nieuws

Afvalverwijdering vergt meer invloed bedrijven

bouwbreed

De kosten voor het verwijderen van afval worden voor de helft door of via het bedrijfsleven betaald. Het ligt dan voor de hand dat het bedrijfsleven meer betrokken wordt bij de organisaties die zich met afval bezig houden. De noodzaak ontstaat om net als bij de waterschappen de bestuurlijke organisatie zodanig in te richten dat er een samenhang ontstaat tussen belang, betalingen en zeggenschap.

VNO-voorzitter Rinnooy Kan legde op een bijeenkomst in Middelburg uit dat het bedrijfsleven vooralsnog geen enkele rol van betekenis speelt in de organisatie van de afvalverwijdering. Op dit moment moet de verwijdering van afval echter handen en voeten krijgen. Deze opgave maakt de bestuurlijke betrokkenheid van het bedrijfsleven onontbeerlijk.

Daarmee krijgt het bedrijfsleven ook meer greep op de kosten en daarmee op de tarieven.

Onderzoek van Tebodin in opdracht van de VROM toonde aan dat de storttarieven aanzienlijk hoger liggen dan de werkelijk te maken kosten. Bij de stortplaatsen treedt ook een forse spreiding van de tarieven op. Het verkrijgen van tariefgegevens bleek uitermate moeilijk. Dat rechtvaardigt volgens Rinnooy Kan de mening dat bij het verwijderen van afval geld aan de strijkstok blijft hangen. En daarmee is er wel beschouwd sprake van een verkapte belastingheffing.

Te weinig

De VNO-voorzitter constateerde verder dat de markt voor bepaalde secondaire grondstoffen en voor hergebruik ge schiktgemaakte produkten ontbreekt of onvoldoende is ontwikkeld. Voor het beleid inzake het gebruik houdt de overheid te weinig rekening met de markt. Zo belemmeren scherpe normen dat het herbruikbaar afval wordt ingezet als grondstof. Te denken valt hier aan het Bouwstoffenbesluit.

Voorts gelden voor sommige produkten dusdanig hoge eisen dat ze nooit uit herbruikbaar materiaal ke worden gemaakt. Tevens staan verwerkingsbedrijven soms voor zulke hoge specifieke eisen dat het niet lonend blijkt afval voor hergebruik geschikt te maken.

Ook bestaat er geen eensluidende defenitie die het ene materiaal als afval en het andere als reststof bestempeld.

Voorkomen

Volgens de voorzitter Braakman van VNO Zeeland is het bedrijfsleven alleszins van plan het ontstaan van afval te voorkomen of te verminderen. Deze maatregel beperkt de hoeveelheid grondstof waardoor de prijs van het uiteindelijk produkt kan dalen. De eisen die de overheid stelt ke er echter toe leiden dat die prijs onaanvaardbaar wordt verhoogd.

Voor een provincie als Zeeland valt dat des te schrijnender uit omdat het overgrote deel van de produktie voor de export is bedoeld. Een verminderde afzet als gevolg van een te hoge prijs veroorzaakt banenverlies en bedrijfssluitingen.

Begin juli buigen provinciale staten van Zeeland zich volgens Braakman over het Provinciaal Afvalverwijderings Plan, kortweg PAP 3 genoemd. Daarin wordt een afvalsturingsorgaan voorgesteld dat zich prijssturend wil opstellen. Daarmee ontstaat een monopolie dat geen enkele garantie kan geven prijsdekkend op te treden. De opstellers van het plan hielden verder niet of nauwelijks rekening met de inspraak van het bedrijfsleven.

Transport

Te denken valt hier aan het transport van Zeeuws afval naar de verwerkingsinstallatie in Antwerpen. De regels staan dergelijk vervoer niet toe en schrijven voor dat het afval naar de Moerdijk moet. Inzake het transport merkte Rinnooy Kan op dat er nogal wat ad minstratieve verplichtingen bestaan. Dat aantal neemt snel toe en oefent een steeds zwaardere druk uit op het midden- en kleinbedrijf. Orde en regel zijn weliswaar nodig maar mogen er niet toe leiden dat ze in dogmas ontaarden en het hergebruik belemmeren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels