nieuws

Leveren compleet pakket noodzaak om te overleven

bouwbreed Premium

KIWA gaat zich begeven op de certificeringsmarkt voor hout en houtprodukten. Het certificerings- en keuringsinstituut doet dat niet met als eerste en enige oogmerk de concurrentie aan te gaan. Het doel is tot een compleet pakket van certificaties te komen. Dat is onderdeel van een uitgezette strategie om naast de echt grote certificeringsinstellingen te ke overleven.

Jan van Staveren

Dit blijkt uit een toelichting van ing. B. Meekma, directeur KIWA NV Certificatie en Keuringen, op het uitbreiden van de werkzaamheden volgend op verruiming van de erkenning door de Raad voor de Certificatie voor een aantal werkterreinen waaronder hout en houtprodukten. “Het gaat niet aan ons af te zetten tegen collega/concurrent Stichting Keuringsbureau Hout die vanouds op deze markt actief is. Wij denken echter de kennis en ervaring in huis te hebben en willen die beschikbaar stellen aan andere sectoren in verband met de compleetheid van ons dienstenpakket. Competitie is dan inherent”, aldus Meekma.

KIWA heeft een stevig aandeel van ruim 50% van de certificatiemarkt in de bouw. Vrijwel alles wat de klant vraagt aan certificering en kwaliteitszorg kan worden geleverd. Dat kan tenminste op veel deelmarkten van de bouw zoals kunststof, beton en metalen. Hout en houtconstructies ontbraken hier nog aan.

De directeur van KIWA is ervan overtuigd dat het leveren van een compleet pakket aan de klant een voorwaarde is om als certificatie-instelling te ke overleven. Daarom begeeft KIWA zich nu ook op de markt van het hout, waar de Stichting Keuringsbureau Hout (SKH) historisch gezien een monopoliepositie innam. De ervaring met certificeren is bij KIWA in ruime mate aanwezig. Die is betrokken op certificatie: van produkten en processen, volgens de normen uit de ISO-9000 reeks en op het gebied van milieu, arbo en veiligheidszorg. De ervaring is zeker op het gebied van hout toe te passen.

Ontwikkelingen

De ontwikkelingen wijzen erop dat van het totaal van de certificatie-instelling voor ISO 9000 slechts een klein aantal zal ke overleven. Bij de Raad voor de Certificatie zijn inmiddels honderd instellingen geaccrediteerd of hebben en aanvraag daartoe ingediend. Veel vragen weliswaar alleen de accreditatie aan en gebruiken die in Nederland niet, maar toch kan gesproken worden van een wildgroei van certificatie-instellingen. Wordt gekeken naar de toekomst dan zullen de echt grote instellingen zoals Lloyds en Veritas zeker overleven.

In de visie van Meekma ke daarnaast bedrijven overleven die een compleet pakket ke leveren. Daartoe moet KIWA behoren. Om te ke overleven is bovendien kennis en ervaring op het gebied van certificatie noodzakelijk. Als derde komt daar nog bij dat internationaal gezien de naamsbekendheid goed dient te zijn. KIWA is naast de uitbreiding van de werkzaamheden doende een internationaal netwerk op te zetten. De recente overeenkomsten tot samenwerking met Probeton, een Belgische certificatie-instelling zijn daarvan voorbeelden.

Gesprekken

Dat SKH niet blij zal zijn met KIWA op de markt wordt door Meekma beaamt. Maar hij voegt daar meteen aan toe dat gesprekken over mogelijke samenwerking al dateren van ongeveer twee jaar geleden. “Het heeft helaas nooit zo geklikt dat het van de grond is gekomen. De kennis die bij SKH is zit is echter niet monopolistisch aanwezig, die is bijvoorbeeld ook bij TNO-Bouw aanwezig. Zou men bij SKH zeggen dat zij die willen leveren, dan is dat ook goed. We moeten den wat voor de klant het belangrijkste is.”

Meekma ziet goede mogelijkheden om naast SKH op de certificatiemarkt op het gebied van hout en houtprodukten te opereren. “Concurrentie is goed”, zo weet hij uit ervaring. “Er wordt alerter en beter gereageerd.” Uitgangspunt bij het betreden van de certificatiemarkt voor het hout is te beginnen met aanbieden van kwaliteitssysteemcertificatie. SKH is meer gericht op produktcertificatie.

Toch heeft KIWA naast al lopende opdrachten voor kwaliteitssysteemcertificatie ook al een opdracht aanvaard voor produktcertificatie op het gebied van het hout. Die werd verkregen nadat bekend was geworden dat KIWA op 3 maart 1994 het symposium ‘Kwaliteitszorg in de houtverwerkende industrie’ zou gaan houden. “En een opdracht laten we natuurlijk niet lopen.”

Houtsector

Net als in andere sectoren zal ook in de houtsector vraag zijn naar certificatie van zorgsystemen, denkt Meekma. Invoeren van een kwaliteitssysteem is een soort ‘management tool’. Wordt in het gehele bedrijf zorgvuldigheid bij de produktie in acht genomen dan zijn de faalkosten gering. De bedrijfsvoering is dan zodanig dan met de grootste kans het produkt wordt gemaakt wat de klant wil hebben. Wordt aan het operationele kwaliteitssysteem een certificering verbonden dan kan behalen van het certificaat gezien worden als een soort diploma.

Meekma verzet zich tegen geluiden als zou certificeren een bedrijf statisch en weinig innovatief houden.

Wel geeft hij toe dat de certificerende instellingen er, wellicht beter dan tot nu toe, geen systeem te certificeren dat in de hand zou werken. Het kan namelijk wel voorkomen dat wijzigen van een gehanteerd kwaliteitssysteem zoveel kost dat het maar achterwege wordt gelaten. Betaalbaarheid is volgens Meekma in dit verband dan ook van het grootste belang.

Reageer op dit artikel