinke rentewinst op.

Volgens gedeputeerde W. van Beek staat de provincie er financieel gezond bij. De begroting is sluitend. Bovendien bleek het mogelijk een aantal bezuinigingen door te voeren, dat incidenteel van aard is en derhalve niet op de begrotingen voor de komende jaren zal drukken. Van het geld dat voor nieuw beleid beschikbaar is, komt f. 3 miljoen uit het infrastructuurfonds. Het industrie- en havenschap Moerdijk levert f. 1 miljoen winst bij en f. 1,3 miljoen komt uit de algemene middelen. Het geld wordt gedeeltelijk gebruikt voor realisering van de nieuwbouwplannen van het Van Abbe Museum in Eindhoven en het Nationaal Oorlogs- en verzetsmuseum in Overloon.

Onderuitputting

Het aan het eind vorig jaar gerealiseerde investeringsvolume in de kapitaaldienst bleek f. 23,5 miljoen lager te zijn dan begroot. Daarvan is f. 7,6 miljoen toe te schrijven aan onderuitputting in de wegensector.

Van dit bedrag is f. 1,9 miljoen afkomstig uit onderschrijding bij grondverwerving, vooral bij het grote wegenbouwpo Mill-Haps-Oeffelt.

Op instandhouding/periodiek onderhoud en afronding van aanbestede werken was sprake van onderuitputting van f. 2,4 miljoen. Vooral een gevolg van geringere uitvoeringskosten, vertraging in de uitvoering van activiteiten van derden en opschorting van werkzaamheden onder invloed van slechte weersomstandigheden in het najaar van 1993.

Stagnatie

Voor mobiliteitspoen werd ook nog eens f. 2,2 miljoen minder uitgegeven, hetgeen voortvloeit uit voordelige eindafrekeningen, veroorzaakte stagnatie door planologische procedures, problemen bij grondverwerving en vertraging in werken die vantevoren door derden (gemeenten) zijn uitgevoerd.

In uitvoering

Gedeputeerde Van Beek beklemtoonde in een persconferentie dat de besparing over 1993 op de kapitaaldienst in feite geen besparing is omdat de nog niet gepleegde investeringen naar 1994 en 1995 zijn verschoven.

Het beschikbare investeringsvolume voor aanleg en verbetering van wegen bedraagt voor de bestuursperiode 1992-1995 volgens hem f. 195 miljoen. Daarvan is tot nu toe f. 93 miljoen uitgegeven. “De resterende f. 100 miljoen wordt in 1994 en 1995 absoluut besteed”, zo verzekerde hij: “De in 1993 niet gerealiseerde investeringen zullen zelfs vrijwel geheel in dit jaar worden uitgevoerd.”

Duidelijk is volgens hem wel dat door deze verschuivingen de provincie rentewinst boekt. Maar ook de situatie op de geldmarkt speelt de provincie in de kaart.

“We zijn een provincie die volop investeert. We leggen nogal wat wegen aan. In de begroting is uitgegaan van 7% rente voor geldleningen ten behoeve van infrastructuur. Maar we hebben onlangs f. 25 miljoen geleend tegen een percentage onder 6%. Kijk, dan hou je geld over voor nieuw beleid.”

Reageer op dit artikel