nieuws

Olie en gas slokken Noord-Afrikaanse bouwgelden op

bouwbreed

Hoe te financieren? Deze vraag kenmerkt de gang van zaken op de bouwmarkt van Noord-Afrika. In het begin van de jaren negentig begon het uitvoering van diverse grote werken in de olie- en gaswinning en in de petrochemie. Deze werken vergen aanzienlijke kapitalen waardoor slechts weinig middelen overblijven voor andere en eveneens belangrijke projecten.

Algerije moet volgens berekeningen van de Wereldbank jaarlijks 200000 woningen bouwen om de bevolking onder dak te krijgen. De bank stelt voor deze werken een lening van zo’n f. 400 miljoen beschikbaar. De EG betaalt ruim f. 161 miljoen aan de woningbouw. Volgens de Algerijnse regering vindt dit jaar de oplevering plaats van ongeveer 75000 woningen. Het landsbestuur zegt momenteel naar een (financiele) oplossing te zoeken voor enkele honderdduizenden eerder in aanbouw genomen maar nooit afgemaakte woningen.

Begunstigden

Multilaterale fondsen spelen een meer dan belangrijke rol in de financiering van Algerijnse poen. Zo betaalt de Europese Investeringsbank mee aan de uitvoering van enkele wegenbouwplannen, de bouw van de Taksebt- en Hammam Boughara-dam en aan de aanleg van de Maghreb-gasleiding die van Hassi R’Mel via Marokko naar Spanje loopt. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank financiert enkele dammen- en spoorwegpoen terwijl de Wereldbank bijdragen verleent voor irrigatie- en waterleidingpoen.

De grootschalige financiele steun ten spijt neemt het vergeven van contracten veelal maanden en soms zelfs jaren in beslag. Niet zelden zijn plaatselijke bedrijven die bij lange na niet aan de gestelde eisen voldoen de begunstigden. Een voorbeeld van de gevolgen biedt de aanleg van de metro in Algiers. In 1989 werd dit werk gegund aan plaatselijke aannemers. Het tempo waarmee die de ruim negen kilometer tunnel realiseerde zou ertoe hebben geleid dat de oplevering pas na 27 jaar zou plaats vinden. Een van de oorzaken van de nieuwe aanbesteding die onlangs plaats vond.

Vertragingen

In Libie neemt de belangstelling toe voor de uitvoering van grote infrastructuurpoen.

Volgens ter zake kundigen wil de regering in Tripoli met deze hernieuwde interesse bewijzen dat de sancties die de VN in april 1992 afkondigden nagewnoeg geen effect uitoefenen op ’s lands gang van zaken.

Als gevolg daarvan blies Tripoli in het afgelopen jaar verschillende sterk vertraagde bouwplannen nieuw leven in. De totale contractwaarde van deze reeds vergeven werken beloopt meer dan f. 6 miljard. In het verlengde daarvan kreeg de Zuidkoreaanse aannemer Dong Ah in juli opdracht verder te gaan het het waterleidingpo Great Manmade River. De waarde van dit po bedraagt inmiddels zon f. 18 miljard.

Libie zet verder vaart achter enkele industriele bouwpoen. Deze voorzien onder meer in de realisatie van een ijzer- en staalfabriek nabij Misurata. Het Nederlandse Interbeton kreeg eerder van hoofdaannemer ABB uit Zurich het contract toegewezen voor het civiele werk inzake de bouw van enkele elektriciteitscentrales. Het Zuidkoreaanse Hyundai tekent binnenkort het contract ter waarde van om en nabij f. 3,2 miljard voor de bouw van een elektriciteitscentrale van 1200 MW nabij Sirte.

Over het geheel genomen boeken de internationale aannemers weinig resultaat in Libie.

Voor een deel hangt dit samen met grote vertragingen rond de uitvoering van werken. Voor een deel komen de problemen ook voort uit de sancties van de VN waardoor aannemers moeilijk in en uit het land ke. Voorts ontstaan er bijvoorbeeld in de olie-industrie moeilijkheden omdat enkele aannemers uit het voormalige Joegoslavie niet aan hun verplichtingen ke voldoen. Het probleem van lang openstaande rekeningen wil Libie oplossen door de waarde van de bedragen in olie te voldoen.

De toestand in Marokko ziet er tegenwoordig beduidend beter uit dan enkele jaren terug toen het land nog met aanzienlijke schulden kampte. De bouw profiteert nu vooral van grote kantorenpoen. Het meest sprekende voorbeeld daarvan biedt de voorgenomen bouw van het wereldhandelscentrum van Casablanca. Dit po voorziet in de bouw van twee torens van elk 110 meter hoog.

De nieuwe gang van zaken zal naar verwacht ook een verhoogde activiteit veroorzaken in vliegveldpoen en de wegen- en spoorwegbouw. In het verlengde daarvan vallen opdrachten binnen de industrie, het zakelijke vastgoed en het toerisme te verwachten. Volgens de regering zullen de voorgenomen privatiseringen in bijvoorbeeld de cementproductie de bouwactiviteiten nog verder ten goede komen.

Exportkredieten

De verbeterde uitzichten voor de Marokkaanse economie vergroten de buitenlandse belangstelling voor het land. De belangrijkste contracten worden nog steeds vergeven door Arabische investeerders. Een voorbeeld daarvan biedt de realisatie van de toeristische poen nabij Smir en Marrakesh. Voor de uitvoering van wegen, waterleidingen en algemene infrastructuur tekenen tot op heden vooral plaatselijke aannemers. In het verlengde daarvan voeren ook veel plaatselijke vestigingen van buitenlandse aannemers nogal wat werken uit. De financiering blijkt nog vaak problemen te veroorzaken. Franse bedrijven nemen om die reden projecten in aanbouw op basis van exportkredieten. Frankrijk oefent tevens grote druk uit om het tot op heden belangrijkste industriele project van Marokko, de bouw van de fosforzuurfabrieken 5 en 6, voor de eigen industrie te behouden.

Mede door deze interventies is de uitvoering van het werk aanzienlijk vertraagd, ondanks een door een Japans/Spaans consortium gegarandeerde intentieverklaring. Italie richt zich in toenemende mate met nieuwe kredieten op Marokko.

Ook Duitsland en de Europese Investeringsbank stellen aanzienlijke middelen beschikbaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels