nieuws

Speciale ordeningswet volkshuisvesting op komst

bouwbreed Premium

Staatssecretaris Heerma wil de reorganisatie van de volkshuisvesting afsluiten met een speciale ordeningswet. Door hierin de doelstellingen en verantwoordelijkheden van de diverse partijen onder het nieuwe regime vast te leggen, kan de volkshuisvesting-nieuwe-stijl worden verduurzaamd, aldus Heerma in een brief aan de Tweede Kamer.

Aanleiding voor de brief is een motie van de Kamerleden De Pree (PvdA) en Ramlal (CDA), ingediend bij de behandeling van de VRO(M)-begroting voor 1994. Daarin vragen zij de bewindsman uit te zoeken of het huidige wettelijke instrumentarium voor de volkshuisvesting, zoals voorzien in bijvoorbeeld de Huisvestingswet en het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH), nog wel voldoet na de brutering en na afschaffing van de generieke exploitatie-subsidies.

Volgens de staatssecretaris is er op het gebied van de volkshuisvesting gekozen voor decentralisatie en verzelfstandiging. Dat betekent dat de woningcorporaties, lagere overheden en andere instellingen zelf in grote mate verantwoordelijk zijn voor de formulering van het regionale en lokale volkshuisvestingsbeleid en de uitvoering daarvan. Heerma gaat ervan uit, zoals hij ook al zei in een overleg met de Vaste Commissie VRO over het Besluit woninggebonden Subsidies, dat het zelfoplossend vermogen van de betrokken partijen groot genoeg is om zelf uit de meeste problemen te komen. Slechts daar waar dit vermogen tekort schiet, zal het rijk tussenbeide komen.

Voldoende

De huidige wetgeving biedt voldoende mogelijkheden om de hoofddoelstellingen van het volkshuisvestingsbeleid te realiseren, aldus Heerma. Wel overweegt hij een aanscherping van het BBSH om paal en perk te stellen aan ‘branche-vreemde’ activiteiten, die corporaties laten uitvoeren via andere rechtspersonen of zogenaamde dochters. “Gelet op de sociale doelstelling van de sociale verhuurders kan het niet zo zijn dat de regelgeving als het ware wordt ‘ontdoken’ door niet-toelaatbare activiteiten bij dochter-instellingen onder te brengen.”

Ter afsluiting en bestendiging van de ingrijpende wijzigingen die sinds de Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig zijn doorgevoerd, kondigt de bewindsman in zijn brief een ordeningswet aan. “Decentralisatie en verzelfstandiging is geen tijdelijke zaak maar een onomkeerbaar proces. De motie is voor mij aanleiding tot het voornemen om de volkshuisvestingsmissie en de daarbij behorende verantwoordelijkheden van partijen vast te leggen in een ordeningswet als sluitstuk van dit proces. Een dergelijke wet geeft de mogelijkheid de in de volkshuisvesting gekozen ordening te verduurzamen.”

Reageer op dit artikel