nieuws

Milieubewust ontwerp is ook zonder NMP te maken

bouwbreed Premium

Het nationale milieubeleid speelde geen al te grote rol bij de plannen van het Vinex/Knooppunt Arnhem-Nijmegen (KAN). Milieu-aspecten kregen wel een prominente plaats in de voorstellen.

Die kwamen echter voort uit een zorgvuldige ruimtelijke ordening op regionale schaal. Zonder het nationale milieubeleid zou de opzet er niet wezenlijk anders uitzien.

Gedeputeerde T. Doesburg van de provincie Gelderland legde op een bijeenkomst in Rotterdam uit dat de uitgangspunten van de Vinex en het NMP-beleid op het financiele vlak niet goed op elkaar aansluiten. Zo blijft bodemsanering moeilijk op locaties die niet onder de IBS-regeling vallen. De Vinex biedt niet meer dan een bijdrage voor een door het rijk geaccepteerd tekort op de grondexploitatie. Het verhaalsprincipe moet de uitgaven voor de bodemsanering dekken. In het geval van het KAN-gebied gaat het om gedwongen verplaatste tuinders die vervuiling veroorzaakten met indertijd wettelijk toegestane en door het ministerie aanbevolen middelen. Verhaal getuigt dan van onbehoorlijk bestuur. Sanering moet dus worden verrekend met de exploitatie van de bouwplannen waardoor de kosten stijgen.

Betuwelijn

Volgens Doesburg neemt het spoor tussen Arnhem en Nijmegen een centrale plaats in het verstedelijkingsplan in. De NS noemen de bouw van de voorstadstations Waal- en Spoorsprong echter zeer onzeker vanwege de aanleg van de Betuweroute en de aftakkingen naar noord en zuid. De capaciteit van de bestaande spoorverbinding zou dan te weinig plaats bieden voor twee extra haltes. Aanleg van de Betuweroute rijdt volgens Doesburg de gewenste ontwikkeling van het KAN-gebied in de wielen. De geluidbelasting zorgt ervoor dat de kwaliteitsnormen niet worden gehaald. De maatregelen van het kabinet zullen deze belasting niet voldoende ke verminderen waardoor de uitvoering van de plannen onder grote druk komt te staan. Zolang er sprake blijft van onvoldoende coordinatie tussen of binnen departementen zullen de effecten van milieubeleid, ook in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen volgens Doesburg beperkt blijven. Zonder voldoende financieel perspectief komen doelen en normen niet verder dan het papier.

Informatie

Coordinator milieu afdeling bouwlocaties drs. T. de Haas van het directoraat-generaal volkshuisvesting van VROM, constateerde een gebrek aan structurele samenwerking voor het milieu in de bouw. De bedrijfstak beschikt daarbij over een beperkte informatie over milieubewuste materialen en bouwwijzen en over de bijbehorende kosten en baten. Voorts doen zich onzekerheden voor in de ontwikkelingen van prijs en markt. Ook de vraag van de consument naar milieubewuste gebouwen en woningen blijft sterk achter. Deze tekortkomingen nemen echter niet weg dat er binnen de bouw al veel gebeurde met het milieu. Deze ervaringen ke het duurzame bouwen in de reguliere praktijk brengen. Wil het zover komen dan dient er onder meer een antwoord te komen op de vraag wat duurzame volkshuisvesting nu eigenlijk is.

Standaard

Voorzitter ing. J. Blok van de Neprom onderstreepte dat er grote behoefte bestaat aan standaard produktinformatie en aan een kwaliteitskeur voor milieubewuste materialen en constructies. Er bestaan hiervoor veel initiatieven maar er wordt te weinig gecoordineerd om tot een standaard te komen. Volgens hem ligt hier een interessante taak voor onder meer de overheid, de Vereniging Eigen Huis en de bedrijfstak bouw. Problemen leveren volgens Blok ook niet duidelijk bewezen milieuvriendelijke oplossingen op in relatie tot te verstrekken garanties aan kopers. Hetzelfde geldt voor kopersgedrag met betrekking tot nieuwe oplossingen.

Reageer op dit artikel