nieuws

Aanbod en aanvaarding

bouwbreed

Het komt nog regelmatig voor: de ene partij vermeldt bij zijn offerte-aanvraag, dat op een op basis daarvan te sluiten aannemingsovereenkomst bepaalde algemene voorwaarden van toepassing zullen zijn en degene die daarop reageert pleegt alleen overeenkomsten te sluiten onder andere algemene voorwaarden.

Op het standaardbriefpapier, waarop de een de offerte-aanvraag doet respectievelijk de ander een offerte indient, komt dan verder niets voor over die toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Die houden vaak afwijkende arbitrageregelingen in. Welk arbitrage-instituut is in zo’n geval bevoegd?

Eind vorig jaar besprak ik die vraag al eens onder de titel ‘battle of forms’, de term waarmee dit soort strijdigheden door juristen wordt aangeduid. Daar lag de feitelijke situatie wat anders dan in het geschil, dat de Raad van Arbitrage in juli 1992 beslechtte.

Maar noch in het eerdere vonnis noch in dat van zomer vorig jaar is de duidelijke norm vermeld, die sinds 1 januari 1982 voor dit probleem is opgenomen in ons recht.

Nu spreken arbiters van de Raad weliswaar geen recht naar formele rechtsregels, maar bepalen van geval tot geval wat naar hun mening redelijk en billijk is, maar het zou voor de gebruikers van algemene voorwaarden toch goed zijn als zij wisten, wat zij in de praktijk moeten doen als zich zon battle of forms voordoet.

In het hun voorgelegde geval, waarover zij een jaar geleden beslisten pasten de arbiters van de Raad deze Nieuw B.W.norm niet zonder meer toe, evenmin als dat het geval was in het vonnis dat ik eind vorig jaar hier besprak.

Die laatste tegenstrijdigheid in algemene voorwaarden had in ieder geval betrekking op de vraag aan wie een geschil over de uitvoering van de tussen een hoofd- en een onderaannemer gesloten overeenkomst moest worden voorgelegd. De hoofdaannemer in kwestie had, toen hij door zijn opdrachtgever aangesproken was wegens wanprestatie, zijn onderaannemer in vrijwaring geroepen en beriep zich daarbij op zijn algemene leverings- en uitvoeringsvoorwaarden, waarin bepaald was, dat die van toepassing zouden zijn op alle opdrachten van de (hoofd)aannemer en ook voor de werkzaamheden, die in onderaanneming werden uitgevoerd.

Maar de onderaannemer ontkende dat hij een schriftelijke offerte-aanvraag had ontvangen met de algemene voorwaarden erop gedrukt. Hij toonde wel aan dat hij schriftelijk zijn offerte had ingediend en dat daarop werd verwezen naar de algemene voorwaarden, die gedeponeerd waren bij de Kamer van Koophandel in Rotterdam. In die voorwaarden staat uitdrukkelijk, dat zij te allen tijde prevaleren boven eventuele algemene voorwaarden van de medecontractant.

Bovendien staat er nog in, dat degene die de aanbieding aanvaardt daarmee afstand doet van zijn eigen algemene voorwaarden.

Dat zou dus in ons geval de hoofdaannemer zijn, maar die vond dat hij de onderaannemer terecht voor de Raad van Arbitrage had gedagvaard op grond van zijn eigen voorwaarden.

Geen van beide partijen had tegen de voorwaarden van de ander bezwaar gemaakt en je zou dus ke zeggen dat zij allebei de voorwaarden van de ander stilzwijgend aanvaard hadden. Maar dan kom je er natuurlijk niet uit.

Daarom heeft de wetgever aan dit probleem dan ook voor eens en voor altijd een einde willen maken. Maar de arbiters zaten ook nog met de ontkenning van de onderaannemer, dat hij een schriftelijke offerte-aanvraag had gekregen. Daar waren ze snel mee klaar; die ontkenning was wel erg doorzichtig want de hoofdaannemer kwam meteen op de proppen met de offerte, die begon met de zinsnede: ‘Onder dankzegging van Uw schriftelijke aanvraag…’!

Het stond dus wel vast, dat er sprake was van twee tegenstrijdige A.V.; dus moesten de arbiters beslissen welke van de twee de rechtsverhouding tussen de twee contractanten nu bepaalden.

Het feit, dat de onderaannemer de achterop de offerteaanvraag gedrukte algemene voorwaarden niet uitdrukkelijk van de hand had gewezen, werd door de arbiters voor deze kwestie doorslaggevend gevonden. Het alleen toezenden van een offerte met daarop een verwijzing naar voorwaarden die op de Kamer van Koophandel ingezien konden worden, was daarvoor niet genoeg.

Daar kwam nog bij, dat de onderaannemingsovereenkomst voor accoord was getekend zonder enig voorbehoud voor wat betreft de -nota bene vlak boven de handtekening voorkomende- zinsnede over de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer. Het feit, dat daarna de overeenkomst aan de hoofdaannemer was geretourneerd met een brief, die uitdrukkelijk mededeelde, dat de werkzaamheden zouden worden uitgevoerd onder toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van de onderaannemer was voor de arbiters geen reden om de A.V. van de hoofdaannemer als afgewezen te beschouwen.

Waarom zou de eis van een uitdrukkelijke afwijzing ook niet gesteld ke worden aan de hoofdaannemer? Was dat misschien omdat die zijn A.V. op de achterkant van zijn briefpapier had laten afdrukken?

Nee, ik denk dat de arbiters in feite dezelfde norm hanteerden als de wetgever van het Nieuw BW al noemen zij die norm niet met zoveel woorden: ‘Als aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen, komt aan de tweede verwijzing geen werking toe, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen’. (art.

225 lid 3, Boek 6) Aannemers doen er goed aan bij ontvangen offerte-aanvragen de A.V. van hun a.s. opdrachtgever goed te lezen en als die van hun eigen A.V. afwijken aan hun wederpartij duidelijk schriftelijk te laten weten, dat zij (gedeelten van) diens A.V. niet ke accepteren. Doen zij dat niet dan ke zij er op rekenen, dat niet de door hun organisatie opgestelde voorwaarden de aannemingsovereenkomst zullen beheersen, maar die van hun opdrachtgever.

Alleen als zij geen problemen hebben met die A.V. hoeven zij over de toepasselijkheid van A.V. geen actie te ondernemen want volgens de Nieuwe B.W.regel, die kennelijk ook door de Raad van Arbitrage gevolgd wordt, is dan duidelijk welke A.V. de aannemingsovereenkomst beheersen.

(BR 1993 p. 317)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels