nieuws

Woningonttrekking uiteenlopend verdeeld

bouwbreed

In nagenoeg alle gemeenten wordt er naar gestreefd zo weinig mogelijk woningen aan de voorraad te onttrekken. Wanneer daartoe niettemin wordt overgegaan, kan dat wegens verschillende oorzaken zijn. Meestal heeft de kwaliteit van de woning daar alles mee te maken. Hoe de eigenaar of de gemeente met woningonttrekking omgaan loopt echter nogal uiteen.

Wanneer twee kleine woningen worden samengevoegd, wordt er dus een aan de voorraad onttrokken, door verbouwing in dit geval. Zo gaan er jaarlijks ook woningen verloren door brand en andere rampen. Een andere oorzaak van woningonttrekking is verandering van bestemming.

Dit komt voor, als woningen als tweede woning in gebruik worden genomen, maar ook wanneer zij gebruikt gaan worden als kantoor of juist als opslagruimte.

In het laatste geval betreft het meestal zogenoemde ‘onderstukken’, de begane grond etage van een pand waarvan de bovenste lagen reeds gesloopt zijn.

Als woningen niet meer geschikt (te maken) zijn voor bewoning, worden zij buiten gebruik gesteld (en meestal dichtgetimmerd) of gesloopt. Op den duur worden de buiten gebruik gestelde woonruimten ook wel gesloopt, maar dikwijls wordt daarmee gewacht tot een heel blok kan worden vervangen. Het aantal dichtgetimmerde woningen neemt naar gelang het vertrek van de bewoners geleidelijk toe, terwijl de buurt daardoor zichtbaar achteruit gaat. In die tussentijd vormen de leegstaande woningen een uitdaging voor aan criminele handelingen en/of aan drugsverslaafden. In veel gemeenten tracht men dit nadeel te voorkomen, door wat sneller voor andere woonruimte te zorgen voor de overgebleven bewoners, zodat het verkrotte blok ook sneller kan worden vervangen.

Drugspanden

In bijgaande tabel is te zien, dat een dergelijk beleid in Amsterdam kennelijk geen prioriteit heeft. Van alle ruim 900 woningen die in 1992 buiten gebruik werden gesteld, stonden er bijna 800 in Noord-Holland (86%). Amsterdam haalt zich de problemen met drugspanden zelf op de hals.

In Zuid-Holland, met twee grote steden, betreft ruim een kwart van de woningonttrekkingen samenvoeging van kleine woningen. Buiten gebruik stellen komt hier nauwelijks voor, tweederde van alle onttrekkingen komt in de categorie sloop.

Dat komt overeen met het landelijk gemiddelde. Dit illustreert hoezeer het beleid op dit punt in Noord-Holland (vooral Amsterdam dus) afwijkt van wat elders gebruikelijk is. In deze provincie wordt slechts minder dan de helft van de onttrokken woningen meteen gesloopt en dat is (buiten Flevoland) het laagste cijfer van alle. In de overige provincies is het aandeel van de sloop in de onttrekkingen rond driekwart tot -in Overijssel en Zeeland- circa 85%.

Aan de nog jonge voorraad van Flevoland worden uiteraard nog maar weinig woningen onttrokken. Bijna de helft daarvan betreft overigens samenvoeging, wat het hoogste aandeel is van alle provincies.

Ruim een derde betreft sloop: niet alle woningen in deze jonge provincie zijn van nieuwbouwkwaliteit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels