nieuws

Koopprijzen in grote steden

bouwbreed Premium

Prijzen van koopwoningen zijn in de grote steden veelal gemiddeld lager dan in de regio. Dat is niet zonder reden. Er is sprake van een sterk afwijkende samenstelling, zowel naar type als naar kwaliteit. Toch nemen ook hier de prijzen flink toe. Het aanbodtekort weegt zwaarder dan het gebrek aan kwaliteit.

Vorig jaar zijn de koopprijzen van woningen fors gestegen, landelijk met maar liefst 9%. Volgens de NVM, van wie deze gegevens afkomstig zijn, is dat het gevolg van een te gering aanbod en de momenteel relatief lage rente.

Het aantal koopwoningen in de grote steden is van oudsher vrij laag, en er zijn veel meer appartementen (MG) dan eengezinswoningen (EG) op de markt. De gemiddelde prijzen zijn er dan ook naar.

In Den Haag bijvoorbeeld, was de gemiddelde transactieprijs vorig jaar maar liefst 15% lager dan het landelijk gemiddelde, in Rotterdam 8%, in Utrecht 12%. Alleen in Amsterdam, waar het tekort aan koopwoningen het grootst is, lag het gemiddelde 5% hoger. De gemiddelde transactieprijzen zijn berekend uit pakketten van uiteenlopende samenstelling, hoewel het steeds gaat om bestaande, leeg te aanvaarden woningen. Van de woninggrootte, de onderhoudstoestand en de ligging weten we niets. Het enige verschil dat bekend is, is de gemiddelde prijs van EG- resp. MG-woningen.

De laatste zijn zoals bekend over het algemeen goedkoper, hoewel er toch nog heel wat luxe-appartementen van een half miljoen en meer worden verkocht. Het aantal eenvoudige flatjes is echter veel groter, zodat het gemiddelde niet sterk wordt beinvloed door de dure appartementen. Bij de MG-woningen neemt Amsterdam wederom een uitzonderingspositie in met een gemiddelde prijs in 1993 die 36% boven het landelijk gemiddelde voor MG-woningen lag. Den Haag lag daar 3% onder, Rotterdam 7%, terwijl in Utrecht een verschil van +5% resulteerde. In deze laatste stad waren de EG-woningen echter weer 8% lager in prijs.

Het is waarschijnlijk dit relatief lage prijsniveau in Utrecht, dat als oorzaak moet worden aangewezen voor de uitzonderlijk sterke prijsstijgingen die hier voorkwamen (gemiddeld +13,5%). In de andere grote steden bleven de stijgingen van de koopprijzen beneden het landelijk gemiddelde, zowel voor EG- als MG-woningen. Gezien de doorgaans lagere kwaliteit van deze woningen, en het vaak voorkomende euvel van erfpacht, wijzen de gerealiseerde prijsstijgingen echter toch op een duidelijk tekort in het aanbod. In bijgaande tabel zijn de koopprijzen in de grote steden opgenomen. Ter vergelijking zijn ook de gemiddelden in de randstadprovincies en voor heel Nederland vermeld.

Bij deze laatste cijfers valt op, dat het gemiddelde minder sterk toeneemt, dan de beide samenstellende delen. Dat illustreert de grote invloed, die een pakketverschuiving kan hebben. Het aantal verkochte MG-woningen nam in 1993 veel sterker toe (+15,1%) dan het aantal EG-woningen (+9,5%).

Prijzen van koopwoningen in de vier grote steden en het gemiddelde in hun provincies, 1992 en 1993 (x f. 1000)

1992 1993 + % Amsterdam: EG 302,2 308,1 2,0

MG 181,3 196,4 8,3

totaal 212,6 222,7 4,8 N-Holland: EG 230,4 252,9 9,8

MG 150,4 166,7 10,8

totaal 207,4 227,0 9,5 Den Haag: EG 335,6 360,4 7,4

MG 133,0 140,6 5,7

totaal 176,1 181,6 3,1 Rotterdam: EG 262,9 279,2 6,2

MG 126,7 133,8 5,6

totaal 183,7 194,8 6,0 Z-Holland EG 247,1 267,4 8,2

MG 129,8 139,7 7,6

totaal 199,7 213,4 6,9 Utrecht: EG 187,8 214,0 14,0

MG 133,0 151,7 14,1

totaal 164,1 186,2 13,5 Prov.Utrecht: EG 249,7 271,4 8,7

MG 134,9 155,9 15,6

totaal 225,6 245,8 9,0 Nederland: EG 212,8 232,7 9,4

MG 131,7 144,3 9,6

totaal 194,8 212,4 9,0

Bron: NVM, bewerking F.P. van Bontekoe

Reageer op dit artikel