nieuws

Hunter Douglas wil grotere markt in bouw

bouwbreed Premium

Hunter Douglas wil zijn aandeel in (vlies)gevels en plafonds aanzienlijk vergroten. Het ‘bekledingsconcern’ vindt dat nog te weinig architecten, poontwikkelaars, beleggers en aannemers hun produkten toepassen. Het nieuw te bouwen hoofdkantoor van ABNwhatAmro in Amsterdam zal, als het aan Hunter Douglas ligt met hun gevelsystemen worden bekleed.

“Ongeveer 35 tot 40 procent van de omzet komt voor rekening van onze groep bouwprodukten (Luxalon en Nedal/evo). Met meer verkoopinspanningen en met nog betere produkten zou dit percentage best wel eens hoger ke gaan worden. Op dit moment worden nog te weinig van onze gevel- en plafondprodukten in de utiliteitsbouw gebruikt”, meent M. Baars, vice- president en managing director Hunter Douglas Europe. Zijn bedrijf presenteerde gisteren in Rotterdam de resultaten over 1993.

Baars: “Door de recessie in Engeland, Zuid Europa en Scandinavie hebben we het erg moeilijk gehad. Daarentegen vielen de bouwmarkten in Nederland en Duitsland ons meer dan mee. Vooral in het voormalige Oost-Duitsland zullen veel van onze produkten toegepast gaan worden.” Het gevolg hiervan was zowel de omzet als het resultaat onder druk stonden. De omzet Europa, Midden-Oosten en Afrika liep in 1993 terug met f. 9,3 miljoen tot f. 783,3 miljoen.

De problemen in de utiliteitsbouw heeft Hunter Douglas opgevangen door andere segmenten te gaan aanboren. “Een stuk van de Nederlandse produktie Bouw is verlegd en maakt plafonds voor de consumentenmarkt”, aldus Baars. “Daarnaast zijn we met zeer gespecialiseerde produkten gekomen die weliswaar duur zijn maar van zeer hoge kwaliteit. Al met al zijn onze produkten voor de bouw zeer winstgevend.”

Tevreden

Over het resultaat is het Rotterdamse bedrijf redelijk tevreden. Het nettoresultaat steeg van f. 46,9 miljoen tot f. 62,8 miljoen. Worden de buitengewone lasten in het cijfer over 1992 (f. 13,5 miljoen) meegerekend dan was de resultaatstijging zelfs 88 procent. De verbetering van het resultaat in 1993 volgt op een slecht jaar, waarin het nettoresultaat voor buitengewone lasten met 34,3 procent zakte en de nettowinst met 53 procent slonk. De winst in 1991 bedroeg nog f. 71,4 miljoen. De omzet bij de fabrikant van onder meer Luxaflex steeg in het afgelopen boekjaar met 5,9 procent van f. 1,68 miljard tot f. 1,78 miljard. Het bedrijfsresultaat wist Hunter Douglas met zo’n 20 procent te verbeteren van f. 113,1 miljoen tot f. 135,6 miljoen. De aardige prestaties over het afgelopen boekjaar zijn volgens Hunter Douglas behalve aan de sterkere economische activiteit in Noord-Amerika en de aan de dollar gerelateerde economieen, ook te danken aan de hogere Amerikaanse dollar en de gedaalde rentetarieven. Anderzijds moest de onderneming het als aluminiumsmelter doen met lagere aluminiumprijzen. Hunter Douglas is voor 15 procent eigenaar van de Pechiney-smelterij in Vlissingen en houdt een deelneming van 3 procent in de smelterij in Tomag (Australie). Van deze twee fabrieken betrekt men 35000 ton aluminium voor eigen gebruik. Een zorg vormt nog steeds de lage aluminiumprijs als gevolg van het overaanbod van een miljoen ton uit het oostblok.

Utrecht

Het aluminium-extrusiebedrijf van Hunter Douglas, Nedal, waar aluminium op een bepaalde manier geperst wordt, in Utrecht ging ‘aanzienlijk’ in volume en prijzen achteruit. Desondanks bleven de resultaten ‘bevredigend’. Een duidelijke uitspraak over het lopende boekjaar durft Hunter Douglas dan ook niet aan. Voor 1994 is Hunter Douglas-topman Ralph Sonnenberg tamelijk voorzichtig in zijn verwachtingen. “In de Verenigde Staten gaat het beter, maar de markten op het Europese vasteland zijn in recessie en ik voorzie dit jaar nog geen herstel.” Voor de langere termijn is het concern echter redelijk optimistisch. Vooral het economisch herstel in de Verenigde Staten en andere Angelsaksische landen biedt het bedrijf houvast, maar van de in recessie verkerende markten op het vasteland van Europa is in 1994 geen herstel te verwachten.

Reageer op dit artikel