nieuws

Asbestsanering, domein van milieumaffia

bouwbreed Premium

In Nederland wordt asbestsanering in de bouw op grote schaal uitgevoerd door niet gekwalificeerde bedrijven met even ondeskundig personeel. ’s Morgens in alle vroegte pikken busjes bij stations ongeschoolden op die ingezet worden bij asbestsanering. Van de risico’s die ze lopen zijn ze in het ongewisse. Maatregelen ter bescherming tegen langdurige blootstelling aan kankerverwekkende asbestvezels blijven vaak achterwege. Maar de hoge kosten daarvan worden wel in rekening gebracht. Ook wordt misbruik gemaakt van de naam van de Bedrijfsgezondheidsdienst (BGD). Anderzijds zijn er ook opdrachtgevers, die zelf – uit kostenoverweging- erop aandringen maatregelen weg te laten. Het gevaarlijke asbesthoudende afval kan steevast probleemloos door de ondeskundige saneerders worden gestort. Kortom, met asbest valt geld te verdienen. Veel geld zelfs. Een verhaal over milieu maffia in ons land.

Ongeloof. Dat is de eerste reactie bij het aanhoren van de verhalen over de kwalijke praktijken die toegepast worden op gebied van asbestsanering. De -gedetailleerde- informatie over misstanden komt echter uit een onverdachte, maar zeer deskundige hoek: bedrijfsgezondheidsdiensten in Nederland. En wordt naderhand bevestigd vanuit de Arbeidsinspectie en de Vereniging van Asbestverwijderende Bedrijven (VAVB).

Informanten binnen de BGD’en wensen nadrukkelijk anoniem te blijven. Uit angst voor represailles: “Het gaat hier namelijk echt om criminelen, die je letterlijk het mes op de keel zetten.” Vandaar ook wellicht dat optreden tegen deze ‘asbestsaneerders’ veelal achterwege blijft. Zij ke doorgaans straffeloos hun gang gaan en zich zodoende verrijken. Over de rug van argeloze werknemers en ten koste van -vaak even argeloze- opdrachtgevers.

Wantoestanden komen op veel grotere schaal voor dan menig beleidsmaker in dit land voor mogelijk houdt. En ke ook plaatsvinden, ondanks het bestaan van strakke regelgeving.

De bouw was de eerste bedrijfstak die het gevaar van asbest inzag. Jaren geleden al werd in de cao het be- en verwerken van asbesthoudende produkten verboden. Inmiddels is dat verbod nu ook vastgelegd in het Asbestbesluit (onderdeel van de Arbeidsomstandighedenwet). Daarop aansluitend volgden wettelijke maatregelen voor het verwijderen van asbest. Het Asbestverwijderingsbesluit bepaalt dat sinds 1 oktober 1993 dergelijke werkzaamheden uitsluitend uitgevoerd mogen worden door deskundige bedrijven. En geeft aan welke criteria en voorzorgsmaatregelen daarbij in acht dienen te worden genomen. Op de uitvoering ervan moet op het werk gelet worden door een Deskundig Toezichthouder Asbestsloop (DTA).

Om te voorkomen dat elk willekeurig bedrijf zich als ‘gespecialiseerd asbestsaneerder’ op de markt aanbiedt, wil de overheid toe naar certificering. Dat gebeurt aan de hand van de al opgestelde Nationale Beoordelingsrichtlijn Asbestverwijderen (BRL), verkrijgbaar bij Intron in Houten. Vooral de VAVB heeft, sinds de oprichting in 1990, veel tijd, energie en geld gestoken in de totstandkoming van de BRL. Ook was de vereniging (26 leden en 7 aangesloten leden) nauw betrokken bij het (laten) vervaardigen van een werkboek asbestverwijderen dat in certificering geinteresseerde bedrijven behulpzaam kan zijn bij het voorbereiden op certificatie.

Verwacht wordt dat na begin 1995 uitsluitend nog de volgens de BRL gecertificeerde bedrijven als deskundig worden aangemerkt.

Het behoeft geen betoog dat voor asbestsanering aanbevolen wordt om juist met gespecialiseerde verwijderingsbedrijven in zee te gaan. Dit vanwege de grote risico’s voor de gezondheid van mensen. Maar ook met het oog op een milieu-verantwoorde verdere verwerking van het asbesthoudende afval. Dat moet namelijk worden beschouwd -en dus ook behandeld- als chemisch afval. Deskundige bedrijven weten precies hoe daarmee moet worden omgesprongen.

Uitvoering van een asbestsaneringspo vereist een nauwgezette voorbereiding. Eerst moet het deskundig bedrijf inventariseren waar asbest zit en in welke hoeveelheid. Vervolgens dient een onder toezicht van de Arbeidsinspectie staand laboratorium de aangetroffen asbesthoudende materialen te identificeren op soorten asbest. En dat alles levert een rapportage op, zodat alle bij het po betrokken partijen (van opdrachtgever tot aannemer/sloper, volledig geinformeerd zijn.

Wanneer wordt besloten tot daadwerkelijke uitvoering van een asbestsaneringspo, dient dit gemeld te worden bij de dienst bouw- en woningtoezicht van de gemeente. Maar die maatregel wordt nogal ontdoken, mede doordat veel gemeenten gewoon de noodzakelijke kennis ontberen.

Deskundige saneringsbedrijven nemen alle verplicht voorgeschreven maatregelen in acht. Dat begint al met een grondige medische keuring (door de BGD) van in dienst tredende werknemers. Een keuring die elke drie jaar herhaald moet worden en ook zou dienen plaats te vinden bij uitdiensttreding. Keuring is geen overbodige luxe. Asbestsanering is namelijk fysiek zwaar belastend werk, dat vaak onder moeilijke omstandigheden wordt uitgevoerd. In kruipruimten, op zolders en op nauwelijks bereikbare plaatsen zoals ventilatiekanalen, stoomleidingen etc. “Niet iedereen is daarvoor geschikt”, aldus een BGD-woordvoerder.

Dat degenen die asbest verwijderen vaak als maanmannetjes verkleed rondlopen is volgens hem evident: “De buitenwereld beschouwt dat vaak als overtrokken. Maar ze beredeneren dat dan wel vanuit hun eigen persoonlijke situatie, waarin van feitelijk langdurige blootstelling aan de schadelijke asbestvezels geen sprake is. Bij saneerders ligt dat geheel anders. Die worden langdurig -dag in, dag uit- beroepsmatig blootgesteld aan hoge concentraties asbestvezels. Ze lopen daardoor een sterk verhoogd risico op kanker. Er is dus alles aan gelegen om hen te beschermen.” Bedrijven die het goed voor hebben met hun mensen (“en die zijn er gelukkig ook”) zorgen derhalve voor optimale beveiliging. De wijze waarop een saneringspo wordt uitgevoerd, is tot in de kleinste details vastgelegd in een door de Arbeidsinspectie goed te keuren werkplan dat op aspecten van veiligheid en gezondheid is getoetst door de BGD. Op de naleving ervan wordt toegezien door de al genoemde DTA.

De tevoren al goed opgeleide werknemers (“die weten van wanten en hebben goede sociale vaardigheden”) worden vervolgens uitgerust met een volgelaatsmasker met overdruk en een P-3 filter en trekken beschermende kleding aan over hun naakte lijf. Die spullen moeten met de regelmaat van de klok (“er zijn heel goede bedrijven, die hun werknemers om de paar uur nieuwe filters en pakken verstrekken”) worden vervangen. BGD’en propageren in dat verband wegwerpkleding. Dat is makkelijker. Daarbij komt dat kunststof pakken niet goed ademen.

Via een ‘containment’ (een soort sluis) komen de werknemers in de feitelijke werkruimte. Daarin moet de door de wet voorgeschreven 30 pascal onderdruk geregeld zijn. En ook moet een installatie de lucht afzuigen en filteren. Een speciale monitor moet de onderdruk continu registreren. Gaat er iets mis, dan volgt een alarmering. Overdag op de werkplek zelf, zodat meteen ingegrepen kan worden. Maar ook ’s avonds en in het weekeinde wordt de onderdruk in de gaten gehouden via een doormelding naar het saneringsbedrijf.

Als werknemers naar buiten willen, moeten ze in de ‘containment’ hun beschermende kleding uittrekken en zich grondig douchen: “Er moet echt voorkomen worden dat ze ook maar een asbestvezel meenemen.”

In de praktijk echter vindt op grote schaal asbestsanering plaats, waarbij alle verplicht gestelde voorzorgsmaatregelen aan de laars worden gelapt. Beunhazerij door ondeskundige bedrijven en werknemers viert hoogtij.

Strenge controle -door BGD of Arbeidsinspectie- is de enige manier om die ontwikkeling te bestrijden. “Maar hoe kun je dat doen als poen niet worden aangemeld?” vraagt een BGD-woordvoerder zich af.

De overheid onderkent volgens hem het probleem en verwacht dit met certificering te ke beteugelen. “Maar het duurt nog minstens tot april 1995 voordat certificering een feit is. En dan nog. Het certificaat halen is een, het behouden is twee. Er zal dan ook op deskundige bedrijven toezicht moeten komen, in de vorm van onaangekondigde controles”, vindt hij.

Dat er op grote schaal gerotzooid wordt bij asbestsanering verbaast hem niet. “Met uitvoering van sloop en renovatiepoen, waarbij asbest verwijderd moet worden, zijn heel veel kosten gemoeid. De aanwezigheid van asbest vertraagt het werk en dat werkt kostenverhogend. Ook de te nemen beschermende maatregelen kosten veel geld”, licht hij toe.

Kortom, inschakeling van een deskundig verwijderingsbedrijf leidt tot vertraging en verhoging van kosten. En dat biedt ruimte voor wantoestanden, gebaseerd op pure misleiding.

Het komt veelvuldig voor dat asbestsaneringspoen afgedekt zijn met dik zwart zeil. Daarvoor staan levensgrote waarschuwingsborden met de pakkende tekst “Pas op. Asbest. Levensgevaarlijk. Kan kanker veroorzaken.”

et gevolg is dat elke buitenstaander het wel uit zijn hoofd laat de locatie te betreden. Mensen lopen er bij voorkeur met een grote boog omheen: “Niemand durft zich er naar binnen te begeven, uit angst voor de risico’s.” Zeil en bordjes wekken de indruk dat er conform de regels wordt gewerkt. Maar dat is vaak schijn: “Je kunt als bedrijf gewoon je gang gaan. Niemand ziet immers wat je doet”.

Opdrachtgevers weten vaak niet beter of er is sprake van -kostbare- beschermingsmaatregelen. Dat is hen in de offertes en werkplannen in elk geval voorgehouden. En daarvoor betalen ze ook. Fors soms, afhankelijk van de omvang van een po.

Bovendien worden ze misleid doordat in overlegde werkplannen wordt gesuggereerd dat die getoetst zijn door een met name genoemde BGD. Dat wekt kennelijk voldoende vertrouwen om met een ondeskundig, sjoemelend bedrijf in zee te gaan. Gecontroleerd wordt die informatie vrijwel nooit:

“Door het noemen van de BGD alleen al krijg je makkelijker een opdracht en kun je een offerte indienen die aanmerkelijk hoger is dan de feitelijke kosten. Daar zit de winst.”

Asbestsaneringsbedrijven die keurig werken, maken met BGD’en afspraken over arbeidshygienische en medische begeleiding van poen. “Zo hoort het ook”, aldus een BGD-zegsman.

Desondanks komen er bij BGD’en tal van telefoontjes (vaak anoniem, onder meer van verontruste bouwvakkers) binnen over asbestsanering waarbij maar wat wordt aangerotzooid.

Bouwvakkers houden hun mond als ze in een renovatiepo opeens tegen asbest aanlopen. “We weten dat het gevaarlijke troep is. Maar niemand durft er wat van te zeggen en om beschermende maatregelen te vragen. Uit angst voor ontslag. Niet zo zeuren maar doorwerken, zegt de baas. Stel je je toch kritisch op, vlieg je meteen de laan uit”, aldus een oudere timmerman, die heel veel in de renovatiesfeer werkt. Hij bezweert dat dit gangbare praktijk is bij de meeste aannemers.

Veel sjoemelende saneringsbedrijven werken met ongeschoolden. Goedkope, niet kritische arbeidskrachten die dagelijks in alle vroegte met busjes opgehaald bij stations, waar ze staan te wachten op werk. Als ze vragen wat ze gaan doen krijgen ze -bijvoorbeeld- te horen dat ze die dag asbest gaan verwijderen. Niemand beseft echter wat dat dan wel inhoudt en welke risico’s eraan kleven.

r wordt vrijwel nooit in onderdruk gewerkt. Afzuiginstallaties ontbreken veelal. En persoonlijke beschermingsmiddelen worden nauwelijks verstrekt. Als dat al gebeurt, dan mondjesmaat.

Het komt voor dat mensen een week, soms zelfs een maand met het zelfde P-3 filter rondlopen. Terwijl dit maximaal zes uur gedragen mag worden. Zo’n filter kost enkele tientjes. Door het op zeer beperkte schaal uit te reiken, verdient een sjoemelend bedrijf op een langlopend po heel wat geld. Fatsoenlijk werkende bedrijven daarentegen verstrekken om de paar uur een nieuw filter. Zij wensen geen enkel risico met hun personeel te nemen.

“Heus, met asbestsanering is geld te verdienen. Het is een booming marktwaarvan velen snel een stevig graantje willen meepikken. Ik ken schoonmaakbedrijven die rondrijden met wagens waarop staat aangegeven dat ze ook asbestsaneerder zijn. Ik geef het je te doen. Die zijn natuurlijk helemaal niet deskundig. Net als veel andere bedrijven. Maar weet het grote publiek veel. Milieumaffia, noemen wij het bij de BGD’en ook wel. Hoe dat bestreden kan worden? Door opdrachtgevers de asbestsanerende bedrijven te laten verplichten een onafhankelijke instantie, zoals bijvoorbeeld de BGD, in te schakelen. En daarop ook controle uit te oefenen…”

“Moordende concurrentie”

De VAVB is niet verbaasd over de door BGD’en gesignaleerde wantoestanden. “We onderkennen het probleem”, aldus een woordvoerder. Oorzaak van de beunhazerij is volgens hem de slechte economische situatie: “noch opdrachtgevers noch uitvoerende bedrijven hebben het breed. Daardoor is er bij asbestsanering sprake van een moordende concurrentie. Voor deskundige bedrijven, aangesloten bij onze vereniging, is het garanderen van de veiligheid en gezondheid van werknemers en de directe omgeving essentieel. Daarvoor moeten hoge kosten worden gemaakt. Veel ondeskundige bedrijven storten zich echter op die markt, zonder te voldoen aan de wettelijk voorgeschreven maatregelen. Tegen die beunhazen is het moeilijk op prijs concurreren. Het is dan de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever met wie hij in zee gaat.”

Inschakelen van een beunhaas houdt risico’s in: “De opdrachtgever is en blijft altijd aansprakelijk voor alle gevolgen die het werk met zich meebrengt.”

Erkend wordt dat beunhazen grof geld verdienen omdat ze zich niet houden aan de regelgeving. “Dat doet pijn bij bedrijven die volop investeren in kwaliteit. We zullen daarom nog meer dan voorheen opdrachtgevers moeten doordringen van de noodzaak met een deskundige asbestsaneerder samen te werken”. Volgens de VAVB is het bewust niet beschermen van werknemers “een poging tot doodslag.”

Arbeidsinspectie treedt hard op

Ook de Arbeidsinspectie bevestigt het voorkomen van misstanden bij asbestsanering. “We treden daar keihard tegen op. Zo hebben eens het werk stilgelegd van en proces verbaal opgemaakt tegen een bedrijf dat met een busje inderdaad ’s morgens vroeg mensen ophaalde bij een station en zonder enige bescherming aan de slag liet gaan”, aldus een AI-woordvoerder.

Hij erkent dat de situatie niet ideaal is: “Zolang er geld te verdienen valt zal er altijd iets mis blijven. Door onze dienst wordt een strikt handhavingsbeleid uitgevoerd. Certificering kan bijdragen aan uitbannen van illegaliteit. Maar ook gemeenten ke daaraan bijdragen door strengere controle. Die hebben veel meer inzicht in wat er allemaal gebeurt. Zij verstrekken bouw- en sloopvergunningen.”

De AI dringt er met klem bij bouwvakkers op aan om misstanden onverwijld te melden bij de AI, desnoods anoniem: “We reageren op elke tip.”

Reageer op dit artikel