nieuws

Zuid-Holland ruimt stortlocaties in

bouwbreed

Zuid-Holland wil voor de berging van baggerspecie aansluiten bij een grootschalig depot in het Hollandsch Diep.

Een nieuw te graven put moet in het noorden van de provincie aanvullende capaciteit bieden. In de bijbehorende meer komen hiervoor de Oostvlietpolder nabij Leiden, de Ommedijkse Polder bij Wassenaar en Valkenburg en de Gnephoekpolder bij Alphen aan den Rijn aan de orde.

De drie locaties komen in beginsel allemaal in aanmerking voor de berging van baggerspecie. Per geval moet een po-mer uitsluitsel bieden over de daadwerkelijke geschiktheid. Voor de Oostvlietpolder geldt het voorbehoud dat er eerst duidelijkheid moet komen over de ruimtelijke inrichting van de Leidse regio. Wanneer in het najaar blijkt dat de Oostvlietpolder ruimte moet geven aan woningbouw dan verandert de Ommedijkse Polder in voorkeurslocatie. Blijkt stort hier milieuhygienisch niet verantwoord dan verschuift de voorkeur naar de Gnephoekpolder. De voorkeursvolgorde houdt in dat eerst een pomer wordt opgesteld voor de hoogst genoteerde locatie. GS willen in het noorden en het zuiden van de provincie een reserve landlocatie aanwijzen voor het geval de po-mer’s uitwijzen dat geen van de ge selecteerde gebieden voor de berging van baggerspecie in aanmerking komt. In het noordelijke deel worden dan de resthoek Boskoop-Alphen aan den Rijn en in het zuiden de Sophiapolder bij Hendrik Ido Ambacht voor de stort van specie gebruikt.

Barriere

Voor de stort voor de middellange termijn van bouw- en sloopafval komen in aanmerking de locaties Geervliet-Oost bij Bernisse en Spijkenisse, Groenstrook Reijeroord bij Ridderkerk, Hogeboomseweg bij Wassenaar, Hoge Bergsche Bos bij Bergschenhoek, Zoetermeer-Voorweg en de Buiten Nieuwlandse Polders bij Hoek van Holland. De drie eerstgenoemde locaties vallen door hun geringe capaciteit af.

Geervliet-Oost blijft evenwel gehandhaafd als mogelijke stortplaats voor de lange termijn. Deze kwalificatie werpt volgens de provincie geen barriere op voor nieuwe en met een stortplaats concurrerende functies.

Zoetermeer-Voorweg en de Oranjebuitenpolder voldoen aan alle planologische voorwaarden. Het Hoge Bergse Bosch blijkt minder geschikt als gevolg van de slechte ontsluiting via het spoor en het water. De provincie wil de mogelijkheid openhouden om de Oranjebuitenpolder in te wisselen voor een locatie op de Tweede Maasvlakte. De realisatie van beide poen moet nog beginnen terwijl over de uiteindelijke uitkomsten nog onzekerheden bestaan. Mede om die redenen noemt ZuidHolland het gewenst dat de locaties nabij het Hoge Bergsche Bos als reservelocatie blijven bestaan. Komen de Oranjebuitenpolder of de Tweede Maasvlakte wel tot uitvoering dan verandert het Hoge Bergsche Bos in een locatie voor de lange termijn.

Verstedelijking

In een toelichting op de speciestortlocatie Oostvlietpolder geeft de provincie aan dat het huidige streekplan Zuid-Holland West het gebied aanwijst als ontwikkelingszone voor recreatie, natuur- en landschapsbouw. Het gebied maakt deel uit van de groenstrook tussen Leidschendam en Leiden. De Nota Verstedelijking Zuidvleugel brengt de Oostvlietpolder onder in de tweede categorie bouwlocaties. De ‘Structuurschets Leidse regio aan zet’

waardeert de Oostvlietpolder door de geisoleerde ligging als een matige woningbouwlocatie. Het gebied kan daarentegen wel uitstekend dienstdoen als bedrijventerrein. De provincie meent dat een stortplaats zich goed laat combineren met de bestemmingen uit het streekplan en met een bedrijventerrein van 40 tot 45 hectare. Deze toestand verandert wanneer de voorgenomen woningbouw op het vliegveld Valkenburg of op de reservelocatie Papenwegse Polder niet doorgaat.

Ter toelichting op de locatie Oranjebuitenpolder meldt de provincie dat het poldergebied deel zal uitmaken van de landschappelijke en recreatieve zone Kust-Staelduinen-Oranjeplassen-Midden Delfland. In het herinrichtingspo wordt gelijktijdig rekening gehouden met het ontwikkelen van een landschappelijke verbinding Oranjeplassen/Staelduinen via het Spui, met een trace voor een mogelijke Oranjetunnel, met de reservering voor een agrarisch distributiecentrum van maximaal zeventig hectare en de bijbehorende ontsluiting en met de inpassing van een stort voor onder meer bouw- en sloopafval. Het distributiecentrum laat zich volgens de provincie moeilijk combineren met de ecologische zone en een stort van enige omvang. Naar de mening van Zuid-Holland komen voor dit centrum ook andere locaties in het gebied van de mainport Rotterdam in aanmerking die samenhangen met de mogelijke Oranjetunnel tussen Hoek van Holland en de Europoort.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels