nieuws

Resultaat overleg utacao naar achterban

bouwbreed

Donderdagmorgen om half zeven was het eindelijk zo ver. Zes maanden na de eerste onderhandeling ter vernieuwing van de cao voor het uta-personeel op 4 maart j.l. werden werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers het in het gebouw van het AVBB eens over een tweejarige uta-cao, waar eerst over een eenjarige werd vergaderd, en verlengden ze en passant de vut-uta-cao met een jaar.

Partijen hebben afgesproken het resultaat van de onderhandelingen neutraal aan hun achterbannen voor te leggen.

Werkgevers noemden dat resultaat in een persbericht overigens ‘het ultieme pakket van de bonden’.

En merkten in hetzelfde bericht, allesbehalve neutraal, op ‘dat de werkgeversdelegatie vindt dat werkgevers een prijs moeten betalen die, gelet op de economische ontwikkelingen waarmee de bedrijfstak wordt geconfronteerd, niet verantwoord is’.

In een toelichting verklaarde voorzitter R. Hollander van de werkgeversdelegatie ‘dat men bij de achterban op weerstanden zal ke stuiten gezien een principiele zaak als de wao-kwestie. Ook zouden de resultaten wel eens niet acceptabel ke zijn op financiele gronden zoals de nu gemaakte salarisafspraken en de maatregelen, die de regering ook voor de bouw als bedrijfstak nog in petto heeft.’

Tweejarig

Opvallend is het resultaat dat partijen afgesproken hebben een tweejarige cao te maken, die afloopt op 1 maart 1995, waar werkgevers een eenjarige cao wensten. Met terugwerkende kracht tot 1 juli zullen de salarissen worden verhoogd met 1,15%, gevolgd op 1 januari 1994 door een verhoging met 1,3% en een loonsverhoging van 1,2% per 1 januari 1995. Daarbij moet worden bedacht dat de uta-cao geen au tomatische prijscompensatie kent, zodat op deze loonsverhogingen de inflatie in mindering moet worden gebracht.

Het grootste geschilpunt vanaf de eerste onderhandelingsronde in maart van dit jaar betrof de reparatie van het wao-gat.

Daarover is nu het volgende afgesproken: werkgevers zullen de wettelijke wao-uitkering aanvullen tot 70% van het salaris. Werkgevers zijn vrij bij welke verzekering ze dit risico wensen onder te brengen.

Werkgevers en werknemers nemen ieder de helft van de verschuldigde premie voor hun rekening. Voor werkgevers geldt daarbij een maximum van 0,7%. Dat komt overigens, gezien de collectieve contracten die o.a. de VGBouw afsloot, precies op een fifty-fiftybasis neer.

Eindejaars-uitkering

Ook aan uta-mensen zal, in tegenstelling tot wat de werkgeversvoorstellen in eerste instantie lieten zien, een eindejaarsuitkering voor waoers worden verstrekt. Die uitkering -identiek aan die in de bouwcao is overeengekomen- geldt niet alleen voor dit jaar, maar ook voor eind 1994. De voor dit doel verschuldigde premie zal eveneens fifty-fifty door partijen moeten worden opgebracht.

Op het punt van de roostervrije dagen zijn aan het reeds bestaande aantal geen nieuwe toegevoegd. Daarmee scoren werkgevers, die de produktietijd in de bouw absoluut niet verder uitgehold wensten te zien en niet zijn ingegaan op het argument van de bouwbonden het irreeel te vinden dat uta-mensen moeten doorwerken als bouwplaatspersoneel van vijf extra roostervrije dagen genieten. Wel is voor 27 december van dit jaar een eenmalige extra vrije dag overeengekomen.

Overeengekomen is voorts dat bij ziekte werkgevers 100% loon doorbetalen gedurende twee/zes weken (al naar gelang de grootte van de onderneming). Daarna zal het wettelijke ziekengeld van 70% tot 100% worden aangevuld.

Werkgevers zijn niet verplicht dit risico te verzekeren.

Vervolg op pag. 2

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels