nieuws

Nationale woningraad stelt leden gerust over nadelen van brutering

bouwbreed Premium

Beleggers zijn slechter af dan sociale verhuurders door niet te bruteren; de bruteringsoperatie wordt niet door de sociale verhuurder betaald, maar door de huurders en de belastingbetalers; en het is volstrekte onzin dat corporaties met kapitaalmarktleningen schade ondervinden van de brutering. Aldus de Nationale Woningraad in een vrijdag verstuurde brief aan de leden.

Met de brief, ondertekend door algemeen directeur drs. B.G.A. Kempen, wil de NWR antwoord geven op een aantal “veel gestelde vragen.” De visie op de bruteringsoperatie van drs. J.B.S. Conijn, directeur van onderzoeksinstituut OTB, tevens voorzitter van een Amsterdamse corporatie, blijkt aan veel van die vragen ten grondslag te hebben gelegen.

De meest recente publikatie van Conijn is het rapport ‘De verzwegen problemen van de brutering’. Daarin signaleert hij dat als gevolg van de brutering corporaties met relatief veel kapitaalmarktleningen failliet ke gaan.

Volgens de NWR is dit “volstrekte onzin”. Bij twintig jaar rentevaste kapitaalmarktleningen wordt de subsidie voor de gehele periode berekend en over de gehele periode uitbetaald op basis van het rentepercentage dat voor de gehele looptijd geldt. “Als dat bijvoorbeeld 10% is, krijgt de corporatie ook subsidie passend bij een lening van 10%. Niets meer, maar ook niet minder. Tenzij de corporatie recht heeft op flankerend beleid. Dan ontvangt men dus duidelijk meer.”

De NWR erkent de door Conijn gesignaleerde rechtsongelijkheid, maar: “Die ongelijke behandeling is er al enige jaren. De inzet van het rijk was de ongelijke behandeling op te heffen door de rijksleningen te redynamiseren. Dat zou de woningcorporaties f. 5 miljard hebben gekost.”

Kosten

Ook is het volgens de NWR niet juist te stellen dat de sociale verhuurders opdraaien voor de kosten van de brutering en dus met grote tekorten op de exploitatie krijgen te maken. “De lasten van de volkshuisvesting worden gedragen door de huurders en de belastingbetalers. Van sociale verhuurders wordt niet meer gevraagd dan wat bij goed beleid en verstandig beheer nodig is voor een gezonde exploitatie op de korte en op de langere termijn.”

Daarin verschilt de sector van de beleggers, constateert de NWR. D. Hamersma in een toelichting op de brief: “De benadering van Conijn is een beleggers-analyse. Hij wil op ieder woningcomplex rondkomen. Wij benaderen de brutering op het niveau van de corporatie. Een corporatie heeft niet meer inkomsten aan subsidies en huren nodig dan ze aan uitgaven kwijt is. De sociale verhuurders zijn geen beleggers, we streven niet naar winst.”

In de brief wordt verder gesteld de sector beter af is dan de beleggers door te kiezen voor brutering. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding waarin een hoger subsidie-afbraakpercentage wordt voorgesteld dan in het kader van de brutering is afgesproken. Dat zal alleen gelden voor woningen die niet onder de overeenkomst tussen rijk en sociale verhuurders vallen. En dat scheelt de sector zeker f. 4,5 miljard aan subsidie-inkomsten, aldus de NWR.

Verzwegen problemen

De vorige week herbevestigde stelling van Conijn dat de koepels de nadelen van het bruteringsakkoord hebben verzwegen wijst Hamersma van de hand. “Conijn doet dat kennelijk vanuit een behoefte aan publiek debat over de brutering. Dat is best, maar hij gaat wel voorbij aan ons eigen informatiecircuit. Er zijn zeker twintig tot dertig lokale bijeenkomsten voor de leden gehouden. Daar zijn de voor- en nadelen van de brutering uitgebreid besproken. Kennelijk is Conijn hier niet van op de hoogte.”

Niets onder de tafel

Het vermeende verzwijgen door de NWR leidt bij directeur Kempen nog steeds tot een heftige reactie: “Wij hebben niets onder tafel gestopt. Ik vind dat een uiterst kwalijke suggestie. Ik blijf bij mijn stelling dat de heer Conijn dingen beweert in strijd met de feiten. Ik wil best dat ‘liegen’ vervangen (Conijn had daar in een brief aan Kempen op aangedrongen, EH) door de stelling dat hij een zeer persoonlijke en niet door de feiten gedekte mening verkondigt. Maar gewone mensen noemen dat liegen.”

Volgens Kempen zijn er bij de NWR amper telefoontjes binnen gekomen naar aanleiding van de door Conijn gesignaleerde problemen. “Er is heel nuchter op gereageerd. Corporatie-directeuren zeggen: ‘Oke, dit was al bekend, zullen we nu maar tekenen?’ De heer Conijn moet niet denken dat de sector gek is. Corporaties zien de plussen en minnen heus wel.

Het verschil is dat Conijn alleen de minnen wil zien. Behalve dat hij slecht rekent vind ik dat hij slordig denkt.” Inmiddels, zo constateert Kempen, is iedereen over het bruteringsakkoord heengevallen. “Eerst pakte het slecht uit voor het rijk, toen was het slecht voor de huurders en nu zijn de verhuurders de dupe. Misschien is dat wel het beste bewijs dat de onderhandelaars het zo slecht nog niet hebben gedaan.”

Reactie

In een reactie verklaart Conijn: “Ik denk dat we toch duidelijkheid krijgen over een deel van de problematiek. En daar ook overeenstemming over hebben: de door mij gesignaleerde rechtongelijkheid wordt door de NWR erkend.

Gelijke subsidiebeschikkingen worden verschillend afgekocht. De suggestie dat een gelijke behandeling geld zou kosten is echter volstrekt onjuist. Er waren legio mogelijkheden om binnen het kader van de brutering een gelijke behandeling toe te passen. Dat dit niet is gebeurd, is onbegrijpelijk en voor de getroffen corporaties een grote financiele strop waar zij zich terecht tegen verzetten.”

Reageer op dit artikel