nieuws

Opleving in b&u blijft nog uit

bouwbreed

De seizoenmatige toename van de bedrijvigheid in de grond-, water- en wegenbouw in het begin van het het jaar blijkt wat later te komen dan normaal te doen gebruikelijk. In de b&u-sector is die opleving zelfs in april nog niet te zien.

Dat valt op te maken uit de Conjunctuurtest van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid over april. Het EIB houdt een dergelijke test elke

nd in opdracht van de Commissie voor de Europese Gemeenschappen. Aan de conjunctuurtest wordt deelgenomen door 444 hoofdaannemers met meer dan tien personeelsleden in dienst.

In de afgelopen jaren blijkt de bedrijvigheid in de gww-bedrijven al in maart te zijn toegenomen. Dit keer is er pas in april van enige toename sprake.

Veertig procent van de bedrijven, die in deze sector werkzaam zijn, meldde over april een toename van de activiteiten. En 11% moest nog laten weten dat men met een daling van de produktie kampte.

In de b&u-sector is zelfs in april nog geen opleving van activiteiten te zien. Nog geen tien procent van de ondervraagden gaf aan weer meer werk te hebben, terwijl 17% zelfs een afname van de produktie constateerde.

In portefeuille

De hoeveelheid onderhanden werk is in de gww, uitgedrukt in maanden werk, kleiner geworden en bedraagt nu 3,2 maanden. Ook in de b&u was sprake van een lichte afname van de hoeveelheid werk waar men mee bezig was. Dat bedroeg in april nog geen zes maanden tegen 6,3 maanden in april vorig jaar.

De verwachtingen met betrekking tot de personeelsvoorziening en de prijzen zijn ten opzichte van een maand eerder voor de bouw als totaal nauwelijks veranderd. Twaalf procent verwacht in de komende maanden meer personeel te moeten aannemen, maar een even groot percentage bedrijven ziet het aantal personeelsleden verminderen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels