nieuws

Zestiende-eeuwse regentes zeilde diplomatiek door mannenwereld

bouwbreed

Hoewel de wereldgeschiedenis grotendeels door mannen bepaald is, hebben ook vrouwelijke bestuurders zich door de eeuwen heen op indrukwekkende wijze gemanifesteerd. Maria van Hongarije (1505-1558) was zon vrouw. De nu wat vergeten Habsburgse was bijna een kwart eeuw lang, op diplomatieke en inspirerende wijze, regentes van de Nederlanden.

Het Catharijneconvent in Utrecht en het Noordbrabants Museum in Den Bosch houden tot en met 28 november een dubbeltentoonstelling over deze Maria, die politiek handig was, diverse talen sprak, verschillende kunstenaars aan het werk zette en -als katholiek nota bene- contacten onderhield met nieuwlichters als Erasmus en Luther.

Wel was ze uiteindelijk altijd trouw aan haar grootvader, keizer Maximiliaan, en later aan haar broer, keizer Karel V. Dat ‘Maria van Hongarije, koningin tussen keizers en kunstenaars’ in twee musea plaatsheeft, komt door de hoeveelheid expositiestukken (300) en de hoogte van de kosten (f. 1 miljoen). Klapstukken van de expositie zijn onder meer een Grieks evangelarium uit de negende eeuw (uit het Escoriaal bij Madrid) en een harnas dat Karel V als kind heeft gedragen (uit het Kunsthistorisch Museum in Wenen). Verder zijn er schilderijen (een paar Durers en een Titiaan bij voorbeeld), wandtapijten, sieraden, wapens en andere gebruiksvoorwerpen, munten, beelden en handschriften. De spullen komen uit tachtig musea in tien landen. Alleen Marias bruidsjurk is er niet. Het is een van de oudste trouwjaponnen van de wereld en Hongarije durfde het ding niet meer te verzenden. Er is geen specifieke aanleiding voor de tentoonstelling over Maria, vertelt Jacqueline Kerkhoff, die samen met Bob van den Boogert verantwoordelijk is voor de wetenschappelijke voorbereiding. Ze studeerde in 1989 af op Maria van Hongarije en hoopt er over niet al te lange tijd op te promoveren. Met een paar anderen die ‘gegrepen werden door Maria’ kwam ze op het idee om een tentoonstelling over haar te organiseren. Ze kon het concept eerst aan de straatstenen niet kwijt. ‘Zelfs niet in Belgie, wat toch wonderlijk is, want Maria had haar hof als regentes in Brussel. Nou ja, nu hebben ze spijt.’ Uiteindelijk zagen het Catharijneconvent in Utrecht en het Noordbrabants museum er wel brood in. Alleen de relatieve onbekendheid van Maria kan de verklaring zijn voor de aanvankelijke desinteresse her en der, want haar leven was een spektakelstuk. Maria werd op 15 september 1505 als dochter van Philips de Schone van Habsburg en Johanna de Waanzinnige van Castilie geboren in Brussel. Ze kreeg een hoogwaardige opleiding aan de hoven van haar tante Margaretha (Mechelen) en haar grootvader Maximiliaan (Wenen).

Algemene vorming, talen, welsprekendheid, geschiedschrijving, briefkunst, dichtkunst, toneel, muziek, filosofie en theologie (van onder anderen de latere paus Adrianus) zaten in haar vakkenpakket. Verschil tussen jongens en meisjes werd aan het hof niet gemaakt.

Maria werd aldus opgeleid voor haar huwelijk in 1522 met Lodewijk van Hongarije, een leeftijdgenoot aan wie ze bij haar geboorte al was toegedacht.

Kerkhoff: ‘Er was sprake van een huwelijkspolitiek, waarmee Maximiliaan zijn rijk trachtte uit te breiden. Het huwelijk tussen Maria en Lodewijk was overigens gelukkig: ze waren eigenlijk nog kinderen en maakten een hoop plezier, ondanks de politieke verscheurdheid die in het land heerste en de dreiging van het Osmaanse rijk. De omgeving was bovendien niet op Maria gesteld omdat zij een Habsburgse was.’ Omdat Lodewijk niet erg tegen zijn taak was opgewassen, moest Maria in deze toch weinig florissante omgeving al haar eerste politieke stappen zetten. Lodewijk stierf reeds in 1526 en Maria bleek zo aan hem verknocht dat ze zwoer nooit met een ander te zullen trouwen. De weduwenstatus was overigens een redelijk riante: het was de enige positie waarin een vrouw juridisch als volwaardig werd beschouwd. Vijf jaar na de dood van Lodewijk werd Maria door haar broer Karel V tot regentes van de Nederlanden benoemd. Ze keerde terug naar haar geboortestad Brussel. Ze bouwde er een verfijnde hofcultuur op, die leidde tot belangrijke prestaties op het gebied van het vervaardigen van wandkleden, schilderijen, handschriften en muziekstukken. Haar hofkapel was zelfs internationaal beroemd. Politiek gezien moest Maria laveren tussen de centrale regering van Karel V (hoge eisen op bestuurlijk en financieel gebied) en de belangen van de regio. Volgens professor Wim Blockmans, een van de schrijvers van het boek dat bij de tentoonstelling verschijnt, beschikte de regentes over voldoende gezag om de afgevaardigden op de statenvergaderingen onder druk te zetten, maar bezat ze tevens genoeg inzicht en tact om aan de keizer te laten weten wat volgens haar onhaalbare doelstellingen waren.Op het gebied van de religie was Marias rol volgens Blockmans zelfs doorslaggevend. ‘Juist haar begrip voor de kritiek op de clerus en het formalisme van de katholieke kerk bracht haar tot een milde toepassing van de zeer repressieve plakkaten van haar broer. Een radicale vervolging van de hervormingsgezinden zou veel eerder de tegenstellingen op de spits hebben gedreven dan onder Marias verzoenende opstelling gebeurde.’ Blockmans schrijft dat Maria de Habsburgse politiek voor de Nederlanden aanvaardbaar maakte. ‘Ze wist haar eigen beleidsvisie ten opzichte van haar broer steeds in te kleden in de nederigheidsvormen die een vrouw pasten, maar vervulde op die manier toch een essentiele bemiddelingsrol in het moeizame communicatieproces tussen een afstandelijke maar veeleisende keizer en een bevolking die in toenemende mate zijn imperiale politiek als hinderlijk ging ervaren.’ De opening van ‘Maria van Hongarije, koningin tussen keizers en kunstenaars’ werd verricht door de Oostenrijkse aartshertog Rudolph van Habsburg, zoon van Zita, de te keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels