nieuws

Woningbouw Zuid-Holland Oost vergt ‘groenbeleid’

bouwbreed

Woningbouw in het gebied van het streekplan Zuid-Holland Oost mag geen afbreuk doen aan de ‘groene kwaliteit’ van dit gebied. Dit nieuwe beleid betekent een breuk met het beleid uit het huidige streekplan. De noodzakelijke ruimtelijk verantwoorde afweging blijft niet beperkt tot een streekplan maar bestrijkt het niveau van de Randstad.

Gedeputeerde staten van ZuidHolland schrijven dit in de Herziening Streekplan Zuid-Holland Oost; nota van beantwoording reacties nota beslispunten.

GS noemen het restrictieve beleid voor ‘Oost’ het gevolg van het beleid dat een verband legt tussen het Groene Hart en het verstedelijkingsbeleid in de Randstad. Het laatste richt zich op de inrichting van grote bouwlocaties in en bij de stadsgewesten.

Het college stemde eerder in met het Afsprakenkader Restrictief Beleid Randstad en legt daarbij grote nadruk op de leefbaarheid en de kwaliteit in het Groene Hart. In het geval van de woningbouw valt hier te denken aan sanering van terreinen en het verplaatsen van milieuhinderlijke bedrijven.

Voor het vergroten van de leefbaarheid in de kleine kernen liggen financiele middelen gereed. Ook het provinciale stimuleringsfonds voor de stads- en dorpsvernieuwing stelt bijdragen beschikbaar.

Botsing

Het resctrictieve beleid kan evenwel botsen met maatregelen die de leefbaarheid in de kleine kernen bevorderen. De provinciale notitie Benutting capaciteit binnen de bebouwde kom probeert hier oplossingen aan te reiken. GS noemen in de herziening als oplossing het scheppen van een regioreserve als onderdeel van het nieuwe streekplanprogramma 20002004.

Voor de ‘spontane capaciteit’

in Oost tussen 1993 en 1999 dient een aparte oplossing te komen. De leefbaarheid in de kleine kernen hangt slechts voor een deel samen met woningbouw. Deze activiteit remt het verdwijnen van voorzieningen hoogstens wat af maar kan het doorgaans niet verhinderen. Restrictief beleid wil niet zeggen dat er geen bouw meer zal gebeuren. Naast geringe uitbreiding zullen onder meer ook vervangende nieuwbouw en herstructurering volgen.

Tussen 1995 en 2005 is zon 260 hectare bedrijventerrein nodig. GS verlaagden dit oppervlak voor het Groene Hart tot 170 hectare. In de stadsgewesten moet dan ruimte worden gevonden voor 90 hectare.

Het college stelde daarbij een terugvaloptie in. Bieden de stadsgewesten geen plaats aan 90 hectare, dan moet deze ruimte in het Groene Hart worden gevonden.

Tussen 2005 en 2015 ontstaat behoefte aan 170 hectare. Het Groene Hart moet 110 en de stadsgewesten 60 hectare leveren. Het scheppen van voldoende woonmogelijkheden in werkgelegenheidsgebieden kan de utigaande pendel in belangrijke mate verminderen.

Hetzelfde effect wordt van het restrictieve beleid verwacht.

Door de verwachte groei van de werkgelegenheid in Oost worden voor forenzen bovendien meer mogelijkheden aangeboden ter plaatse een betrekking te vinden.

Volgens de regios is 230 hectare exclusief en 360 hectare inclusief ruimte voor milieuhinderlijke bedrijven nodig.

Deze behoefte doet zich naar de mening van GS voor op langere termijn. De regiobehoefte tot aan 2005 blijft evenwel binnen de provinciale raming tot 2015.

Tot 2015 is een meer gefaseerde uitgifte gewenst. Als gevolg daarvan kan de instroom van bedrijven in het Groene Hart verminderen. De uiteindelijke vaststelling van de contouren zal volgens GS duidelijkheid geven in hoeverre er boven de 280 hectare alsnog ruimte overblijft voor reguliere bedrijvigheid. Bij het bepalen van de bebouwingscontouren zal zoveel mogelijk worden tegemoet gekomen aan een onderbouwde behoefte aan bedrijventerrein voor de kleine kernen tot 2000. Daarna komt het accent te liggen op concentratie in de hoofdkernen. Tevens wordt bezien in hoeverre na 2000 enige uitbreiding van kleinschalige plaatselijke bedrijvigheid mogelijk blijft.

Grondprijzen

Voor onder meer bouw- en toeleverende bedrijven zijn de stijgende grondprijzen een probleem van betekenis. Hun vestigingsmogelijkheden worden door gemeenten verder beperkt door eisen aan het aantal arbeidsplaatsen per hectare bedrijventerrein. Aan dergelijke vestigingsvoorwaarden ke de genoemde bedrijven veelal niet voldoen.

GS constateren een prijsopdrijvend effect door het optreden van speculanten die de lijn van het streekplan volgen. De nadelige gevolgen betreffen vooral het verlies aan inkomsten van gemeenten en de soms moeilijk tot stand komende samenwerkingsverbanden.

GS verwachten dat een verdere regionale samenwerking voldoende oplossingen kan bieden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels