nieuws

Weeber beschuldigt Haagse welstand van ‘inquisitie

bouwbreed

Het afkeuren van een ontwerp voor een toren met studentenhuisvesting bij het Rijswijkse Plein in Den Haag is architect Carel Weeber van De Architekten Cie. in het verkeerde keelgat geschoten. ‘Hier wordt je reinste inquisitie bedreven zoals die voor een welstandscommissie ontoelaatbaar is’, aldus Weeber.

Voortreffelijk gepland, kort voor de behandeling van het rapport ‘Welstandstoezicht in de gemeente ‘s-Gravenhage in de raadscommissie, heeft architect Carel Weeber zich bij wethouder Noordanus (Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing) beklaagd over de Haagse welstandspraktijk.

Aanleiding vormt het afkeuren van een ontwerp voor een toren aan het Rijswijkse Plein op de plaats van een voormalige brandweergarage, waarin 380 studenteneenheden zijn gepland. Weeber pleegde tweemaal in Den Haag mogelijk ‘vooroverleg’. Dit leidde tot aanpassingen van het ontwerp dat desondanks begin september werd afgekeurd.

Ontwerp met Struyken

Het ontwerp van de toren heeft enerzijds klassieke trekjes met een onderbouw van begane grond en eerste verdieping als basement en een duidelijk ‘afsluitende dakrand met ronde openingen; daartussen zijn achttien woonlagen met studentenkamers aan een middengang gelegen. Op de hoek hebben deze verdiepingen een gemeenschappelijke loggia van twee bouwlagen hoogte.

De gevelindeling bestaat tussen basement en daklijst uit een strak raster van gevelopeningen in een afwerking van geprefabriceerde betonelementen met keramische tegels.

Zoals in vroegere ontwerpen werkte Carel Weeber hiervoor samen met Peter Struycken, die onder meer de kleurrijke tegelontwerpen realiseerde voor het station in Breda van architect Van der Gaast. Voor de toren ontwierp Struycken een patroon van witte, zwarte en groene tegels op een rode ondergrond. De hoofdkleur daarin is groen, ‘kleur van groei en verwachting’ aldus een plantoelichting.

Deze opmerkelijke gevelbehandeling als resultaat van de samenwerking met een vooraanstaand Nederlands kunstenaar is tamelijk uniek voor de hedendaagse architectuur in ons land. Er staat tegenover dat vroegere werken van Weeber als de Peperklip in Rotterdam, zijn ‘Zwarte Madonna en het Mercure Hotel (‘de blauwe engel’) in Den Haag, waarvan de gevels grotendeels met tegels zijn afgewerkt, weinig waardering ondervinden in zowel vakwereld als bij het grote publiek. Carel Weeber heeft over deze ontwerpen wel eens gezegd dat Peter Struycken voor de kleur over zijn schouder heeft meegekeken.

Inquisitie

Toen wij bij Weeber informeerde naar de gang van zaken sprak hij van een ‘inquisitie

van de welstandscommissie.

Het is bekend dat de architectuur van Carel Weeber en welstandsvoorzitter Theo Bosch haaks op elkaar staan. Weeber maakt er bezwaar tegen dat hij op die grond wordt afgewezen en noemt dat inquisitie omdat er geen ruimte is voor andere overtuigingen. Welstand mag niet afhankelijk worden van persoonlijke invalshoeken van welstandscommissie-leden; dat afgezien van Weebers overtuiging dat welstand eigenlijk kan verdwijnen nu alleen geregistreerde architecten aan bod zouden moeten komen.

Wat Weeber echter buitengewoon steekt is de wijze waarop welstandsleden in Den Haag opdrachten binnenhalen die eerder in de commissie schipbreuk bij collegas leden. Voor de onderhavige situatie zou collega Bontebal van de Haagse Architectenassociatie, tevens lid van de welstandscommissie ter plaatse, een vroeger ontwerp voor dezelfde locatie ‘mogelijk via een betrokken aannemersbedrijf of zo bij de opdrachtgever van Weeber hebben getoond. Ook een eerder ontwerp voor kantoren aan de Haagse Parkstraat dat schipbreuk in de welstandscommissie leed, kwam bij collega Bontebal terecht.

Het is een opmerkelijke aangelegenheid, maar in Haagse architectenkringen kijkt men er al langer van op dat welstandsleden soms opmerkelijk veel opdrachten in de Hofstad ontvangen sinds zij deel uitmaken van het college.

A-collegiaal

Dergelijk gedrag zou men oncollegiaal ke noemen, maar het komt ook buiten Den Haag voor. Opdrachtgevers nemen waarschijnlijk niet ten onrechte aan, dat ontwerpen van welstandsleden in de commissie niet al te zwaar worden bekritiseerd, ook al heeft het betrokken lid zich een plekje op de publieke tribune of gang ge troost. Het zou op z’n minst van enige collegialiteit en werkelijksheidszin getuigen, als welstandsleden geen in de commissie gesneuvelde opdrachten zouden aannemen.

De Haagse wethouder Noordanus heeft dit in de Haagse gemeenteraad voorgesteld.

Bij het supervisorschap van Jaap Bakema in Scheveningen mocht het bureau indertijd in het plangebied geen enkele opdracht aanvaarden; het is de vraag of het huidige resultaat van het badcentrum op de debet- dan wel creditzijde moet worden geschreven van deze regeling. Maar behoudens een stukje straatmeubilair heeft het bureau van Bakema niets in Scheveningen gebouwd.

Daarmee heeft Carel Weeber de kat op een welgekozen moment de bel aangebonden. De Haagse welstandscommissie heeft de laatste 25 jaar met grote regelmaat geklaagd over het moeilijke functioneren. Dat Weeber als vooraanstaand Nederlands architect zich bij de wethouder beklaagt moet als moedig worden aangemerkt gezien de doorgaans tot de wandelgangen beperkt blijvende klachten van Haagse collegas.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels