nieuws

Kamer ontevreden over antwoorden brutering

bouwbreed Premium

De Vaste Kamercommissie VRO wil van staatssecretaris Heerma duidelijk inzicht in de gevolgen van de bruteringsovereenkomst tussen het rijk en de sociale verhuurders voor de rijksbegroting. Zolang dat niet kan worden verschaft is een eindoordeel van de Tweede Kamer over het akkoord niet mogelijk.

Uit de ingelaste tweede vragenronde blijkt dat de fracties van CDA, PvdA, VVD, D66 en GroenLinks nogal ontevreden zijn over Heerma’s beantwoording van de vragen die in de eerste ronde door de Vaste Commissie zijn gesteld. De antwoorden zijn in een aantal gevallen “nogal summier”, “te ontwijkend” of zelfs “ontoereikend”, zo constateert de Kamer.

Daarom is nadere informatie noodzakelijk. Het gaat dan ondermeer over de hoogte van het bedrag waarvoor de subsidieverplichtingen worden afgekocht, de consequenties van de brutering voor de rijksbegroting in bijvoorbeeld de komende tien jaar, en de gevolgen van de hele operatie voor de staatsschuld en de staatsbalans.

Ten aanzien van de staatsschuld concludeert de Kamer op basis van de nu verkregen informatie dat deze na brutering met maximaal f. 5,4 miljard zal ke afnemen. Zij wil van de staatssecretaris weten of dit juist is.

Irritatie is ontstaan over het antwoord op de vraag over de corporaties met relatief veel kapitaalmarktleningen.

“Mede gezien de zeer forse discussie over de specifieke effecten van de kapitaalmarktleningen ten opzichte van de rijksleningen was een goed gefundeerd antwoord wel bij uitstek op zijn plaats geweest.”

Zo’n gedegen antwoord wordt alsnog verlangd, met name op de vraag of corporaties met kapitaalmarktleningen niet dubbel worden benadeeld en zo ja, hoe dit dan kan worden opgelost.

Overzicht

Het CDA wil bovendien een concreet overzicht van de financiele draagkracht (Algemene Bedrijfsreserven en voorzieningen) van sociale verhuurders per regio, zowel voor (in het jaar 1990) als na brutering (in de jaren 1995 en 2000). CDA-Kamerlid Ramlal had hier in een mondeling overleg over het Besluit Woninggebonden Subsidies 1995 ook al om gevraagd.

Uit de tweede vragenronde blijkt verder dat de problemen van sociale verhuurders in de groeikernen duidelijk tot de Kamer zijn doorgedrongen.

Zo wil de Kamer weten of het aanbod van goedkope woonruimte voor de lage inkomens in de groeigemeenten na brutering nog wel even groot als ervoor, en of de corporaties in de groeigemeenten nog wel in staat zijn om een financiele bijdrage te leveren aan de nieuwbouwproduktie.

Hierover wordt van de staatssecretaris een “gemotiveerd antwoord” verwacht.

Reageer op dit artikel