nieuws

Geen verlaging subsidiegrens woningverbetering

bouwbreed Premium

In 1994 zal de subsidiegrens voor ingrijpende particuliere woningverbeteringen niet worden verlaagd. Dat betekent dat ook dit jaar alleen woningverbeteringen van meer dan f. 50 000,- in aanmerking ke komen voor subsidie. Wel zal er een minimum worden gesteld aan de subsidiebijdrage van f. 17 500.

Dit schrijft staatssecretaris Heerma aan de Vaste Kamercommissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. In zijn brief geeft de bewindsman de uitkomst weer van overleg dat met een aantal gemeenten is gevoerd over de problemen die zij ondervinden met de particuliere woningverbetering.

De kwestie speelde bij de behandeling in de Tweede Kamer van de begroting van het ministerie van VROM voor 1994. Uit deze begroting blijkt zich een scherpe daling te hebben voorgedaan van het aantal verbeteringen van particuliere huurwoning, terwijl de onderhoudsachterstand in deze sector het grootst is.

In een brief aan de Kamer pleitten de zogeheten Intercity-gemeenten ervoor het Besluit Woningbonden Subsidies voor 1994 zodanig aan te passen dat een verdere daling kan worden voorkomen. Daartoe moet de subsidiegrens van f. 50 000,- worden verlaagd naar f. 40 000,-, en dient het minimum van de subsidiebijdrage te worden vastgesteld op f. 25 000,-, onafhankelijk van de rente, zo meenden zij.

Naar aanleiding van het pleidooi van de gemeenten diende D66-woordvoerster Versnel-Schmitz tijdens de begrotingsbehandeling een motie in, waarna staatssecretaris Heerma toezegde in overleg te zullen treden met de gemeenten. Dat is in december gebeurd.

Aanpassingen

De argumenten van de gemeenten voor een verlaging van de subsidiegrens zijn voor Heerma geen aanleiding geweest de grens aan te passen. Uitgangspunt van de subsidie is namelijk dat alleen de slechte tot zeer slechte woningen in aanmerking mogen komen voor een bijdrage op basis van het BWS.

“Voor de verbetering van vooroorlogse woningen van matige kwaliteit, waarvan de investeringen onder het niveau van de f. 50 000,- toereikend moeten zijn, is bij de voeding van de Stadsvernieuwingsfondsen reeds rekening gehouden met een gemiddeld bedrag van f. 20 000,-”, aldus Heerma. “Ik blijf erbij dat de f. 50 000 grens een verantwoorde grens is.”

Wel ontvankelijk bleek Heerma voor de argumenten die door de gemeenten werden gebruikt voor het stellen van een minimum aan de hoogte van het subsidiebedrag. In de huidige BWS-regeling is het bedrag afhankelijk van de rentestand. Een verlaging van de rente leidt in dat geval tot een lagere subsidiebijdrage.

Vooruitlopend op het herziene BWS ’95, waarin een minimum subsidie-niveau van f. 25 000 wordt vastgesteld,. zal voor 1994 eveneens een minimum worden ingevoerd, van f. 17 500, aldus Heerma. Het bedrag zal moeten worden gefinancierd uit de BWS-budgetten voor 1994 en de gespaarde bijdragen.

De gemeenten zijn inmiddels via een circulaire van de wijzigingen op de hoogte gesteld.

Reageer op dit artikel