nieuws

CNV staat ook in bouw jeugdwerkgarantie toe

bouwbreed

Van de Hout- en Bouwbond CNV mag de Jeugdwerkgarantieregeling (JWG) ook in de bouw worden ingevoerd. De werknemersorganisatie zal zich daartegen niet langer verzetten. Wel wordt aan invoering ervan in de bedrijfstak een aantal strikte voorwaarden verbonden. De belangrijkste is dat regie en coordinatie van de regeling berusten bij de stichting BouwVakWerk.

Verantwoordelijk bondsbestuurder B. van der Spek vindt het erg moeilijk aan te geven hoeveel jongeren via deze weg de bedrijfstak zullen instromen: ‘Dat houdt verband met twee aspecten. Invoering van de JWG in de marktsector mag slechts geschieden op experimentele basis. Dit betekent dat je in het begin niet te hoog moet gaan zitten met betrekking tot het aantal in te stromen jongeren. Daarbij komt dat er een zeker evenwicht dient te zijn tussen de doelgroepen die instromen in de bouw. Vandaar dat ik het voor alsnog hou op 50 tot 100 jongeren. Daarop zal het bij de eerstkomende cao-afspraken uitkomen, denk ik.’

Volgens hem vraagt inpassing van de JWG in de bouw ‘een behoedzame aanpak’ en ‘een beheersbare wijze van uitvoering’.

Ommezwaai

Tot nu toe was de CNV-bond mordicus tegen invoering van de regeling, uit angst dat dit ten koste zou gaan van reguliere arbeidsplaatsen. Uit de ommezwaai mag worden geconcludeerd dat die vrees verdwenen is.

Woordvoerder J. Slok van de bond bevestigt dat: ‘We houden weliswaar rekening met een licht verdringingseffect, maar dat is ingecalculeerd. Op korte termijn zal dit misschien ke leiden tot een nog iets oplopende werkloosheid in de bouw. Maar anderzijds hebben we ook de taak op de lange termijn te kijken. Iedereen weet dat dan een tekort aan vaklieden wordt verwacht. Op die problematiek moeten we nu al inspelen. Dan hebben we daar later profijt van.’

Een van de mogelijkheden om te voorzien in meer vaklieden is volgens hem invoering van de JWG. ‘We hebben als werknbemersorganisatie ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid om wat te doen aan de oplopende jeugdwerkloosheid’, stelt hij vast.

Voorwaarden

Maar de bond stelt wel een aantal strikte voorwaarden.

Volgens Van der Spek mag uitbreiding van de JWG naar de marktsector de taakstelling van de overheid niet ontlasten.

Voorts beklemtoont hij dat ‘het jaarlijks vaststellen van het aantal JWG-plaatsen moet worden voorbehouden aan caopartijen in de bouw. Die dienen dit vrij te ke doen, zonder door de overheid opgelegde verplichtingen.’

Ten derde mogen JWG-plaatsen geen vrijblijvend karakter hebben: ‘Jongeren die via de regeling instromen moeten naast een arbeidsplaats ook een opleiding krijgen tot het instroomniveau van het primaire leerlingwezen. Dat betekent dat ze dan per week vier dagen werken en een dag naar school gaan.’ Als een jongere eenmaal de JWG heeft verlaten moet volgens Van der Spek de mogelijkheid worden geboden tot het volgen van een verdere leerlingwezenopleiding.

‘Daardoor wordt de jongere in staat gesteld een startkwalificatie te halen op het eindniveau van het primaire leerlingwezen’, vindt hij.

BouwVakWerk

Essentieel is het in zijn ogen dat BouwVakWerk regie en coordinatie krijgen van de JWG. ‘De stichting zorgt immers voor een afstemming van vraag en aanbod op de bouwarbeidsmarkt. De opleiding van JWG-deelnemers moet in handen komen van de reguliere opleidingsorganen in de bouw. Consulenten daarvan moeten dan de jongeren begeleiden en hun vorderingen controleren’, licht hij toe.

Tenslotte stelt de CNV-bond als voorwaarde dat ‘de financiering van het geheel via de JWG moet lopen. De kosten mogen niet ten laste komen van de bouwnijverheid.’

Een complicatie is volgens Van der Spek dat een JWG-baan gekoppeld is aan de wonplaats van een jongere. Hij wijst er op dat de bouw een mobiele bedrijfstak is: ‘Als de marktsector wordt opengesteld voor JWG-ers, moet het mogelijk zijn een JWG-werkplek te zoeken buiten de woonplaats.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels