nieuws

Carport of overkapping?

bouwbreed

Een carport is een stallingsplaats voor een of meer autos onder een vrijstaand dak. Bij de opsomming in de Woningwet 1992 van bouwwerken, waarvoor voortaan geen gemeentelijke bouwvergunning meer nodig is, worden ook overkappingen met een open constructie vermeld. Die zijn dus helemaal vergunningvrij: zelfs vallen zij niet onder de meldingsplichtige bouwwerken. Een carport, die bijvoorbeeld aan de zijgevel van een woning is gebouwd en die de in dat meldingsbesluit vermelde maten niet overschrijdt, is toch niet meldingsplichtig, want een wet gaat nog altijd boven een besluit.

Maar niet alles wat men een carport noemt is een overkapping met een open constructie.

Zodra de overkapping aan twee kanten door een wand wordt omsloten is zij niet meer vergunningvrij. Dat ondervond de inwoner van Heiloo, die meer dan de hem verleende bouwvergunning toestond, had gebouwd.

Hoewel het bestemmingsplan niet in zon bouw voorzag hadden B en W van Heiloo met toepassing van de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan een van de inwoners vergunning verleend voor de bouw van een garage annex berging met een oppervlakte van 39,4 m2. Maar bij de bouw nam de Heilooer het niet zo nauw: hij bouwde aan de garage nog een overkapping, waardoor het gebouwde oppervlak met ruim 12,5 m2 werd overschreden.

Afbreken die overkapping, zei de gemeente en liet de Heilooer meteen weten, dat zijn carport op zijn kosten door de gemeente afgebroken zou worden als hij aan de aanzegging geen gehoor zou geven. In juridische termen heet dat het overgaan tot bestuursdwang.

Maar sinds 1 oktober 1992 is het vergunningensysteem versoepeld; er zijn in de nieuwe re gelgeving bouwwerken opgesomd, waarvoor geen vergunning meer nodig is of die hooguit gemeld moeten worden aan de gemeente.

Van die versoepeling wilde de Heilooer, die een grotere oppervlakte had bebouwd dan hem in zijn garagevergunning was toegestaan, profiteren.

Die grotere oppervlakte was in feite veroorzaakt door het feit dat aan zijn garage nog een overkapping was gemaakt. Die moest dus worden afgebroken van de gemeente.

Tegen die gemeentelijke opdracht maakte hij bezwaar bij de voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State met het verzoek de gemeentelijke beslissing te vernietigen. Voor de bouw van een carport is immers in de gemeentelijke bouwverordening bepaald, dat er geen vergunning voor nodig is, zo betoogde hij voor de rechter. Maar de vrijgestelde categorie, waarop hij doelde, omvat alleen bouwwerken, die geen gebouw zijn.

Was zijn ‘carport’ nu wel of geen gebouw in de zin van de bouwverordening? De Woningwet ’92 definieert het begrip gebouw als ‘elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt’ en de gemeentelijke bouwverordeningen hebben die definitie letterlijk overgenomen.

Omdat de carport twee wanden had viel die niet onder de omschrijving van de categorie vergunningvrije bouwwerken.

Dan maar naar de nieuwe Woningwet zelf, dacht de man uit Heiloo. Daar staat immers in artikel 43 dat bouwsels als carports vergunningvrij zijn.

Als ik eerst de gemeente moet gehoorzamen en mijn carport afbreek, mag ik die daarna zonder vergunning weer opnieuw bouwen; dat is toch een onnodige kosten-veroorzakende situatie, waarin ik dan beland, zo redeneerde hij.

Maar ook met dit argument stuitte hij weer op het feit, dat zijn ‘carport’ geen carport was in de werkelijke betekenis van het woord. Het artikel in de Woningwet ’92, dat de bouw van carports vrijlaat ziet alleen op overkappingen met een open constructie. Dus toch afbreken?

Nee, zover kwam de voorzitter van de afdeling rechtspraak niet. De opdracht van de gemeente werd namelijk geschorst, omdat Heiloo vergeten was in te gaan op de mogelijkheid om een aan- of uitbouw aan de zij- of achtergevel van een gebouw te legaliseren.

Die mogelijkheid wordt geboden door artikel 18a in de Wet op de Ruimtelijke Ordening als het bouwwerk van beperkte betekenis is en onder bepaalde gevallen valt.

De Heilooer had in zijn bezwaarschrift gevraagd of de gemeente de bouw van zijn ‘carport’ wilde legaliseren. Het enkele feit, dat de gemeente daar niet op gereageerd had was voor de rechter de reden om de gemeente niet zijn gang te laten gaan met de uitvoering van zijn dreigement voordat er een antwoord op de vraag gegeven was.

Zeer waarschijnlijk zal dat antwoord negatief zijn en dat betekent dan dus dat deze uitspraak uitstel van executie is, in de juridische betekenis van het woord natuurlijk.

(BR 1993 p.600)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels