nieuws

opening wu1 27 aug incl. overlees.

bouwbreed

opening wu1 27 aug incl. overlees In mei bracht een gezelschap bouwers, constructeurs en architecten onder auspicien van de Stichting Bouw Research een bezoek aan Japan en Hong Kong.

De indrukken van Hong Kong zijn u al voor de vakantie overgebracht. Vandaag een aantal opmerkelijke zaken uit Japan. Met daarbij een nadere beschouwing van de hand van Jaap van Dijke, die in zijn functie als voorzitter van de Raad van Toezicht van de SBR, Japanse verworvenheden tegen het Nederlandse licht houdt. Een enorm spandoek hangt aan de steigers van het New Kanzai International Airport, dat voor de kust van Osaka in aanbouw is. ‘Dat is nog eens fors uitpakken bij het afficheren van de bedrijfsnaam’ is de eerste gedachte die je als Europeaan overvalt. Toch maar even informeren wat de tekens op het spandoek betekenen. Tot mijn grote verbazing blijkt de tekst een oproep te zijn om vooral niets weg te gooien, maar als iets overbodig is het voorzichtig weg te leggen, opdat het opnieuw kan worden gebruikt. En een tweede spandoek zegt: Veiligheid boven alles!

Deze twee spandoeken zijn in mijn beleving typerend voor een mentalyeit die aan de basis staat van het typische Japanse bouwen. Japanse bouwers blijken namelijk voor alles zeer zorgvuldig te zijn. En dat in de overtreffende trap. Dat is de algemene indruk die een bezoek aan Japan nalaat. Japanse bouwers worden niet graag verrast. Dat willen we in Nederland natuurlijk ook niet, maar in Japan is het gewoon een fobie, en wordt er daarom ook alles aan gedaan om de planning dusdanig gedetailleerd te maken dat enig improviseren tijdens de uitvoering volstrekt overbodig is. Nu ligt het planningsprobleem daar over het algemeen ook eenvoudiger omdat in de meeste situaties ontwerp en constructie van het gebouw door een en dezelfde partij (Design and build) wordt uitgevoerd. En plannen ke ze. Waar vind je in Nederland een bedrijf waar men met zekerheid kan zeggen welke moer op welke bout volgende week woensdag om 3 uur wordt aangedraaid? In Japan lijkt dat welhaast mogelijk. Het is opmerkelijk dat ze om de planning in uitvoering om te zetten weinig elektronica inzetten. De knowhow wordt overgebracht met een witbord dat is voorzien van een scanner. Dat gebeurt tijdens een sessie die dagelijks wordt gehouden. Als de projectleider uitleg heeft gegeven en daarbij aantekeningen op het witbord heeft gemaakt, kan met behulp van de scanner iedereen een copietje krijgen, zodat misverstanden over wat nu eigenlijk is gezegd en opgedragen ondenkbaar zijn. In de bouwkeet zijn niet meer dan een fax en een enkele pc te onderscheiden. Op vragen hoe de know-how die wordt opgedaan tijdens het ontwerpen, wederom wordt gebruikt bij de planning van de uitvoering, hulde men zich in een stilzwijgen. Uit een schema dat ons werd getoond, bleek wel dat in de ontwerpfase een centrale database wordt aangelegd waar bij de uitvoering weer gebruik van wordt gemaakt…

De Japanners waar wij mee gesproken hebben, vertegenwoordigers van Shimizu en Takenaka, die behoren tot de grootste Japanse bouwmaatschappijen, roemden de voordelen die het geintegreerde ontwerp-constructie systeem biedt. Zo is er een eenvoudige en directe relatie tussen opdrachtgever en bouwer. Zonder een onafhankelijk ontwerper erbij verloopt, zo claimen ze, de communicatie soepeler. De tijd om iets te bouwen, wordt met de Japanse methode tot een absoluut minimum teruggebracht, immers alle procedures die te maken hebben met aanbesteding en kwalificering doen niet ter zake als alles in een hand is. Als de opdrachtgever er mee akkoord gaat, kan de bouwer in het Japanse systeem al beginnen te bouwen voordat de detaillering geheel is uitgewerkt. Ook claimen de Japanners dat hun wijze van geintegreerde aanpak een aanmerkelijke kostenbesparing voor de opdrachtgever in zich houdt. Bovendien is het duidelijk wie kan worden aangesproken als er iets fout zit. Immers het onverkwikkelijke doorschuiven van de schuldvraag is hier niet aan de orde. Men laat zich overigens niet uit over wat er gebeurt tussen de grote bouwmaatschappijen zoals Takenaka en Shimizu en hun onderaannemers. Wat het ontwerp zelf betreft; de wisselwerking tussen construeren en ontwerpen die mogelijk is als deze beide disciplines in een hand zijn, zou leiden tot een beter, functioneler ontwerp.

In de Japanse bouw wordt zeer veel aandacht besteed aan veiligheid en arbeidsomstandigheden. Bij het traditionele ochtendappel krijgen de werkers niet alleen de doelstellingen van de dag te horen, maar vernemen ze eveneens de plek waar ze juist die dag extra moeten oppassen in verband met bepaalde werkzaamheden.

Er wordt dus geanticipeerd op mogelijke ongelukken die bij bepaalde werkzaamheden zouden ke voorkomen. Dit gaat heel ver, want naast de dagelijkse briefing zijn er ook nog wekelijkse en maandelijkse bijeenkomsten tussen de bouwstaf en de onderaannemers met als onderwerp de veiligheid. Helemaal in de lijn van eerst nadenken, eerst plannen en dan pas doen.

Zorgen dat je niet wordt verrast. Consequent krijgen uitsteeksels, zoals betonijzer en uiteinden van stellingbuizen plastic doppen of ommantelingen. Opvallend is de voor Nederlandse begrippen zeer schone werkvloer. Japanse bouwvakkers lopen dan ook niet op werkschoenen met stalen verstevigingen maar op een soort hoge canvas gymschoenen met teenuitsparing. Men claimt hiermee een betere grip te hebben bij klim en klauterwerk.

Als de werknemers naar huis gaan of gaan eten dan staat er een compressor klaar om het stof van de kleren te verwijderen. Helmen worden zeer consequent gedragen. Wie tijdens het werk een sigaretje wil opsteken, komt van een koude kermis thuis. Sigaretten zijn taboe behalve op een bepaalde plaats op het werk en daar kan je dan tijdens de ochtend of middagpause even gaan zitten vergezeld van een brandblusser en te kijk voor alle collegas. Anderzijds wordt er naast de verboden ook het een en ander geboden. Op een bepaald bouwwerk troffen we een aparte plaats aan waar twee hometrainers en een relaxstoel met ingebouwde speakers op oorhoogte stonden, kennelijk om overstresste bouwvakkers even bij te laten komen. Wat geluid betreft, de ghettoblaster is een onbekend fenomeen in de Japanse bouwwereld. Luidsprekers die her en der hangen geven alleen opdrachten weer of mededelingen die met het werk te maken hebben. Elektronica is ook aanwezig in de vorm van bijvoorbeeld draadloze verbinding tussen monteurs van gevelplaten en de kraanmachinist die de plaat ophijst.

Daartoe beschikken de monteurs over microfoons die met een beugel voor de mond hangen en aldus de handen vrij laten.

Bouwliften bevinden zich in de liftkoker van het gebouw in aanbouw. Bouwliften aan de buitenkant van een gebouw zijn we niet tegengekomen. Elke bouwlift is zwaar beveiligd en voorzien van een vaste ‘bestuurder’. Die dient een hek omlaag te halen en een deur dicht te schuiven voordat de lift kan bewegen. Een meter in de lift geeft aan hoe zwaar de belasting is.

Bij overbelasting (wat we een keer meemaakten) vertikt de lift het en gaat er een luide zoemer over.

Om het hele bouwwerk staat een omheining van tenminste drie meter hoog. Dat is verplicht bij wet. Verder is de constructie afgeschoten met gigantische open geweven netten van kunstvezel.

Het afval moet in aparte fracties op de bouw zelf worden verzameld. Je vindt bij de bouwwerken dan ook containers met de verschillende soorten afval. Per verdieping waar wordt gewerkt is een voorman aangewezen als verantwoordelijke om de boel schoon en opgeruimd te houden. Er wordt altijd opgeruimd voordat men de bouw verlaat. Het zou ook een enorme rotzooi worden als men dat niet zou doen.

Immers het ruimtegebrek dwingt de Japanners om het bouwterrein niet groter te maken dan de oppervlakte van het gebouw dat er moet komen. Daartoe wordt een werkvloer aangelegd en vanuit die werkvloer gaat men zowel omhoog als omlaag aan de slag. De benodigde produkten als materieel en ook de voertuigen vinden allemaal hun plaats op de vloeren die klaar zijn. Een kraan wordt mee opgevijzeld naar mate de verdiepingen vorderen. Die centrale kraan staat dus niet naast maar op het gebouw. Het gehele bouwproces is er op gericht om zoveel mogelijk onderdelen van het gebouw elders te laten vervaardigen opdat op de beperkte bouwplek alleen nog maar constructiewerkzaamheden behoeven te worden verricht. Die voorbewerking kan op grote afstand gebeuren. Zo waren van twee gebouwen die we bezochten de gevelplaten uit Singapore afkomstig.

De buren

Als een bedrijf in Japan een gebouw wil neerzetten dan behoort het bedrijf daartoe eerst de instemming van de buurt te verkrijgen. Die instemming behelst niet alleen de vraag of het gebouw wel in de omgeving past, maar ook hoeveel dagen in de week er gewerkt gaat worden, welke veiligheidsmaatregelen er getroffen zijn en hoeveel geluidsoverlast er komt. Bovendien willen de omwonenden weten of er stofoverlast zal zijn. Bouwbedrijven hebben veelal een vaste staf in dienst om dit soort problemen te tackelen. Gehaaide prmensen lobbyen in de buurt. Zoeken de spraakmakende partijen op en -al wordt het niet met zoveel woorden gezegd- uit onze gesprekken bleek ook duidelijk dat er wel eens flink wat geld wordt gespendeerd om de buurt mee te krijgen. Verder moet er toestemming voor het bouwwerk komen van het bouwdepartement van de regio, het brandweer-departement, het wegen-departement, het riool-departement, de politie en het arbeidsbureau. Uiteraard is dit alles een zaak van de hoofdaannemer.

Aardbevingen

In Tokyo staan alle gebouwen los van elkaar. Weliswaar is de tussenruimte soms niet meer dan twintig centimeter, maar toch los. Hierdoor vrijwaart men zich van aansprakelijkheid van schade aan naaste gebouwen bij een aardbeving. Hoge gebouwen worden van staal opgetrokken, waarbij de kolommen daarna in beton worden gegoten. Dragende balken worden bespoten met een brandwerend materiaal. Kolommen zijn gefundeerd op rubber blokken. En voor de werkelijk hoge gebouwen, vanaf tachtig verdiepingen of daaromtrent is er boven in het gebouw een contragewicht opgehangen om de slingering in het gebouw te dempen als er een aardbeving is. De allerlaatste ontwikkeling is het ophangen van grote waterreservoirs. Deze hebben een grotere schokbrekerwerking dan vaste massa.

Innovaties

Er wordt veel research gepleegd. De grotere bouwbedrijven hebben allemaal een onderzoekinstituut. Aan de uitgaven voor research en development is namelijk in Japan de status van het bedrijf af te lezen.

Dat gaat heel ver. Zo houdt bijvoorbeeld Shimizu zich bezig met het ontwerpen van hotels in de ruimte. ‘Als het zover komt zijn wij er klaar voor’ en Takenaka heeft een kant-en-klaar ontwerp voor een kilometer hoog gebouw dat in de baai van Tokyo zou moeten verrijzen (Cobouw heeft dit ontwerp al eens behandeld in WeekUit). Een ander staaltje van bouw High Tech kwamen we tegen bij de aanleg van Kansai International Airport dat op een opgespoten eiland voor de kust van Osaka in aanbouw is. Omdat de opgespoten ondergrond niet stabiel is, heeft men het gebouw voorzien van een elektronisch systeem dat continu de beweging van een aantal punten ten opzicht van elkaar bijhoudt. Mocht een bepaald gedeelte van het 1,75 km lange gebouw te veel zakken, dan kan daar direct iets aan worden gedaan, want in de kolommen zijn jackblocks opgenomen, waardoor dat gedeelte kan worden opgevijzeld. Bijzondere snufjes en innovaties zijn overigens overal op te bespeuren. Zo zagen we een systeem waarmee op eenvoudige wijze elektrische verbindingen in een gebouw ke worden gemaakt. Dat geldt zowel voor dataverkeer als voor bijvoorbeeld 220 volt. Het betreft een zeer platte brede kabel die op de vloer wordt geplakt of tijdens de afbouw op de wand, waarna afwerking of vloerbedekking er overheen komen.

Wandcontactdozen en connectoren worden in de kabel geprikt door vloerbedekking en wandafwerking heen. Zeer snel en handig. Sleuven fresen is hiermee overbodig geworden. De vraag is echter of een dergelijk handig susteem in Nederland zou worden toegelaten. Je houdt immers het risico dat een dwaas juist op de plaats waar de kabel loopt spijkers in de vloer gaat slaan. Een ander verbazingwekkend fenomeen overkwam ons tijdens een lezing bij Shimizu. Nadat we eerst een kleine aardbeving hadden meegemaakt (6.9 op de schaal van Richter zo berichtte de kranten de volgende morgen), waar overigens de Japanse inleider meer van schrok dan wij, klonk er een gerommel aan de buitenkant van het gebouw. Na enige tijd verscheen aan de buitenkant van de ruit een apparaat dat volautomatisch de ramen ging wassen. Deze ramenwasser kruipt als een reusachtige krab langs de gevel heen en weer, een spoor van schone ramen achterlatend.

Zo selecteert men in Japan afval aan de bron Consequent krijgen uitsteeksels, zoals betonijzer en uiteinden van stellingbuizen, plastic doppen of ommantelingen Door W. Egels Vervolg elders in deze Weekuit

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels