nieuws

“Ondernemers moeten niet worden gehinderd door …

bouwbreed

“Ondernemers moeten niet worden gehinderd door Europees beleid maar er juist door worden geholpen om aldus toegevoegde waarde te ke creeren. Ontwikkelingen van het EG-beleid moeten dan ook steeds worden getoetst op hun effect op ondernemingen, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen.” Volgens nummer 16 van Onderneming moet de Europese Commissie het vrije mededingingsbeleid handhaven als wezenlijke bijdrage aan het functioneren van de interne markt en aan de versterking van de internationale concurrentiepositie van Europese bedrijven.

De Commissie moet de vrijheid van een onderneming dan niet meer belemmeren dan absoluut noodzakelijk en dubbele controles vermijden. De huidige fusiecontrole biedt een voorbeeld van een te terughoudende opstelling van de EG. De hoge drempel leidde ertoe dat vele transnationale concentraties te maken krijgen met verschillende controleprocedures.

De drempel zou van ECU5 miljard moeten dalen tot ECU2 miljard. Europa kan niet duurzaam concurreren op basis van lage kosten alleen.

De EG dient om die reden een kwaliteitsstrategie te ontwikkelen.

“Antwerpen, Zeebrugge, Hamburg, Le Havre. Allemaal investeren ze miljoenen, zo niet miljarden in hun havens en de bijbehorende achterlandverbindingen. De strijd om de internationale goederenstronen is volop aan de gang en Rotterdam moet mee. Maar noordwest Europa is te klein voor zoveel havens.”

Volgens nummer 9 van De Werkgever is het slechte rendement van een groot deel van de Rotterdamse containerbedrijven puur te wijten aan de tarievenoorlog tussen Antwerpen, Hamburg en Rotterdam.

Rotterdam wil daarover met Antwerpen in gesprek komen, maar Antwerpen wil dat niet.

Voor dezelfde container geldt in Hong Kong een vijf maal zo hoog tarief. Het welslagen van het Rotterdamse havenplan valt of staat met de verbinding naar het (Duitse) achterland.

Alleen de Betuwelijn kan ervoor zorgen dat het plan slaagt. Het spoor speelt een steeds belangrijker rol in Duitsland. Nederland concentreert zich nog teveel op het wegvervoer. Rotterdam wil vooralsnog teveel waardoor het zichzelf in de vingers kan snijden bij het aantrekken van goederenstromen en bewerkingen. Beter zou Rotterdam ke kiezen voor weinig arbeidsintensieve maar hoge kapitaalintensieve activiteiten.

“De plannen voor uitbreiding van het Rotterdamse haven- en industriegebied houden weinig rekening met natuur en milieu in de regio. Toch zijn er goede mogelijkheden voor een duurzame ontwikkeling in de Rijnmond.” Volgens nummer 5 van Natuur en Milieu bestaan er tal van onafhankelijk onderbouwde mogelijkheden om de regio op een meer duurzame manier te ontwikkelen.

Het streven naar duurzaam heid zal voor de industrie in de komende decennia grote veranderingen meebrengen. Wereldwijd kan daardoor het transport van goederen stagneren of zelfs afnemen.

Realisatie van de inhoud van het ontwerp-Plan van Aanpak Rijnmond zal er voor zorgen dat de doelstellingen uit het NMP en andere rijksnotas niet worden gehaald. De genoemde milieupoen zijn voor het grootste deel niet meer dan studies. Afzien van de aanleg van de Tweede Maasvlakte betekent afzien van een grote investering die dan kan opgaan aan de duurzame ontwikkeling van het bestaande haven- en industriegebied. Voorts bestaat er nog te weinig aandacht voor de werkgelegenheid in de regio Rijnmond.

“De houtverwerkende nijverheid houdt aan 1992 een kater over:voor het eerst sinds 1981 kende de sector een omzetdaling en die is niet te verwaarlozen. D e achteruitgang in lopende cijfers van 2,7 procent komt reeel neer op een daling van het productievolume met 5,5 procent.” Nummer 19 van Bouwkroniek noemt het opmerkelijk dat bij een gedaald binnenlands verbruik de invoer van houtproducten in 1992 bleef stijgen. De export naar Nederland nam met 2,2 procent toe waarbij Nederland de afzet in Belgie met 9,8 procent wist te verhogen. De afzet in Frankrijk daalde met 6,1 procent, maar de Franse afzet in Belgie steeg met 6,9 procent.

Het blad concludeert dat buitenlandse bedrijven concurrerender werken.

Ook de waardestijging van de frank speelt een niet onbelangrijke rol. Vergeleken met de gulden, de Duitse mark en de Franse frank nam de Belgische munt sinds 1989 1,8 procent in waarde toe. Het effect daarvan komt overeen met een loonkostenstijging van 7,2 procent.

Volgens het verenigde hout gaat het hierbij echter om een tijdelijke kwestie.

“De derde afschrijvingsgolf voor aankopen van onroerend goed is inmiddels op gang gekomen. De wetgever wil via een bijzondere afschrijvingsmogelijkheid van 50 procent investeringen in de nieuwe deelstaten aanmoedigen en ondersteunen. Voor bijna al diegenen die kapitaal willen beleggen is tot eind 1994 met name een gesloten onroerendgoed fonds met objecten in de nieuwe deelstaten aan te raden.”

In nummer 1 van het Informatieblad Nederlands Duitse Kamer van Koophandel Berlijn vraagt men zich af of deze hausse in afschrijvingen achteraf even negatief zal worden beoordeld als de voorlopers ervan in de jaren zestig en zeventig. De belastigconstructies zijn intussen zo aangepast dat de deskundigen er goed mee overweg ke. Wanneer men een ervaren aanbieder van fondsen uitkiest die al enige tijd met succes op de markt opereert, deskundig en betrouwbaar personeel in dienst heeft en over een groot net van emissiepartners beschikt, kan men ervan uitgaan dat zij geld op een goede manier heeft belegd. Ook nu zal echter af en toe een opzienbarend bankroet voorkomen. Aan de andere kant zijn de kansen op het moment groter dan ooit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels