nieuws

Schralere bloei koopmarkt

bouwbreed

Het aantal koopwoningen is, zoals bekend, ook vorig jaar weer toegenomen.

Uit een onderzoek van eengezinswoningen in de nieuwbouw door de Vereniging Eigen Huis blijkt echter, dat men geleidelijk meer moet betalen voor minder woning.

De VEH heeft, net als twee jaar geleden, het aanbod in de nieuwbouwsector onderzocht. In de maanden augustus/oktober 1992 zijn de gegevens opgevraagd van EG-koopwoningen waarmee werd geadverteerd. Dat leverde een oogst op van 312 poen met 4551 woningen. Deze zijn in het onderzoek, met het oog op de markt, verdeeld in vijf prijsklassen. In de laagste prijsklasse (tot f. 147000) werden erg weinig woningen aangetroffen:zeven projecten met samen 125 woningen. In de volgende klasse (f. 147000 tot f. 190000) waren dat er 48 met 645 woningen. De prijsklasse van f. 190000 tot f. 250000 omvatte beduidend grotere aantallen:87 poen met 1177 woningen. De klasse van f. 250000 tot f. 350000 bevatte evenveel poen, maar er waren daarmee maar liefst 1308 woningen gemoeid.

De duurste woningen bleken eveneens ruim te worden aangeboden:83 projecten met 1296 woningen. Alleen uit deze cijfers is het succes van de woningmarkt al een beetje af te leiden.

De goedkoopste woningen vallen overwegend in de sociale koopsector. De knellende stichtingskostengrenzen en de relatief hoge grondprijzen van de gemeenten maken het bouwen van een redelijke kwaliteit nauwelijks mogelijk. Door de lage inkomensgrenzen kan er ook weinig vraag ontstaan.

In de prijsklasse tot f. 190000 vallen de te duur uitgevallen Premie-A en vooral de Premie-C. Blijkens het VEH-onderzoek is dit de enige categorie waarin het gemiddelde woonoppervlak ni’et is gedaald ten opzichte van 1990. De stijging van de gemiddelde koopprijs per m2 is daardoor het laagste van alle onderscheiden prijsklassen (zie onderste regel tabel).

De hogere prijsklassen omvatten zoals gezegd meer poen en meer woningen; de markt is hier kennelijk nog steeds tamelijk gunstig.

Verschillen per provincie

In sommige provincies werden bij het onderzoek geen waarnemingen aangetroffen, in de meeste echter was de respons voldoende om een uitspraak te ke doen. Het gemiddelde aantal m2 per wo ning dat zodoende kon worden berekend, valt soms niet mee. Een Premie-C van gemiddeld 90 m2 (Zeeland) kan niet anders dan ‘zunig’ genoemd worden. In de prijsklasse van f. 190000 tot f. 250000 blijken in de randstadprovincies en Flevo de woningen soms flink kleiner dan het landelijk gemiddelde van 121 m2. En dan te bedenken, dat daarin al een daling heeft plaatsgevonden van 6 m2 in twee jaar.

KLeinere kavel

Daar komt bij, dat men voor hetzelfde geld ook nog een kleinere kavel koopt. De kaveloppervlakte is volgens het OTB in de sociale sector met gemiddeld 4% gedaald tot 156 m2 en in de vrije sector met niet minder dan 19% tot 387 m2. Daarbij zijn de verschillen naar regio omvangrijk. In de hoogste prijsklasse in het Westen (inclusief Flevoland) bijvoorbeeld was de gemiddelde kavelgrootte 297 m2, tegenover respectievelijk 531 m2 (Noord), 659 m2 (Oost) en 349 m2 (Zuid).

Als we ons alleen baseren op de ontwikke ling van 1990 op 1992 van de gemiddelden van woonoppervlak en koopsom, dan valt vooral de dalende prijs/kwaliteitsverhouding op. Dit is in het bijzonder het geval in de middelste en in de hoogste prijsklasse. Bij beiden is de gemiddelde oppervlakte met 5% gedaald en de prijs per m2 met rond 17% gestegen.

Verschrijvingen

Bij deze vergelijking stellen we oppervlak gelijk aan kwaliteit, hoewel dat strikt genomen niet geheel klopt. Deze gedachte dringt zich echter wel uit de cijfers op. De prijs per m2 in de klasse van rond drie ton is immers slechts met 7% toegenomen, en daaruit kan logisch de suggestie opkomen, dat het verschil bij de beide andere klassen niet zozeer betere afwerking of materiaal betreft, maar eerder iets met winstneming of verschrijvingen van doen heeft. Het lijkt ons lang niet zeker dat dat de groei en bloei van de koopwoningmarkt voortdurend zal blijven bevorderen. Bouwers: “let op uw saeck !”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels