nieuws

‘Ongebreidelde concurrentie aannemers is slechte zaak’

bouwbreed

De voornamelijk door de Europese Commissie geintroduceerde bevordering van concurrentie tussen aannemers, die simpelweg is gericht om de prijs van werken zo laag mogelijk te houden, is een slechte zaak voor duurzame ontwikkeling van infrastructuur.

Dat zei voorzitter ir. A. van Baardewijk van de Raad van Bestuur van de Koninklijk Volker Stevin NV vrijdagmiddag in Woerden. Hier werd het nieuwe kantoor van Van Hattum & Blankevoort geopend, een dochtermaatschappij van de Volker Stevin.

Van Baardewijk zei zich voor te ke stellen dat het bevorderen van ‘ongebreidelde

concurrentie gewenst kan zijn voor de produktie van weggooiconsumptie-artikelen.

‘Deze gang van zaken is echter niet goed voor duurzame poen in de beton- en wa terbouw. In Brussel scheert men echter alles over een kam.

Het maakt niet uit, want als er schade uit voortkomt ligt die buiten hun gezichtveld.”

Voor een onderneming als Van Hattum & Blankevoort betekent dit volgens Van Baardewijk echter dat zij zich moet instellen op het uitsluitend goedkoop aanbieden van capaciteit.

Meedenken ten behoeve van de beste oplossing voor een probleem is dan vanuit het bedrijf gezien onverstandig, want het gaat toch om de laagste prijs en daar kun je de extra kosten van je organisatie niet in kwijt, aldus de voorzitter van de Raad van Bestuur.

Hij voegde er aan toe dat het bedrijf in sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, al op deze manier moet werken. ‘De consequentie hiervan is een uiterst magere organisatie gericht op prijsvechten, niet meer dan dat.’

Hij benadrukte dat Nederland, net als Japan, in het verleden bijzondere infrastructuur tot stand heeft gebracht op basis van een goede samenwerking.

‘Daarom hoop ik dat we hier in Nederland gewoon nuchter blijven en oog houden voor lange termijn-ontwikkelingen. En mocht er dan toch sprake zijn van een trendbreuk, en dat kan natuurlijk, dan zullen we ook mee moeten.’

Deskundig

Hoofddirecteur ir. H. Schroten van Rijkswaterstaat liet in een toespraak weten dat de gelden die het kabinet heeft uitgetrokken voor de infrastructuur niet inhouden dat Rijkswaterstaat zijn ambtenarenapparaat opnieuw gaat uitbreiden. ‘De bedoeling is dat we meer en meer gaan uitbesteden aan het bedrijfsleven. Met name de ingenieursbureaus zullen hiervan profiteren want het gaat om met name het uitbesteden van ontwikkelings- en controlewerkzaamheden.

Rijkswaterstaat wil echter zijn rol als deskundige opdrachtgever blijven behouden. Voor het op peil houden van die deskundigheid zullen we daarom altijd een deel van het werk zelf blijven doen”, aldus Schroten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels