nieuws

Duits winkelbedrijf heeft geen interesse voor stadsontwikkeling

bouwbreed

De gemeenten in het oosten van Duitsland zijn als eerste verantwoordelijk voor het behoud van de binnensteden die vaak nog een middeleeuwse structuur hebben. Het lokale bestuur dient tevens een antwoord te vinden op de vraag hoe deze structuren plaats ke bieden aan eigentijdse functies. Samenwerking met (groot)winkelbedrijven ligt volgens leider van de afdeling woningbouw W. Schmidt van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Duitse deelstaat Thuringen voor de hand. Het blijkt echter dat deze ondernemingen nauwelijks belangstelling tonen voor een afgewogen stedelijke inrichting.

“De regering in Bonn gaf in het kader van het programma Aufschwung Ost subsidie op poen waarin monumentenzorg samenviel met stedebouwkundige maatregelen,”

legt Schmidt uit. “Dat programma maakt nu deel uit van de stedebouwkundige activiteiten van Thuringen. Bond, deelstaat en gemeente zorgen nu samen voor de financiering van de monumentenzorg. Het deel van deze

g dat niet samenhangt met stedebouw valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie voor Wetenschap en Kunsten dat zorg draagt voor de financiering van speciale poen.”

Voorbeeld

“We beschikken over een zogeheten model-stedenprogramma,” zegt Schmidt. “Dat voorziet in een gecombineerde stadsvernieuwing en monumentenzorg in enkele aangewezen steden. Het gaat hierbij om Weimar, Muhlhausen, Jena en Muhlberg. Wat daar gebeurt moet als voorbeeld dienen voor de rest van het land.

Daarnaast hebben we de gangbare programmas voor vooral de saneringsgebieden. De beschikbare middelen moeten investeringen in grond mogelijk maken en verder is geld nodig voor de zogeheten onrendabele kosten die een individuele investeerder moet maken bij de renovatie of het onderhoud van een pand dat onder de monumentenzorg valt. Voor werken die niet onder een bepaalde categorie vallen ke we incidenteel ook geld uittrekken.”

Vandalisme

“In deze sector ligt een heleboel werk te wachten waarvan de uitvoering nogal wat tijd zal vergen,” meent Schmidt. “In de kleine en middelgrote steden en in de dorpen staan heel wat bouwwerken die het bewaren meer dan waard zijn en die voor een deel onder de monumentenzorg vallen. Opknappen ervan is iets wat op langere termijn zal gebeuren. Om die reden moeten we nu maatregelen treffen die verder verval voorkomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het dichten van de daken, het tegengaan van vandalisme en om het nemen van bouwfysische maatregelen die onder meer voor voldoende ventilatie zorgen.

Aan de hand van dit programma hebben we nu zon 5000 panden tegen de ondergang verzekerd. En daarmee hebben we ook de beeldbepaling van straten veilig gesteld.”

“Met deze nadruk op het behoud scheppen we tegelijkertijd problemen voor de ontwikkeling van de binnensteden,”

vindt Schmidt. “De gemeenten dragen hiervoor de eerste verantwoordelijkheid en moeten een afdoend antwoord zien te vinden op de vraag hoe men een vaak middeleeuwse stedelijke structuur kan combineren met eigentijds gebruik. In de tijd van de DDR kwam die oplossing veelal neer op grootschalige afbraak van de binnensteden. Het mag duidelijk zijn dat we nu naar andere mogelijkheden omzien. Wanneer het tot sloop komt, moeten we ervoor zorgen dat er een vergelijkbare bebouwing voor terugkomt. Dat probleem laat zich relatief gezien eenvoudig oplossen. Veel moeilijker is het vinden van een antwoord op de vraag welke functie deze binnensteden moeten vervullen.

In toenemende mate strijkt de grootschalige detailhandel in de binnensteden neer en onderstreept zijn aanwezigheid op desastreuze wijze.”

Grootwinkelbedrijf

“Daar komt bij dat door de komst van het grootwinkelbedrijf de huren in de binnensteden zo hoog oplopen dat die voor de kleine winkelier nauwelijks meer zijn op te brengen,” stelt Schmidt. “Kapitaalkrachtige bedrijven nemen de leeggekomen ruimte in beslag en veroorzaken daarmee een soort monocultuur in het bestand. Want het zijn doorgaans geen winkeliers die de ruimte overnemen, maar verzekeringskantoren, belastingadviseurs en dergelijke. Het beleid wil er evenwel voor zorgen dat er ook kwaliteitswinkels in de binnensteden komen.

Het blijft echter een probleem dat de winkels met het doorsnee-assortiment voor het dagelijks gebruik maar met moeite te bewegen zijn hun aanvankelijke vestiging buiten de stad te verlaten en naar de binnensteden te gaan.”

Versterken

“Het bouwrecht kan in deze weinig verandering teweeg brengen zodat het gevaar van verdwijnende stedelijke functies aanwezig blijft,” verwacht Schmidt. “Het landsbeleid blijft gericht op het versterken van de woon- en bijbehorende functies van de stad. Temeer omdat deze functies het beeld van de stad bepalen en voldoende draagkracht opleveren voor stedelijke voorzieningen als musea en theaters. Mede door de enorme onderlinge concurrentie valt er van de grootwinkelbedrijven nog weinig medewerking te verwachten. Met dezelfde agressiviteit waarmee ze elkaar benaderen, treden ze de overheid tegemoet. Het blijft een vraag of al die bedrijven ke blijven bestaan. Sinds de omwenteling is er op vrijwel alle gebieden een overaanbod ontstaan.

Door middel van een aangepaste regionale bouwplanning hopen we deze vloedstroom te ke indammen. Of dat lukt blijft vooralsnog onduidelijk.

Heel wat als tijdelijk bedoelde verkoopruimte in de vorm van bijvoorbeeld tenten heeft plaatsgemaakt voor permanente ruimte.”

Grootschalig

“De landsregering gaat ervan uit dat deze in het wilde weg ontstane winkelruimte nog tot in lengte van jaren het beeld van onder meer de grootschalige nieuwbouwgebieden zal bepalen,” zegt Schmidt. “Om die reden willen we er het onze aan bijdragen dat deze voorzieningen een vast deel zullen uitmaken van deze wijken. Zodra een gebruiker om welke reden dan ook verdwijnt, gaan we niet tot sloop over, maar bieden de ruimte aan andere gebruikers aan. Alles bij elkaar beschikken de steden over pakweg 30 procent van het benodigde winkelaanbod. Wat er nu is willen we in de loop van de tijd overbrengen naar de binnensteden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels