nieuws

Oudbouw Tweede Kamer is nog niet eens zo oud

bouwbreed

Ir. G. Hougee van de Rijksgebouwendienst stampt een paar keer op de vloer en zegt: ‘Het verschil tussen oud en nieuw kun je horen. Het oude deel heeft houten vloeren, het gedeelte uit de jaren zestig is van beton.’ De renovatie van Binnenhof 1A t/m 3 is in volle gang. Doel is de voormalige huisvesting van de Tweede Kamer in oude luister te herstellen.

Hoewel, oud… Een wandeling door de gangen van de oudbouw leert dat veel wat oud lijkt, feitelijk van recente datum is.

Hougee, die de leiding heeft van het poteam namens opdrachtgever de Rijksgebouwendienst, is enthousiast over het werk. ‘Goed voor oude dingen zorgen, is bijna net zo leuk als nieuwe dingen maken’, zo vindt hij. ‘Ontzettend aardig is ook dat we in een en hetzelfde po met zoveel verschillende werken te maken hebben.’

De renovatie begon niet echt voorspoedig. Eind 1992 ontstonden problemen met het budget, niet alleen omdat er een te omvangrijk programma van eisen lag (Hougee: ‘We hadden inderdaad iets teveel hooi op onze vork genomen’), maar vooral ook omdat er een grote hoeveelheid asbest in de Kortenhorst-vleugel was ontdekt.

Dat gebeurde tijdens het bouwkundig onderzoek, dat de RGD altijd laat uitvoeren voordat met een werk wordt begonnen. In het kader van zon inspectie wordt hier en daar een vloer opengebroken of een pleisterlaag verwijderd, om te kijken wat eronder zit. ‘Dat heeft ons in het verleden al veel meerkosten en meerwerk bespaard’, aldus Hougee.

Bijstelling budget

De oplossing werd gevonden in een verhoging van het budget en een bijstelling van het eisenpakket. In totaal is er nu f. 32,5 miljoen beschikbaar voor de renovatie, restauratie en verbouwing van Binnenhof 1A t/m 3. Tevens worden meerdere liften geplaatst. De klus moet voor de zomer van 1994 zijn geklaard. Het meeste werk moet worden verricht aan de voormalige vergaderzaal van de Tweede Kamer en de verbinding die deze zaal krijgt met de hal van de nieuwbouw. Daar waar in de Schepelhal nu nog een blinde muur te vinden is, zal in 1995 een open doorgang met Binnenhof 1A zijn gerealiseerd. Diverse panden, waaronder het voormalige perscentrum Nieuwspoort, moeten hiervoor wijken.

De vergaderzaal zelf wordt in oude luister hersteld. Dat wil zeggen de luister van de beginjaren 1792-1795. Toen werd de ruimte namelijk door stadhouder Willem V gebruikt als balzaal. Een jaar later, in 1796, werd zij al in gebruik genomen als vergaderzaal voor de eerste gekozen volksvertegenwoordiging, de Nationale Vergadering.

In de periode 1815-1992, toen de Tweede Kamer er haar vergaderingen hield, heeft men veel aan de Balzaal vertimmerd. De balkons bijvoorbeeld waren oorspronkelijk bedoeld voor de muzikanten, maar zijn in de loop der tijd vergroot om plaats te bieden aan pers en publiek. Verder is de vloer van de zaal een meter verdiept om aan meer Kamerleden plaats te bieden.

Ook zijn er in de loop der tijd, overigens niet alleen in de vergaderzaal maar feitelijk door het hele complex heen, steeds meer communicatieve en elektriciteitsvoorzieningen getroffen, die inmiddels tot een wirwar van kabels hebben geleid.

In het kader van de renovatie worden de balkons weer verkleind. De vloer wordt ‘uitge timmerd’. ‘Dat gaat vrij eenvoudig’, aldus Hougee, ‘omdat het oude vloerniveau van de muur is af te lezen.’ In de nieuwe vloer worden kabelgoten aangebracht. Dat laatste wordt overigens in het hele complex gedaan.

Sporen

De Tweede Kamer heeft duidelijk haar sporen achtergelaten, zo blijkt tijdens de wandeling.

Het geheel maakt een uitgeleefde indruk, de Kameragendas van september 1992 hangen nog op de prikborden en her en der zijn op muren nog te groeten van gebruikers te lezen.

Opvallender zijn echter de stille getuigen van het zeer intensieve gebruik van de beschikbare ruimte. Met verbouwinkjes is bereikt dat iedere vierkante meter kon worden gebruikt als werkplek of opslagruimte. Aangekochte panden werden met trapjes, gangetjes en schuifdeuren verbonden met het kerngebouw. Grotere kamers werden door meerdere personen bezet. In het kader van de renovatie moet hierin enige orde worden aangebracht.

Hougee wijst tijdens de wandeling door het complex diverse keren op wanden, plafonds en kamers die in de periode 1950-1960 zijn gebouwd en/of verbouwd. Veel daarvan lijkt in eerste instantie oud en authentiek, maar blijkt dat in tweede instantie niet te zijn.

Hougee: ‘Het is allemaal vrij recent. Veel authentiek materiaal zit er niet meer in het gebouw.’ Verantwoordelijk voor deze renovaties op historische basis was H. de Lussanet de la Sabloniere, een restauratie-architect, die in dit soort werk was gespecialiseerd. ‘Het had natuurlijk ook allemaal heel modern gekund, maar de Kamer wilde daar niet aan.’

Dezelfde wens uitte de Kamer ten aanzien van de nieuwbouw die in de jaren zestig moest worden gepleegd. Het complex werd toen uitgebreid met de Kortenhorst-vleugel, en ook deze werd in dezelfde stijl opgetrokken als het achtiende eeuwse gedeelte. ‘Het verschil tussen beide delen kun je horen als je op de vloer stampt’, aldus Hougee. ‘Het oude deel heeft houten vloeren, het gedeelte uit de jaren zestig is van beton.’

Ministerskamer

Wel oud is de Ministerskamer, een van de mooiste en meest monumentale kamers van Binnenhof 1A. ‘De kamer ziet er eigenlijk nog vrij goed uit’, constateert Hougee. ‘Alleen de twee gobelins zijn er heel slecht aan toe. Deskundigen zeggen dat er ontzettend veel details zijn verdwenen, en dat ze niet goed zijn te restaureren.’

De gobelins worden bij de renovatie van de muur gehaald.

‘Vervolgens slaan we ze twee jaar op, en pas daarna zullen ze voor zover mogelijk worden opgeknapt.’

Eenmaal buiten kijkt Hougee nog naar de voorgevel van het nieuwe parlementsgebouw.

‘Heel veel bouwkundigen lopen weg voor oude gebouwen’, zegt hij. ‘Nieuwbouwpoen vinden zij veel interessanter. Maar laten we niet vergeten dat veel van die oude gebouwen er nog wel zon 500 jaar zullen staan. Laten we hopen dat datzelfde kan gelden voor de nieuwbouw van de Tweede Kamer.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels