nieuws

Afspraak werkgelegenheid bouwnijverheid in gedrang

bouwbreed

De vermeende recessie in de bouw lijkt gevolgen te krijgen voor de afspraak van sociale partners om 2500 langdurig werklozen een werkervaringsplaats in de bouw te geven. Het Scholings- en Werkervaringsverband (SWEV) in Den Haag, dat de opleiding voor de deelnemers verzorgt, heeft al een aantal deelnemers naar huis moeten sturen. De bedrijven willen namelijk geen ‘SWEV-er’ in dienst nemen nu ze nauwelijks genoeg werk hebben voor hun eigen personeel.

“Voor deze deelnemers” , aldus voorzitter Rob Hoogendoorn van de stichting SWEV, “die een werkervarings-traject van twee jaar in het vooruitzicht is gesteld, is het moeilijk te verteren dat ze na een periode van langdurige werkloosheid opnieuw naar huis worden gestuurd” . Volgens de voorzitter moet er dan ook snel wat gebeuren willen de deelnemers niet hun geloof in de bedrijfstak verliezen.

De noodklok die het SWEV in Den Haag nu luidt, lijkt een kink in de kabel van het tot nog toe goed verlopende po. Het nakomen van het in 1989 gesloten werkgelegenheidsconvenant leverde de eerste jaren namelijk weinig problemen op. De bestanden op de arbeidsbureaus werden door de stichting Bouw-vak-werk ‘geschoond’ en de kandidaten werden door speciaal benoemde commissies geselecteerd.

Nog in januari van dit jaar meldde een onderzoek van Regioplan zelfs dat het werkgelegenheidspo aan de verwachtingen voldoet omdat inmiddels 1750 werklozen eraan hadden deelgenomen.

Laatste loodjes

Het zijn volgens Hoogendoorn dan ook de laatste loodjes die nu voor de problemen zorgen.

De eerste jaren hadden de bouwbedrijven er geen moeite mee om tegen een gereduceerd tarief iemand in dienst te nemen die nog niet zoveel ervaring had en periodiek enige scholing moest volgen. Momenteel zorgt de terugloop in het aantal opdrachten ervoor dat vooral het midden- en kleinbedrijf de boot afhoudt. “Hoewel de verwachtingen voor 1994 alweer positief zijn, kijkt het kleine bedrijf vaak niet verder dan enkele maanden. Dat is ook logisch. Als je op dit moment moeite hebt om je personeel aan het werk te houden, haal je het als kleine ondernemer niet in je hoofd om nog iemand in dienst te nemen ook al is het tegen een gereduceerd tarief. Anderzijds is er wat voor te zeggen als ook de kleine ondernemer iets verder kijkt. Als het werk in 1994 weer aantrekt, krijgen we immers met een tekort aan mensen te maken.”

De problemen doen zich overigens ook in Rotterdam voor.

Volgens voorzitter M. Peeman van het regionale bestuur van Bouw-vak-werk speelt het probleem zich met name af in de grote steden waar het aanbod van ‘SWEV-ers’, zoals de deelnemers zijn gaan heten, het grootst is. Hij pleit voor maatregelen van, in eerste instantie, het landelijk bureau van Bouw-vak-werk. Peeman: “Hier komen de landelijke cijfers binnen. Als er, zoals nu het geval is, veel mensen in de ‘leegloop’ komen (er is dan geen werk voor de deelnemers, maar ze worden wel doorbetaald, red.) dan wordt dat op het landelijk bureau duidelijk.

Van hieruit zou contact moeten worden opgenomen met de sociale partners. Zij zijn bevoegd om maatregelen te nemen.”

Volgens Peeman zou er bijvoorbeeld iets gedaan ke worden aan het feit dat alleen bedrijven die bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) staan ingeschreven een SWEV-er ke inlenen. Het SWEV kan namelijk vaak wel deelnemers plaatsen bij woningbouwverenigingen of onderaannemers in de gww. Deze bedrijven dragen echter niet bij aan het O&O-fonds waar het SWEV-traject mee wordt gesubsidieerd en mogen daarom geen SWEV-ers inlenen.

Peeman pleit ervoor hier op de een of andere manier verandering in te brengen. Een andere oplossing zou ke zijn dat de SWEV-ers tijdelijk tegen een nog lager tarief of gratis worden uitgeleend.

Neus op de feiten

Directeur C. van Vliet van het landelijk bureau Bouw-VakWerk in Gouda ziet echter weinig in het nemen van dit soort maatregelen.

Van Vliet vindt dat de bedrijfstak moet worden aangespoord om deze mensen in dienst te nemen. “Sociale partners hebben een afspraak gemaakt. De individuele bedrijven ke we er formeel niet voor verantwoordelijk stellen als er te weinig inspanningen worden verricht. Hun organisaties ke we natuurlijk wel met de neus op de feiten drukken.” Van Vliet zegt dan ook contact te hebben gehad met organisaties als het NVOB en de NVWB. Zij hebben op hun beurt toegezegd hun leden de afspraak opnieuw voor te houden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels