nieuws

Belegger trekt zich terug van huurmarkt

bouwbreed

Institutionele beleggers zien tot nu toe geen mogelijkheden om een belangrijker deel van de huurwoningenmarkt voor hun rekening te nemen.

Integendeel. Hun belangstelling voor lichtgesubsidieerde huurwoningen loopt zelfs fors terug.

Dit blijkt uit het jaarverslag 1992 van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ). Daarmee lijkt het beleid van staatssecretaris Heerma, om de zogenaamde ‘scheefheid’ te bestrijden met het toevoegen aan de markt van duurdere huurwoningen, tot mislukken gedoemd.

Een belangrijke indicator voor de afgenomen interesse van institutionele beleggers voor licht gesubsidieerde huurwoningen valt te ontlenen aan het aantal gebouwde premie Cwoningen. Waren dit er in 1990 nog 8500, vorig jaar werden er nog slechts 3500 voor de verhuur gebouwd.

Volgens de ROZ is beleid van Heerma erop gericht dat de door de beleggers in de marktsector te bouwen huurwoningen zich met name in het geliberaliseerde deel van de woningmarkt bevinden, te weten vanaf f. 900 per maand.

Grondkosten

“De gemeenten brengen echter dermate hoge grondkosten in rekening, dat de hogere huren niet meer dan ter dekking van de grondprijs ke worden aangewend. Het hierdoor beschikbare bouwkostenbudget is veelal zo laag, dat

bij de realisatie van dergelijke woningen vaak niet meer kan spreken van een redelijke prijskwaliteitsverhouding ten op zichte van de bestaande voorraad. Doorstroming vanuit de voorraad zal derhalve nauwelijks op gang komen. Nieuwe beleggerswoningen worden voornamelijk bezet door nieuwkomers op de markt” , aldus de ROZ.

Ook recente uitspraken van kantonrechters over huurprijsverlagingen ( “in verband met irrelevante bodemverontreiniging” ) en het verdwijnen van verbeter-subsidies dragen niet bij aan het vergroten van de belangstelling van beleggers voor dit segment van de woningmarkt.

Daarbij komt bovendien dat “nieuwbouwlocaties die aan beleggers beschikbaar gesteld worden, vaak niet goed gesitueerd zijn” .

Trouwens, ook op de gesubsidieerde koopwoningenmarkt trekken beleggers zich terug.

Werden in 1989 nog 16000 premiekoop-A-woningen gebouwd, in 1992 daalde dit aantal tot 9000 stuks. “Door de hoge grondkosten, met als gevolg lage bouwkostenbudgetten, ontstaan ook hier kwaliteitsproblemen” , concludeert de ROZ.

Stadswoning

Kritiek is er wat dat betreft op invoering van het Besluit Woninggebonden Subsidie: “Daardoor ontstaan zowel in de koop- alsook in de huurmarkt vertragingen bij de beschikbaarstelling van bouwkavels” .

Tenslotte stelt de ROZ vast dat “de dure stadskoopwoning het minder goed doet dan de overheid in haar beleid wenselijk acht. De trend om in de stad te willen wonen neemt weer af.

Gezinnen kiezen liever voor een eengezinswoning nabij het groen, met een rustig en veilig leefklimaat en een goede parkeergelegenheid” .

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels