nieuws

SVS voert fundamentele discussie over instroom

bouwbreed

In een artikel in Cobouw van 30 juli 1993 is gezegd dat voor wat betreft de voortrajecten voor de schilders- en stukadoorsopleidingen een conflict lag in het bestuur van de Stichting Vakopleiding Schilders- en stukadoorsbedrijf (SVS). De feiten en de verslaggeving van de directeur van de SVS liggen iets anders.

De SVS mag zich juist verheugen in een fundamentele discussie en daadwerkelijke zorg van sociale partners voor wat betreft de instroom in de opleidingen. Een discussie en zorg die bij de rijksoverheid onvoldoende plaatsvindt. Van een conflict in deze, ook ten aanzien van de ‘status’ van de leerling is thans geen sprake.

Het is bekend dat het aanbod van jongeren met een lto-vooropleiding sterk is teruggelopen. De instroom van nieuwe leerlingen in de vakopleiding moet daarom nu noodgedwongen ook komen van personen zonder lto-vooropleiding, met alle problemen van dien.

Bij de SVS is inmiddels de helft van het aantal instromers opgebouwd uit de volgende groepen: instromers met een andere vooropleiding, instromers met een afgebroken vooropleiding, oudere instromers, allochtone instromers en vrouwelijke instromers.

De huidige leerlingwezenopleidingen zijn echter vormgegeven met de gediplomeerde ltoschoolverlater van de afdeling schilders- of bouwtechniek voor ogen. Andere instromers ervaren hierdoor tijdens de opleidingen meer of minder belemmeringen. Dat blijkt mede uit het feit dat circa 50% van de leerlingen van zowel de SVS, SVB, SBW en SH&M (voortijdig) de opleiding zonder diploma beeindigen.

Problemen

Problemen die zich onder meer voordoen bij genoemde ‘niettraditionele doelgroepen die starten met een vakopleiding zijn onder meer een tekort aan cognitieve vaardigheden. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer het tekort aan reken- en taalvaardigheden, waardoor het succesvol volgen van de opleiding belemmert wordt. Andere problemen zijn onvoldoende technische vaar digheden en onvoldoende arbeidsgewenning.

Deze problemen zijn overigens niet onoplosbaar. Door middel van specifieke opleidingsmodulen (‘voorschakeltrajecten’) ke per individu de tekortkomingen in principe worden weggewerkt. De overheden hebben inmiddels, veelal afzonderlijk van elkaar, het middel ‘voorschakeltrajecten’ ontdekt en stimuleren de uitvoering met circa 6 verschillende stimuleringsmaatregelen (subsidies). De doelgroepen, inhoudelijke kenmerken en voorwaarden verschillen sterk. Bovendien is de uitvoering in verschillende handen. De aansluiting met de leerlingenwezenopleidingen is veelal onvoldoende en afstemming met het opleidingsbeleid van de bedrijfstak ontbreekt.

Vermijden

Het bestuur van de SVS heeft er voor gekozen om in elk geval toekomstige conflicten met de Rijksoverheid over inadequate, ineffectieve besteding van middelen ten behoeve van voorschakeltrajecten te vermijden door niet op korte termijn ongestructureerd subsidie ‘weg te zetten’. Zowel de sociale partners in het bestuur van de SVS als de SVB zijn tot de conclusie gekomen dat er een einde moet komen aan deze ongecoordineerde aanpak die niet leidt tot het gewenste resultaat. Namelijk voldoende toetredende werknemers in de bedrijfstak en de vakopleidingen met het juiste instroomniveau. SVB, SVS, Stichting Bouw-Vak-Werk en CBA zitten thans samen rond de tafel om een gezamenlijke aanpak te verwezenlijken ten einde de wildgroei in opleidingstrajecten en voorschakelvoorzieningen uit te bannen. Dit zal leiden tot een landelijk eenduidig voorschakeltraject waarvan alle partijen, werkgevers, werknemers en uitvoeringsinstaties ke profiteren.

1) J.A. Verschoor is algemeen directeur van de SVS.

De fundamentele discussie en de daadwerlijke zorg die de SVS ten aanzien van voortrajecten aan de dag legt zijn in het bewuste artikel niet in twijfel getroken. De essentie van het verhaal is dat het zonde is dat de schildersbedrijfstak f. 750000 subsidiegeld laat liggen. In het midden is gelaten wie daarvoor verantwoordelijk is (F.O.).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels